DE ZIEL VAN LAS VEGAS

Toen de maffia het in Sin City voor het zeggen had, heerste de glamour en de chic. Nu lopen de toeristen in hun zwembroek de casino's van Las Vegas binnen en toveren de themahotels de stad om in een pretpark.

De Vegas-veteranen uit de gokindustrie zijn er niet blij mee. 'Wat je mist vandaag de dag is finesse.'

Het is half zes in de ochtend en er zijn alleen verliezers op straat. De jongen in de afgeknipte jeans die vannacht in het casino van het Stardust Hotel een hand op mijn schouder legde en me met dubbele tong probeerde uit te leggen hoe hij altijd won, staat nu op de vluchtheuvel van de Strip, de lange asfaltweg die Las Vegas doormidden snijdt. Er is nauwelijks verkeer, maar hij steekt niet over. Hij knijpt zijn ogen samen tegen het licht van de ochtendzon.

Pas na een minuut of vijf komt hij in beweging. Hij draait zich om, steekt over en verdwijnt opnieuw het Stardust in.

Ik ben op zoek naar koffie. Op de gezichten van de mannen die ik tegenkom, tekent zich dezelfde mengeling van verbazing en ontzetting af: dat het al ochtend is, dat ze zo stom hebben kunnen zijn. De lichtreclames branden nog, de lampjes knipperen geruststellend door in het zonlicht. In de verte rijzen de grote themahotels op, die het uitzinnige gezicht van de stad vormen: de Eiffeltoren van het Paris Hotel, de Campanile van The Venetian, de im- periale torens van Caesars Palace. Op een bill-board voor The Mirage herken ik de hoofden van het goochelaarsduo Siegfried en Roy.

Ik ga zitten op een bankje tegenover een Starbucks koffieshop, die pas over een half uur weer opengaat en daarmee de belangrijkste wet van Las Vegas tart. Op het bankje naast me ligt de jonge zwerver die ik al eerder heb zien rondlopen in de afgetrapte gokhal van het Riviera Hotel, waar hij schichtig met een hand de bakjes van de fruitautomaten afzocht, achtervolgd door een beveiligingsbeambte. Zijn gezicht is bezaaid met rode vlekken en staat strak. Hij haalt onzichtbaar adem.

Voor de deur van Starbucks staat nog een zwerver, die meteen op mij afkomt. Hij heeft een verschoten korte broek aan en een zwart mouwloos hemd, en hij lijkt op Buffalo Bill. Zijn sikje is zachtgrijs, zijn gegroefde gezicht straalt een praktische wijsheid uit die niet past bij zijn levensomstandigheden. Hij lijkt me geen gokker, het leven heeft hem op een andere, tragischer manier te grazen genomen. Beleefd vraagt hij me om wat geld.

Wanneer ik mijn portemonnee trek, biedt hij aan samen met mij Starbucks binnen te gaan, zodat ik kan zien dat hij het geld ook werkelijk aan koffie en een donut uitgeeft.

Hij straalt de opgewekte deemoedigheid uit van alle verliezers in Amerika. Alles is alleen zijn eigen schuld.

Ik vraag hem naar zijn naam. Leonard. En wat doet hij in Las Vegas? Hij haalt zijn schouders op. Hij dacht dat er hier iets te halen viel, maar dat valt tegen. Hij is van plan nog een dollar of twintig bij elkaar te bedelen, dan vertrekt hij richting Salt Lake City, kijken of het daar beter is. Waar slaapt hij? In de woestijn, maar op dit uur wordt het daar al te warm. Hoe lang zwerft hij al? O, twintig jaar. En wat deed hij daarvoor?

Leonard kijkt me een beetje verward aan.

Ik ben bang dat ik iets pijnlijks heb gevraagd.

Dan glimlacht hij hulpeloos.

'Dat is te lang geleden. Dat weet ik niet meer.'

Persoonlijke vrijheid

Mensen die in Las Vegas wonen, vertellen bezoekers altijd drie dingen: dat alles hier dag en nacht geopend is, dat Las Vegas de snelst groeiende stad van de Verenigde Staten is, en dat ze zelf niet gokken. Eerst dacht ik nog dat deze trotse verklaringen bedoeld waren om indruk op de toerist te maken, nu begrijp ik dat ze vooral voor eigen gebruik zijn. Het is hun mantra. Het staat voor persoonlijke vrijheid, het goede leven, zelfbeheersing. Ik stel me voor dat ze zich eraan vastklampen, wanneer hun leven in dit overvolle niemandsland te zwaar dreigt te worden, of te licht.

Stel, je wordt wakker om half vier 's nachts, het enige wat je hoeft te doen is je kleren aantrekken en de straat op gaan. Eten, drinken, vrouwen, alles is dag en nacht beschikbaar. Dat is vrijheid, Vegas style. Dag en nacht, 24/7.

Die luid verkondigde ongebondenheid, merk ik na een paar dagen, moet vooral symbolisch worden opgevat. De meeste mensen die ik spreek, werken om half vier 's nachts. Het is de graveyard shift, de moeilijke uren voor de dealers in de casino's, voor het bar- en restaurantpersoneel, de mannen en vrouwen achter de kassa's. Het is de tijd waarop de hardnekkige verliezers agressief worden, wanneer de pijn in je benen omhoog begint te kruipen, wanneer de uren zich uitrekken tot in het oneindige. De meeste winkels zijn 's nachts inderdaad open, maar er is geen klant te zien.

Dat Las Vegas de snelst groeiende stad van Amerika is, is te danken aan het gunstige belastingklimaat, aan de relatief lage prijzen van het onroerend goed en aan een permanente airconditioning. Vooral bejaarden brengen hun levensavond graag door in een van de nieuwe buitenwijken, in een bejaardentehuis of in een van de vele gated communities. Bewoners van de stad imponeren bezoekers met het aantal nieuwelingen die maandelijks arriveren, zevenduizend, tienduizend, vijftienduizend, het zijn er in ieder geval veel.

Komt dat omdat het leven hier zo goed is, vraag ik aan Marvin, een broodmagere taxichauffeur. Hij heeft me net verteld dat alles hier dag en nacht geopend is, dat Las Vegas de snelst groeiende stad van Amerika is en dat hij weliswaar de hele dag hasj rookt, maar niet gokt. En dat in deze stad de mooiste vrouwen ter wereld rondlopen, vandaar die verrekijker in zijn auto.

Marvin is zwart en komt uit Detroit. Hij heeft me ook verteld dat zijn ex-vrouw hem alles heeft afgenomen, zijn huis, zijn geld en zijn kinderen. Op de dag dat hij alles kwijt was, besloot hij taxichauffeur in Las Vegas te worden. Het leven is hier overzichtelijk en aangenaam, zegt hij. 'And man, those women.' Maar, grinnikt hij, half omkijkend, misschien blijven de meeste mensen hier ook omdat ze, net als hij, nergens anders meer heen kunnen.

Chic en glamour

Toen Cookie Citro 26 was, las ze in een damesblad dat je voor de aantrekkelijkste vrijgezellen aan de Amerikaanse westkust moest zijn. Ze aarzelde niet, pakte haar koffers en boekte een enkele reis Chicago-Las Vegas. Ze vond werk als cocktailwaitress in het Alladin Hotel. Dat is nu dertig jaar geleden. Haar werk was een feest. Elke avond stond ze te popelen. Het was de tijd van grote gokkers en grote fooien; de maffiosi die in Las Vegas de dienst uitmaakten, lieten zich graag zien en ze verschaften de stad een aura van chic en glamour. Tony 'the Ant' Spolitro, de harde gangster die in de film Casino van Martin Scorsese door Joe Pesci wordt gespeeld, was een bekende van haar, meer wil Cookie er niet over zeggen.

In die dagen was Las Vegas een kleine stad, je kende al snel iedereen. Tien minuten van de Strip reden de mensen nog op paarden. Iedere avond bediende ze wel een filmster of een plaatselijke big shot. En iedereen kleedde zich prachtig aan, je keek je ogen uit. Ze herinnert zich vooral de mysterieuze oudere vrouw in haar dure kleren die avond aan avond in dezelfde stoel in de nachtclub plaatsnam en dan zwijgend alles en iedereen observeerde. Cookie kreeg buitensporig hoge fooien van haar, iedere avond weer. Een keer, toen Cookie haar zoveelste cocktail voor haar had neergezet, pakte de vrouw haar bij een arm en zei, luister, toen ik zo oud was als jij bediende ik in de Flamingo en alle mannen waren dol op me, ze stopten me honderden dollars toe als ze gewonnen hadden, en zelfs als ze verloren hadden. In jou herken ik mezelf, jij hebt wat ik toen ook had. Nu ben ik oud en rijk en daarom geef ik jou nu zulke hoge fooien. Ik wens je geluk.

Cookie trouwde zo laat mogelijk. Met de verkeerde. Frankie Citro was een professionele pokerspeler met een Italiaans-Amerikaanse achtergrond. Hij won fortuinen, verloor ze weer. Ondertussen speelde hij rollen in een groot aantal gangsterfilms, soms had hij zelfs tekst. Op een gegeven moment kreeg hij 'problemen.' Hij mag geen enkel casino van Las Vegas meer in. Ze is van hem aan het scheiden.

Ik spreek haar in haar nieuwe rijtjeshuis in een buitenwijk van Las Vegas, waar ze met haar zoon en dochter is ingetrokken. Haar buren zijn haar bejaarde ouders, die haar een jaar of twintig geleden gevolgd zijn, net als haar twee broers. De inrichting van haar huis is Las Vegas barok, een overdaad aan rinkelend glas en gouden krullen. Cookie is nu al meer dan vijftien jaar blackjack dealer in het casino van het Riviera Hotel, een van de oudere hotel-casino's aan de Strip. Ze haalt gretig herinneringen op. Gokkers die woedend over de tafels spuugden als ze een rampzalige kaart kregen, scheldpartijen over en weer, de dunne scheidslijn tussen haar dienstbaarheid en gebrek aan eigenwaarde. Cookie's 13-jarige zoon Francesco luistert. Hij wil later filmster worden, heeft hij gezegd. Maar niet zoals zijn vader.

Cookie doet monter, maar ze heeft nog maar weinig illusies. Ze werkt zes avonden per week, van zeven tot half drie 's nachts, de swing shift. Het Riviera legt het af bij de grote themahotels van het nieuwe Las Vegas. De casino's aan het begin van de Strip trekken de welgestelde toeristen en de grote gokkers, met hun luxueuze suites, hun opzichtige weelde en bonussen voor trouwe klanten. Cookie is nu te oud om daar nog aan de bak te komen. In de Riviera komen de echtparen en groepen die weinig te besteden hebben, en heel veel Chinezen, die geen manieren hebben en geen fooien geven. De arbeidsomstandigheden zijn miserabel. Pas toen het personeel massaal lid dreigde te worden van de vakbond, kon er een loonsverhoging van een dollar per uur af en werden de jaarlijkse twee weken vakantie ook doorbetaald. Cookie haalt haar schouders op. De Riviera mist klasse, er is een platte naaktshow en dan nog iets met travestieten. Tussen de fruitautomaten treden Elvis-imitatoren op. 'Zo'n tent.'

In zwembroek in het casino

Ook het nieuwe Las Vegas bevalt Cookie maar matig. Haar boeman is Steve Wynn, de bewierookte projectontwikkelaar die met zijn themahotels van Las Vegas een pretpark heeft gemaakt. Die gezinnen overal, je ziet ouders met buggy's door de casino's lopen! Kinderen in Las Vegas! Na het Parijs-hotel en het Venetië-hotel, zijn ze nu van plan het Londen-hotel te bouwen, ongetwijfeld compleet met Big Ben en Piccadilly Circus. En toen ze een paar jaar geleden de Stratosphere bouwden, de hoge casinotoren halverwege de Strip, waren ze eerst van plan een King Kong omhoog te laten klimmen met een paar toeristen in zijn vuist, als attractie. 'In Las Vegas!'

Wat je mist vandaag de dag is, Cookie proeft het woord, 'finesse.' Toen de maffia het voor het zeggen had, probeerde je zo chic mogelijk voor de dag te komen. Iedereen kleedde zich, ook als je geen filmster was of maffialiefje. Nu lopen ze in hun zwembroek in de casino's.

Maar het bleef wel de maffia, zeg ik, had ze daar geen moeite mee? Het waren mannen met goede manieren, zegt Cookie, stuk voor stuk, ze deden niemand een vlieg kwaad. Behalve natuurlijk de kerels die hen in de weg zaten, dat spreekt vanzelf. Als er weer eens een lichaam in de woestijn werd gevonden, wist je zeker dat de dode ook iets op zijn kerfstok had gehad. Last had je er niet van. Heel anders dan nu, met die bendes die elkaar klakkeloos overhoopschieten en als je niet oppast nog een paar voorbijgangers erbij.

De ouders van Cookie komen binnen. Haar moeder is een kleine, gerimpelde vrouw met brutale ogen en een grote bos paarsoranje poedelhaar, haar vader een bedeesde, wat afwezige man. Hij neemt meteen weer afscheid. Hoewel hij in de zeventig is, werkt hij nog vrijwel iedere dag. In het theater van het Riviera wijst hij de toeristen hun stoel. Een paar jaar geleden heeft hij een lichte hersenbloeding gehad, verklaart Cookie, en sindsdien is hij niet meer de oude. Haar moeder knikt. Ze zet een grote plastic beker op tafel, met een flinke laag nickels, gewonnen met computerbingo. Ze begint ze geduldig uit te tellen voor haar kleinzoon Francesco, maar die zegt dat hij nu te oud is voor nickels, die zijn voor kinderen.

Omdat Las Vegas als pretpark Cookie zo slecht bevalt, vraag ik haar of het geen tijd wordt dat ze vertrekt. Ze kijkt een beetje verbaasd. Op twee bloedhete maanden per jaar na is het weer hier heerlijk. Als ze de weerberichten voor Chicago leest, prijst ze de dag dat ze vertrokken is. En haar hele familie is hier nu. Waar ze aan moet wennen, zegt ze, is dat het allemaal zoveel minder is dan het was. Het is alsof je op een dag wakker wordt en al je haar hebt verloren. Alles wat mooi en aardig was, blijkt ineens verdwenen. Kaal kun je ook best goed leven, zeker, maar die krullen, die krullen, 'you can't help missing them.'

Sterrenstatus

Er is nog iets dat de bezoeker steeds opnieuw te horen krijgt van de bewoners van Las Vegas, al neemt het verhaal telkens een andere vorm aan. Het zijn hun ontmoetingen met de sterren, die hun levens, in het voorbijgaan, even aanraken. Cookie vertelt me hoe ze op een avond, toen ze nog dienster was, Sammy Davis Junior bediende, die zoveel cocaïne had gesnoven dat hij niet meer wist wie en waar hij was, zijn ogen vielen bijna uit zijn kassen. Maar hij had toch een aardig woordje voor haar over, en een flinke fooi. De broer van Cookie is ooit aangesproken door Doris Day, of was het Debbie Reynolds, die hem vroeg mee te gaan op een hete vakantie. Een dealer in Caesars Palace heeft een broer die een tijdje de chauffeur was van Tom Cruise en Nicole Kidman. En van de oudere generatie is iedereen wel een keer tegen Sinatra opgelopen.

Ali Notz, een meisje van veertien uit een bedrukkend stille buitenwijk, droomt ervan showgirl te worden. Zittend op de bank, onder het waakzaam oog van haar vader, vertelt ze dat ze wordt aangemoedigd door haar tante, haar grote voorbeeld, die ooit in het showballet van Dean Martin danste. Overal in het huis van de familie Notz hangen dansfoto's van Ali met haar stralende lach. Op de deur van haar meisjeskamer prijkt alvast een grote gouden ster.

In het ultieme Las Vegas-verhaal komen roem en geld tegelijk als een goudregen uit de hemel vallen. Een knappe dienster wordt op een avond door een grote gokker mee uit gevraagd. Natuurlijk zegt ze ja. Haar vriend, een barman, vindt het geen probleem. De speler, een baas van een supermarktketen, bekend en al bijna beroemd, belooft geen vinger naar haar uit te steken. Hij geeft haar 5.000 dollar om mee te spelen. Binnen een half uur verdrievoudigt ze het bedrag. Ze heeft alweer een afspraak voor volgende maand.

Jeff, de taxichauffeur die me op een avond naar de Striptease rijdt, vertelt me een kersverse Vegas-legende: vlak voordat hij werd opgenomen in een kliniek wegens een alcoholverslaving, bracht de jonge Amerikaanse acteur Ben Af?eck een wilde avond door in het casino van het Hard Rock Hotel. En hij won, 'he wón, man,' hij wón vijftigduizend dollar in een paar uur. En voordat hij het casino verliet, deelde hij het bijna allemaal weer uit, duizend dollar voor een dienster, drieduizend voor de blackjack dealer. Jeff had het verhaal gehoord van een vriend die portier was en vijfduizend dollar in zijn hand kreeg gedrukt. Af?eck was een paar weken daarna nog een keer teruggekomen en alles had zich herhaald. Weer had hij met duizenden dollars gestrooid.

Jeff zelf is er geen cent wijzer van geworden, maar daar gaat het niet om. Hij vertelt het verhaal als een geloofsbelijdenis. Op een avond zal ook hij worden aangesproken door Matt Damon of Jennifer Lopez, eens drukt iemand hem zomaar een winnende vijftig dollar chip in zijn hand. Dat is wat Las Vegas voor je in petto heeft, de kleine openbaringen van geld en geluk die een man plotseling optillen en ver boven zichzelf doen uitstijgen.

My cousin

Ik heb tegen Jeff gezegd dat ik naar de Striptease ga voor werk, anders moet de baas van die stripclub de taxichauffeur vijfentwintig dollar betalen wegens geleverde klandizie. Alex Garafolo wacht op me bij de ingang van de club, ergens in de desolate straten die evenwijdig aan de Strip lopen en de charme hebben van een industrieterrein. Alex is een van de grote mannen tegen wie Cookie Citro in de jaren zeventig opkeek. Als ze met haar dienblad door de Alladin liep, hield ze hem en zijn vrienden vol ontzag in de gaten. Alex, brutaal, knap, onaantastbaar, wist hoe hij geld moest laten rollen. Nooit had ze verwacht dat hij nog eens een van haar beste vrienden zou worden.

Alex, of eigenlijk Alessandro, is een hartelijke man van midden vijftig; gebruinde huid, grijs haar, nog altijd aantrekkelijk. 'All the girls love Alex', heeft Cookie gezegd. Sinds een paar jaar werkt hij hier als bedrijfsleider, zegt Alex, terwijl hij me rondleidt. Hij spreekt met het rusteloze accent van de Italiaanse Amerikaan. Een neef van hem is de eigenaar van de Striptease. De manier waarop Alex 'my cousin' zegt, brengt een hele reeks films met Al Pacino in herinnering.

Het is een stille avond. De meisjes, jong en mooi opgemaakt, hangen verveeld achterin de club, wachtend op hun beurt op het kleine ronde podium. Vanuit het duister probeert een diskjockey de paar mannen aan de rand van het podium dollarbiljetten uit de zakken te praten. Een beetje achteraf zit een oudere Japanner achter een beker priklimonade. Omdat de meisjes van de Striptease helemaal naakt gaan, mag hier geen alcohol geschonken worden.

Las Vegas noemt zich tegen wie het maar horen wil Sin City, maar de hoeren die naar de hotelkamers komen, moeten zich aanprijzen als naaktdansers. De lapdance die de meisjes van de Striptease - ze hebben namen als Alesha, Bobby Ann en Marsha - me met routineuze geilheid tegen steeds verder dalende prijzen aanbieden, is een onmachtig, aan strenge regels gebonden paringsritueel: het meisje naakt en wulps, de klant passief en aangekleed en handen thuis.

Terwijl zijn meisjes zich één voor één rond de stalen palen op het podium kronkelen en hun benen spreiden voor de gebiologeerde mannen, weidt Alex uit over zijn Las Vegas. Hij komt uit Pittsburgh. In de jaren zeventig had hij verschillende jazzclubs in Los Angeles en organiseerde hij groepsreizen naar Las Vegas. Even was hij rijk, maar in de wilde jaren hier heeft hij het er allemaal doorheengejaagd. Een paar miljoen dollar wel, alles bij elkaar, grotendeels vergokt. Spijt heeft hij niet, de dingen gaan zoals ze gaan.

Zijn stem klinkt zwaar van teleurstelling. In het levensverhaal van Garafalo zit een flink gat. Tegen de Nederlandse fotografe die zijn portret heeft maakt, heeft hij zich laten ontvallen dat hij zeventien jaar in de gevangenis heeft gezeten, waarvoor wilde hij niet zeggen. Het kost me weinig moeite iets te bedenken: Pittsburgh, een Italiaans-Amerikaanse familie, nachtclubs, gokken, schulden, Alex moet in dat milieu zo'n twintig jaar geleden iets afgerekend hebben. Tegen mij wil hij alleen kwijt dat hij geen verwachtingen meer heeft van het leven, alleen het lot van zijn kinderen trekt hij zich nog aan. Daarom is het onverdraaglijk dat zijn oudste dochter twee maanden geleden is overleden, een virusinfectie gecombineerd met gebrek aan weerstand door boulimie.

Hij moet dit weekend naar Los Angeles om een grafsteen te bestellen. 'It's killing me.'

Hij is alweer lang geleden gescheiden, trouwen wil hij nooit meer. Op dit moment heeft hij een vriendin, een jonge meid, 'she's great', en zijn overige kinderen maken het goed. Een van zijn zoons, Gino, een musicus in Los Angeles, heeft net een cd opgenomen, hij zal hem me laten horen.

Als Alex weg is om de cd te zoeken, biedt een van de meisjes, blond, blauwe ogen, een stralend bleke huid, me 'two for one' aan - twee lapdances, één betalen. Ze danst hier nu een paar maanden. Ze wil verder leren, alleen moeten er eerst nog schulden afbetaald worden. Terwijl ze het zegt, haalt ze bijna verontschuldigend haar schouders op, ze beseft zelf wel dat haar dromen het zullen afleggen tegen de werkelijkheid. Het strippen is verslavend, zegt ze. Het geld. Zolang ze nog jong is, waarom niet?

Alex is terug en steekt zijn vinger op: het begint. Zijn zoon Gino maakt subtiele muziek die me aan Lenny Kravitz doet denken, soulachtig, ontspannen, een beetje retro, jazzy ook. Een van de meisjes begint braaf met haar act op de lome muziek. Ik krijg een ongemakkelijk gevoel van het contrast tussen haar kronkelende armen en benen, haar gespeelde naakte overgave aan vreemden, en de blik van vaderlijke trots in de ogen van Alex.

Videopoker

Dat de bewoners van Las Vegas zelf niet gokken, is een mythe, beweert Desiree Hack, een van Alex' meisjes. De meesten zijn geen wilde gokkers, dat is waar, maar veel bewoners zijn verslaafd aan videopoker, de speelautomaten die je overal in de stad tegenkomt, in bars, winkels en wasserettes. Het lijkt een ongevaarlijk spel, je inzet per spel is klein, maar in een paar uur kun je gemakkelijk een paar honderd dollar verspelen. De meeste meisjes uit de club jagen hun inkomsten van een avond er meteen doorheen.

Zelf gokt ze niet, zegt Desiree, een zachtaardig meisje van drieëntwintig met grote bruine ogen. Of nauwelijks. Ze is getrouwd met een man die het best vindt dat ze een stripper is, hij heeft haar via haar werk ontmoet. Ze hebben een zoontje, Kyler. Op haar negentiende arriveerde ze met één koffer in Las Vegas, de volgende avond danste ze naakt in de Can Can Club, een verschrikkelijke tent, heel anders dan de Striptease. Doodsbang was ze, die eerste avond, maar ze is snel over haar angst heengestapt. 'Na een week merk je niet eens meer dat je naakt bent.'

Ze houdt veel van het leven hier, zegt ze eerst, het heeft allemaal heel gelukkig uitgepakt. Maar na een lofzang op Las Vegas en op Alex en zijn club zegt ze ineens dat ze er nooit aan zou zijn begonnen, als ze geweten had wat haar te wachten stond. Waarom, vraag ik. Ze kijkt me veelbetekend aan. 'The men', zegt ze en de blik in haar ogen wordt strak.

Bevroren glimlachen

De Jubilee-show in het Bally's Hotel is bijna toe aan zijn twintigjarig jubileum. Klassiek Las Vegas-entertainment is het, heel erg klassiek, met veel wuivende veren, twinkelende lichtjes, beschaafde blote borsten en bevroren glimlachen hard als ijsschotsen. Het ene showballet volgt het andere op, er wordt gezongen met schelle Broadwaystemmen over meisjes en maanlicht en zo nu en dan rijst er een spectaculair decor op, zoals het interieur van de Titanic, dat binnen vijf minuten met veel mechanisch geweld weer ten onder gaat. Tussen de bedrijven door tovert goochelaar Dirk Arthur wat witte tijgers weg. Het publiek bestaat uit bejaarde Amerikaanse en middelbare Aziatische echtparen.

Jubilee is de laatste show van dit soort in Las Vegas. Het Stardust Hotel, waar de Nederlandse showgirl Aki een paar jaar geleden triomfen vierde, heeft zijn show opgedoekt en grossiert nu in versleten rock- en soulzangers, die als levende legendes worden aangekondigd.

Het nieuwe MGM Grand heeft een sjieke blootshow uit Parijs laten overkomen, die veel moderner en gewaagder oogt.

Ik heb een afspraak met de company manager, een kleine, energieke vrouw van rond de zestig. Ze heeft een vriendelijk, rond gezicht, maar de blik in haar ogen is kordaat. Ze stelt zich voor als Fluff LeCoq. Terwijl ze me voorgaat naar haar kantoor, zegt ze dat Fluff natuurlijk maar haar bijnaam is. In werkelijkheid heet ze Ffoliatt, een naam uit Wales.

'Ah, u komt uit Wales?'

Ze schudt haar hoofd. 'Chicago. My mother got it out of some magazine.'

Ook Fluff heeft de transformatie van Las Vegas in een door multinationals bestuurd pretpark meegemaakt, maar anders dan Cookie heeft ze de nieuwe orde omarmd. Eind jaren veertig zocht ze het avontuur in de gokstad en werkte ze jarenlang als showgirl in The Last Frontier en in nog tal van andere plaatselijke casino's. Geen van de meisjes had een dansopleiding, ze deden maar wat tussen de gangen van het diner door. Ze dansten niet topless, dat kwam pas veel later uit Parijs overgewaaid. Het waren de gouden jaren, benadrukt ook zij, alles goud en glans en goede manieren. De mobsters worden door haar consequent aangeduid als 'businessmen'.

Inmiddels kan ze zichzelf nergens anders meer voorstellen dan in Las Vegas. Voor Bally's bewaakt ze de kwaliteit van de Jubilee-show. Iedere avond na de laatste voorstelling schrijft ze een rapport voor het Human Resources Department van de hotelketen, waarin ze keurig meldt welke dansers er de kantjes vanaf lopen, wie er te dik wordt, wie te oud, wat er gezegd is. Soms is dat moeilijk, geeft Fluff toe. Ze begint te fluisteren. Ze moet alles rapporteren, ze kan niet even informeel een showgirl apart nemen en toespreken. Dat betekent dat ze geen enkele persoonlijke vriendschap kan aangaan met de dansers. Het nieuwe Las Vegas is onpersoonlijk, geeft ze toe. Van haar bazen, de mannen van het Human Resource Department, kent ze niemand, het zijn ook steeds weer andere namen. Ze weet niet wie haar dagelijkse rapporten leest, wie de beslissingen over de show en de dansers neemt.

Fluff LeCoq somt de eigenschappen van de ideale showgirl op. De maten moeten kloppen, dat is punt één. Ze wijst op een houten meetlat in haar kantoor, die nooit liegt, anders dan de meeste meisjes die zich aanmelden. Van iedere honderd die aan haar audities meedoen, neemt ze er hoogstens twee of drie aan. Lang moeten ze zijn, dun ook, maar waar het vooral op aankomt, is de houding, die intrigerende mengeling van pikante verleiding en superieure afstandelijkheid. Zo'n ideaal meisje is schaars. Fluff LeCoq praat erover met een hoopvolle glans in haar ogen, alsof ze op zoek is naar de nieuwe Dalai Lama.

Oud voor een danseres

Later, tussen twee shows door, ontmoet ik Akke Alma, alias Aki, in de koffieshop van het Bally's casino, omringd door fruitautomaten en voorzichtige gokkers in hun te wijde zomerkleren. Akke is de Nederlandse showgirl die eens de ster van het Stardust was. Haar gezicht stond op de grote billboards langs de Strip, ze keek je aan vanaf taxi's en vanaf het privé-vliegtuig van het Stardust Hotel. Ze is lang en blond en dun, en ze doet een beetje hektisch, want ze moet zo weer op. Ze heeft haar make-up en lange showgirlwimpers nog op.

Nadat het Stardust zijn showgirls ineens aan de kant had gezet, had Aki het dansen wel gezien, dacht ze. Maar ze kon het toch niet laten en nu doet ze weer twee Jubilee-shows per avond, zes keer per week. Maar het zit er bijna op, ze is zesendertig, dat is oud voor een danseres. Bovendien is de Jubilee-show haar te ouderwets. Voordat ze als showgirl ging dansen in Parijs, heeft ze in Nederland rechten gestudeerd, en nu wil ze verder studeren aan de universiteit van Nevada, die ook in Las Vegas is gevestigd. Een paar jaar geleden is de eigenaar van een van de oudste casino's van Las Vegas, de Horseshoe, vermoord door zijn jonge vriendin en haar minnaar. De advocaat die deze zaak heeft gedaan, heeft zijn professionele oog op Akke laten vallen, dus wie weet. Ze denkt niet aan weggaan. Ze heeft hier een huis met een zwembad, in een rustige buurt. Dat weten de meeste mensen niet, zegt ze, dat het mogelijk is een gewoon leven te leiden in Las Vegas. 'Hoewel, wat is gewoon?' Terwijl zij haar triomfen vierde in het Stardust Hotel, werkte haar vriendje, die eigenlijk rockmuzikant was en voortdurend naar L.A. ging om audities te doen, als piraat bij het Treasure Island Hotel, een eindje verderop aan de Strip. Zes keer per dag wordt daar voor de deur een kleine zeeslag geleverd tussen een piratenschip en een Engels marineschip, zes keer per dag ging haar vriend kopje onder. 'We denken zelf dat we een volkomen normaal bestaan hebben', zegt Akke met spottend lachje, 'maar ondertussen doen we de raarste dingen.'

Bovenop de Stratosphere, het betonnen torencasino dat enkele jaren geleden halverwege de Strip is verrezen, kijk je uit over heel Las Vegas. De stad verdraagt je blik slecht. Wat je meteen opvalt, is dat Las Vegas geen stad is. De vallei in de woestijn heeft zich gevuld met gebouwen en mensen, die voortdurend vervangen worden zonder veel sporen achter te laten. De grote themahotels - de Eiffeltoren, het Empire State Building, de zwart glanzende piramide van het Luxor - in het harde zonlicht zien ze er van deze hoogte onooglijk uit. De nieuwe buitenwijken, met hun kaarsrechte, uniforme straten en omheinde huisjes maken een zielloze indruk, net als de tussenliggende trailerparken, die van bovenaf net zo geordend ogen als de nette burgerbuurten.

Geen wonder dat de Stratosphere geen groot succes is en ongetwijfeld over een tijdje weer zal worden opgeblazen, zoals alle gebouwen in Las Vegas die geen hoge winst meer genereren. Voor wie zich verloren heeft in de stad, moet deze aanblik zijn als het eerste ochtendlicht voor een vampier. Ineens begrijp ik de uitval van Cookie Citro over de Stratosphere en zijn King Kong-attractie. Het uitzicht vanaf de toren biedt wat geen bezoeker of bewoner van Las Vegas zoekt: overzicht, perspectief, de naakte werkelijkheid.

Nieuw uiterlijk, nieuw leven

Als Las Vegas toch een ziel heeft, dan is het iemand als Art Scott. Toen hij hier tien jaar geleden met zijn vrouw aankwam, verkocht hij nog auto's. Sindsdien heeft hij talloze transformaties ondergaan. We drinken koffie in een cafetaria in Caesars Palace, een uur voordat Art aan het werk gaat. Hij is groot, in de Amerikaanse betekenis van dat woord, hoewel hij sinds zijn scheiding een paar kilo's is kwijtgeraakt. Zijn haar heeft hij op advies van zijn kapper kanariegeel laten verven, en het werkt, vrouwen maken er aardige opmerkingen over. Even wennen was het, om op z'n veertigste weer de markt op te gaan, maar het bevalt hem uitstekend. Nieuw werk, nieuw uiterlijk, een nieuw leven. Art Scott is er klaar voor.

Hij heeft bij de marine gezeten, daar komt zijn liefde voor wapens vandaan. In Las Vegas heeft hij jarenlang in een wapenwinkel gewerkt en hij is een fel voorstander van het recht op wapenbezit. Thuis heeft hij een klein arsenaal, waaronder een Glock en zelfs een Uzi. Alleen om mee te oefenen natuurlijk. Een voor een somt hij de argumenten van de National Rifle Association voor me op, die moeten aantonen dat Amerika alleen maar veiliger wordt wanneer iedere huizenbezitter een pistool onder zijn kussen heeft liggen.

Toen hij in de wapenhandel zat, deed Art Scott ook nog aan thuiswerk: hij was manager van de Psychic Hotline. Hoewel hij zelf niet paranormaal begaafd is, heeft hij toch jarenlang leiding gegeven aan een groepje mediamieke personen, die wanhopige bellers van advies dienden. Een van hen was een gediplomeerde heks.

Zelf nam Art ook telefoontjes aan. Daar voelt hij zich achteraf wel schuldig over, omdat hij deed alsof hij in de toekomst kon kijken, en boodschappen van Gene Zijde doorkreeg, terwijl hij in hart en nieren een christen is. Mensen die ten einde raad waren, moest hij vertellen hoe het nu verder moest, met hun kanker, hun overspelige echtgenoot of hun verduisteringen op het werk. 's Nachts aan de telefoon vertellen mensen je alles, zegt Art. Op een gegeven moment werd zijn schuldgevoel eenvoudig te groot.

Na een tijd aan mensen op straat rechtsbijstandsverzekeringen te hebben verkocht , ging hij bij een bank werken. De Nederlandse fotografe trof hem aan terwijl hij rozen verkocht op de sierbrug tussen The Venetian en het Paris Hotel. Achthonderd moest hij er kwijt; een handeltje van twee zwarte vrienden, dat ze het Rosecartel noemden. Nieuw is zijn carrière als voice-over. Voor een lokaal radiostation sprak hij al wat reclamespotjes in, maar nu heeft hij een cd laten maken met zijn eigen stem en is hij klaar voor de televisie.

Na een paar jaar Las Vegas keerde Art nog even terug naar de westkust, maar hij merkte dat de stad hem in het bloed zat. Als hij hier om half vier 's nachts wakker wordt, kan hij de straat opgaan en ergens iets gaan drinken, sigaretten kopen, wat hij maar wil. Dat zijn vrouw overspel pleegde met een collega van haar werk, was even slikken, vooral toen het uitkwam doordat ze hem een geslachtsziekte had bezorgd. Die man had haar gouden bergen beloofd, allemaal onzin. Art is realistisch. Toch ziet hij weer overal mogelijkheden. Ik wens hem succes met zijn nieuwe baan.

Een uur later dwaal ik rond door de nieuwe winkelpromenade van Caesars Palace, de trots van het nieuwe Las Vegas; hoge marmeren paleisgangen, bekleed met goudverf en marmer. Het publiek dat zich voor de etalages van de dure modemerken verdringt, behoort tot de gegoede middenklasse; winkelen is voor hen belangrijker dan gokken.

Temidden van de mensenmassa valt mijn oog op een man met geel haar. Hij staat in een geïmproviseerde houten kiosk midden tussen het publiek. Art verkoopt kaartjes voor The Race for Atlantis, een nieuwe 3d attractie een eindje verderop. Na nog geen twee weken werken heeft hij zijn collega's qua omzet al ver achter zich gelaten. M

Auditie in casino Bally's voor het Jubilee-gezelschap. Dit is een line-up van de nieuwe meisjes om te kijken of ze bij elkaar passen.

Bas Heijne is redacteur van NRC Handelsblad.

Zijn laatste boek, De wijde wereld, verscheen voorjaar 2000 bij uitgeverij Prometheus.

Marijn Scheeres fotografeerde met steun van de Stichting Fonds Anna Cornelis twee maanden mensen uit de gokindustrie in Las Vegas.