EERSTE RADIOSTELSELS BEVORDERDEN DE VORMING VAN STERREN

Volgens astronomen van het National Centre for Radio Astrophysics in Pune (India) en van de Georgia State University in Atlanta (VS) zou de activiteit in de kern van de eerste radiosterrenstelsels een belangrijke rol hebben gespeeld bij de vorming van sterren en sterrenstelsels in het prille heelal (Astrophysical Journal Letters, 20 okt.). Radiosterrenstelsels vertonen vaak aan weerszijden van hun kern grote, langgerekte wolken die uit zeer energierijke deeltjes en relatief sterke magnetische velden bestaan. Deze `lobben' ontstaan doordat uit het actieve centrum van zo'n stelsel waarin zich vermoedelijk een superzwaar zwart gat bevindt bundels geladen deeltjes met bijna de lichtsnelheid de ruimte in worden geschoten.

De hoge energie van deze relativistische deeltjes heeft tot gevolg dat aan weerszijden van zulke actieve stelsels als het ware bellen in de ruimte worden geblazen waarin de druk en de temperatuur hoger zijn dan die er buiten. Zulke bellen kunnen zich tot miljoenen lichtjaren van zo'n radiostelsel uitstrekken. Recente waarnemingen laten zien dat de activiteit van deze radiostelsels ongeveer twee miljard jaar na de Oerknal een hoogtepunt bereikte en daarna in snel tempo afnam. Andere waarnemingen laten zien dat ook het tempo van het ontstaan van sterren en sterrenstelsels sinds die tijd sterk is afgenomen. Dat maakt het interessant om naar een mogelijke samenhang tussen die twee ontwikkelingen te zoeken.

Verscheidene astronomen hebben onderzocht of zulke bellenblazende radiostelsels (mede) de hand in het ontstaan van sterren en sterrenstelsels kunnen hebben gehad. Tijdens het groeien van zulke bellen werd de omringende protogalactische (oer)materie immers samengedrukt, waardoor daarin verdichtingen konden ontstaan die zich tot sterrenstelsels-in-wording konden ontwikkelen.

Krishna en Wiita hebben nu ontdekt dat men dit totale bel-volume wellicht met bijna een factor duizend heeft onderschat. Tijdens het hoogtepunt van het ontstaan van protosterrenstelsels vulden de bellen van radiosterrenstelsels ruwweg de helft van het toenmalige, veel kleinere, heelal. En dat zou impliceren dat actieve sterrenstelsels wèl een belangrijke rol in de vorming van andere stelsels hebben gespeeld. De oorzaak van deze grote discrepantie ligt in het feit dat de activiteit van radiostelsels langer heeft voortgeduurd dan astronomen nu met hun telescopen kunnen afleiden.