Geur van échec hangt rond Van Aartsen

Morele overwinningen kwamen te laat voor de minister die het leiderschap in het buitenlands beleid aan premier Kok moest overgeven.

De bewindsman klonk een beetje in mineur, vooral als je in aanmerking neemt dat minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken, 53) een van de meest goedlachse leden van het kabinet is. ,,Het is gewoon waar dat de rol van de minister-president (..) de afgelopen tien jaar alleen maar belangrijker is geworden.''

Steeds meer trekt de premier het buitenlands beleid naar zich toe, ten koste van de traditionele positie van de minister van Buitenlandse Zaken, constateerde Van Aartsen deze week in de Tweede Kamer, bij zijn vierde en laatste begrotingsbehandeling in de huidige kabinetsperiode.

Die ontwikkeling hangt samen met de positie van de premier als regeringsleider in de Europese Unie, betoogde Van Aartsen. Daardoor wordt de minister-president vaak door het buitenland als belangrijkste aanspreekpunt gezien. En in het algemeen ,,heeft het zeer te maken met de ontwikkeling van de maatschappij in de politieke cultuur van al onze landen''.

Van Aartsen is niet de eerste Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken die tijdens zijn ambtstermijn over het buitenlands beleid in de clinch heeft gelegen met de premier. Ook minister Van den Broek en premier Lubbers konden er wat van in het kabinet Lubbers III (1989-1994). Maar daarna had D66-minister Van Mierlo (1994-1998) weer ministeriële macht kunnen terughalen. Hij was een minister van Buitenlandse Zaken zoals veel Nederlanders zich die voorstellen: geneigd tot visionaire bespiegeling.

Aan dat laatste verlangen heeft Van Aartsen als exponent van de politiek meer aards opererende VVD minder kunnen voldoen. Nog deze week in de Kamer weigerde hij pertinent in te gaan op verzoeken van het parlement zijn licht te laten schijnen over de komende uitbreiding van de NAVO en de criteria die aan nieuwe leden van dit bondgenootschap moeten worden gesteld.

Toch vormt dit alles geen afdoende verklaring voor de geur van échec die Van Aartsens ministerschap van Buitenlandse Zaken eigenlijk vanaf het begin heeft omgeven. De minister is ijverig, kent zijn zaakjes en laat straks het ministerie keurig achter. Op zijn eerdere carrière als minister van Landbouw en secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken was nauwelijks iets aan te merken. Niet alle doelstellingen bij zijn aantreden als minister van Buitenlandse Zaken zijn gerealiseerd meer Nederlanders op hoge Europese functies bijvoorbeeld. Maar voor welke minister geldt dat wel?

Van Aartsens naam is soms ten onrechte verbonden aan een lange reeks incidenten, waaronder diplomatieke versprekingen. Maar was dat voldoende voor het venijnige beeld, of het feit dat Van Aartsen als laagste minister op de VVD-kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen terecht is gekomen?

Uit een van de meest geruchtmakende episodes van zijn ministerschap is Van Aartsen als moreel overwinnaar uit de bus gekomen. Eind vorig jaar kregen hij en Kok het in het openbaar aan de stok over de vraag wie wie, wanneer en hoe had gewaarschuwd dat niet regeringskandidaat Pronk maar Lubbers hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen zou worden. Dat eindigde in een Kamerdebat met absurdistische trekken, waarin Kok als jokkebrok te kijk stond.

Sindsdien hebben beiden opzichtig beleden dat zij weer beste maatjes zijn. Maar alles wijst erop dat het een uiterst koele vrede is.

Op geen enkele manier betwist Van Aartsen Kok het leiderschap in de buitenlandse politiek na 11 september. Maar hij houdt grote afstand van de twee uitglijders die de premier daarbij al heeft gemaakt: eerst met zijn wonderlijke uitval dat `Nederland in oorlog' was; en vorige week met zijn opmerkingen over het onderzoek naar de inzet van clusterbommen in Afghanistan. Van Aartsen en zijn collega De Grave (Defensie) vreesden schade aan de in de publieke opinie zwaar bevochten Nederlandse steun aan de VS. In de Kamer verwezen beiden vriendelijk doch beslist naar de premier, als de clusterbom ter sprake kwam.

Van Aartsen was na zijn begrotingsbehandeling donderdag opmerkelijk goedgemutst, de premier moest gisteren humeurig proberen de schade te herstellen met een oproep aan de bevolking niet vergeten wat de Amerikanen op 11 september is aangedaan. Alweer een klein moreel overwinninkje voor de minister, maar helaas te laat om de beeldvorming rond zijn ministerschap nog te keren.