Feyenoord-gedichten

Vanaf nu moet het voor iedereen duidelijk zijn dat een lang verhaal over de geschiedenis van Feyenoord aan één standaardeis moet voldoen: er staat een gedicht in of op zijn minst een verwijzing. Indien dat niet het geval is, heeft de auteur er niets van begrepen. Het boek `Het lied van Feyenoord' van Paul Groenendijk en Jimmy Tiggs voldoet daarom in alle opzichten aan deze minimumvoorwaarde. Het is een gedicht van mensen die hun clubliefde betuigen, zonder dat al die liedjes en rijmsels altijd even briljant of origineel waren.

Gedichten moeten worden opgenomen in Feyenoord-verhalen, omdat ze werden geschreven door clubleden en aanhangers. In clubblad De Feyenoorder bijvoorbeeld, dat onder de bezielende leiding stond van L.A. Heesakker, stond altijd een rijmpje. Bijvoorbeeld om te vieren dat De Kuip werd gebouwd: `Hadden wij ooit kunnen denken / wij van het Afrikaanderveld / Dat straks om ons groene laken / 60.000 wordt geteld?'

Of om uitdrukking te geven aan diepe gevoelens van rouw, zoals na het bombardement van 1940: `Voetbalvelden zijn verdwenen, Ingenomen door 't geschut; Waar we eens ter schouwburg togen, Gaapt helaas een diepe put. Maar de stoere Rotterdammer, Zit niet bij de pakken neer, Rotterdam herrijst straks weer.'

Doorgaans zat Phida Wolff erachter, de administrateur van Feyenoord die eergisteren exact dertig jaar geleden zijn functie neerlegde na 37 jaar trouwe dienst. Alhoewel Wolff tot 1934 in Amsterdam woonde, besloot hij te solliciteren bij Feyenoord. ,,Zou je dat wel doen'', vroeg zijn vrouw, ,,misschien nemen ze je wel aan.'' Maar Wolff schreef, want hij wilde weg bij De Telegraaf. De Rotterdammers zagen dat ze een goede kandidaat hadden, maar moesten diep zuchten voordat ze die Amsterdammer aannamen. Daarna sloten ze hem in hun hart, want Wolff werkte en dichtte zich een slag in de rondte.

Niet alleen over Feyenoord, maar over van alles. Hij had minder moeite met rijmen dan een normaal mens met ademhalen. Al zijn werkjes typte hij secuur uit en plakte die in een bundel. Als ik het me goed herinneren – ik bezocht Wolff in 1998 – had hij 62 bundels bij elkaar gedicht. Drie planken vol met op de zijkant het jaartal waarin het was geschreven. Twee levens naast elkaar bij de boekenkast: één met een geheugen en één in de boekenkast in dichtvorm.

Hij stierf kort na mijn bezoek op 91-jarige leeftijd, maar door hem is nu de eis geformuleerd: minimaal één gedicht in een Feyenoord-verhaal of anders wegwezen.

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren