Doe Bram maar de stilte

Aflevering 3: Glimlachend kijken de eindexamenklassers neer op het zenuwachtige gewoel van de kleintjes uit de brugklas. Bram van Duijn (18) zit op het atheneum, waar hij het profiel Natuur & Gezondheid volgt. Hij heeft twee zusjes en woont in Voorburg.

Bram van Duijn (18), met zijn gebruinde gezicht, halflange haar, felle ogen en lange gestalte, is een mooie jongen. Zo eentje van wie je verwacht dat hij door de gangen van het Maerlant-Lyceum fianeert, een roedel meisjes in zijn kielzog en onschendbaar voor grappen en pesterijen van jongens. De koning van het schoolplein, áls hij maar een grote mond had gehad. Als hij maar niet zo gemakkelijk zou blozen en zijn ogen zou neerslaan als er al te veel aandacht voor hem is. Maar vooral: als hij het nou maar had gewild.

Maar Bram heeft geen behoefte aan aandacht. In groepen blijft hij liever op de achtergrond, zegt hij. Laat anderen maar praten, Bram luistert wel en zal alleen zijn stem verheffen als het niet anders kan. 'Ik ben niet bang mijn mening te geven, maar wil ook niet overdreven aanwezig zijn.' Voor jongens als Bram is een opvallende verschijning eerder een ongemak.

Bram knikt naar een viertal brugklassers dat verdwaald lijkt te zijn in het doolhof dat nog maar een paar weken hun school is. Zijn eerste jaren op de middelbare school waren geen succes, vertelt Bram in de grote hal, leunend tegen de lange houten leestafel. Hij is er liever kort over: 'Omdat ik niet zo luidruchtig ben, was ik kwetsbaar. Ik was een easy target.'

Wie op de lagere school nog een stoere 'ouderejaars' was, moet in de eerste klas van de middelbare school helemaal opnieuw beginnen. Een overbeladen lederen schooltas is funest en goede grappen kunnen maken een voorwaarde voor populariteit. Bram haalt zijn schouders op als hij terugdenkt aan de eerste jaren op school. 'Het was geen drama hoor. Maar pas in de derde of vierde voelde ik me helemaal thuis, kwam ik mensen tegen met wie ik nog altijd bevriend ben.'

Dan klinkt vanuit de gangen een dof gerommel, als een donderstorm die naderbij komt. 'Pauze!', weet Bram nog net uit te brengen, voor de hal is gevuld met een oorverdovende, krioelende massa leerlingen die tuimelend naar buiten stroomt. Boeken vallen op de grond en worden weer opgepakt en meegesjouwd. Gsm'etjes worden uit jaszakken gehaald en boven hoofden gehouden om verlies te voorkomen. Bram kijkt het glimlachend aan. 'Het is zo weer voorbij', gebaart hij.

Het groepje verdwaalde brugklassers kijkt schichtig om zich heen als de hal zich in een paar seconden vult met medeleerlingen. Ze drukken hun tassen zo stevig tegen de borstkas dat ze er rode hoofden van krijgen. Ze zijn koppen kleiner dan de leerlingen uit de hoogste klassen, en ingeklemd tussen bijna volwassen ruggen en in hippe broeken gestoken benen laten ze zich meevoeren naar buiten. En dan is het stil.

Bram zucht diep. 'Wat een drukte, hè?' Doe hem maar de stilte. Dat is wat hem aantrekt in vissen, wat hij zo af en toe na schooltijd doet. 'Turen naar een dobber werkt vrij ontspannend, moet ik zeggen. Ik kreeg een hengel voor mijn tiende verjaardag. Zo maar, ik had er niet om gevraagd, geloof ik. Sindsdien zoek ik soms het water op. Vaak met vrienden, soms alleen. Het zal wel een beetje suf overkomen, dat ik vis.' Hij lacht en blaast zijn wangen even op. 'Ach, wat kan mij het schelen.'

Bovendien, hij doet meer dan vissen vangen. Sport is een passie. De afgelopen zeven jaar hockeyde hij, dit jaar wil hij op taekwondo en 'een beetje blijven fitnessen, als dat allemaal lukt, naast mijn eindexamen'. Hij trekt een gezicht alsof hij heel bezorgd is en lacht zijn frons dan weg. 'Ja... Er moet nog wel héél wat gebeuren, dit jaar... Maar ik sla me er wel doorheen. De struikelblokken zijn natuurkunde en wiskunde B. Ik moet het halen, ik ben al eens blijven zitten en heb geen zin het studeren nog een jaar uit te moeten stellen.'

Hij wil arts worden, 'net als zijn beide ouders, maar niet daarom', haast hij zich te zeggen. Hij houdt er gewoon van 'dingen uit te vogelen' en: mensen te helpen. 'Idealistisch, hè?' Hij glimlacht er verontschuldigend bij. Anders dan zijn ouders, heeft Bram geen plannen om later in het buitenland als arts te gaan werken. Hij bracht zijn peutertijd door in Bahrein, waar hij zich weinig van herinnert. 'Soms denk ik dat ik beelden van die tijd in mijn geheugen heb, maar ik geloof dat ik ze heb ontleend aan de filmpjes van mijn ouders. Ik heb nooit de wens gehad zelf in het buitenland te werken, al hou ik van reizen. Ooit wil ik met een zeilboot de wereld rond, als ik de kans krijg.'

Hij duwt zijn licht bestoppelde kin naar voren - waar hij zo nu en dan even aan voelt, alsof het hem verbaast dat er baardhaartjes zitten - en hijst zijn sporttas van tafel. In de hal klinkt de bel voor het einde van de pauze. 'Zo meteen gym, even lekker wat actie.' Het groepje brugklassers dat straks nog gevangen raakte tussen de honderden leerlingen in de hal, rent nu voor zijn leven, vóór de horde uit. Het blijkt onnodig, want het einde van de pauze verloopt rustig. Leerlingen druppelen langzaam van buiten de hal in. Zuchtend zetten ze hun gsm uit en turen op het mededelingenbord. Verbaasd kijken de brugklassers om zich heen en dan kijken ze elkaar opgelucht aan.

Bram ziet ze niet. Hij bladert in zijn agenda en knikt tevreden. 'Gemiddeld sta ik voldoende. Ik ga dat eindexamen best redden.'

Volgend jaar studeren. Volgend jaar weer in het eerste jaar beginnen. M

Volgende maand: De yogalessen van Delphine Tilman en hoe Frans een ingewikkelde taal blijft.

    • Aranka Klomp