De verbeelding van de intimiteit

Drie weken, tot begin deze week, heeft de staking in de Franse staatsmusea geduurd. Aanleiding was een conflict over de invoering van de 35-urige werkweek. In het geval van het Louvre, dat in die periode normaal gesproken 415.000 bezoekers zou hebben ontvangen en vijf miljoen gulden aan inkomsten derfde, hielden negentien van de in totaal achttienhonderd werknemers de staking in stand. Bij het Centre Pompidou, dat anderhalf miljoen gulden aan inkomsten misliep, werd het aantal stakers – leden van de bewakingsdienst – geschat op één à vijf procent van het totale personeel.

Het begin van de staking in het Centre Pompidou viel precies samen met de opening van twee exposities – van de Nederlandse kunstenares Marlene Dumas en de Amerikaanse fotografe Nan Goldin (beiden geboren in 1953) – die tot frustratie van alle betrokkenen pas deze week te zien waren.

De tentoonstelling van Goldins werk, met de titel Le feu follet, is met vierhonderd foto's reusachtig: zoals het hoort bij dit genre. Afzonderlijk brengen haar foto's inmiddels forse bedragen op, maar de waardering ervoor blijft sterk afhankelijk van de samenhang van het hele oeuvre.

Nan Goldin beheerst heus alle kneepjes van het vak – van pure techniek tot en met compositie – maar de kracht van haar foto's schuilt in het verhaal dat ze gezamenlijk vertellen. Daardoor lenen ze zich ook zo goed voor de diaseries die zij ervan gemaakt heeft en voor de inmiddels talrijke monografieën.

Behalve door de samenhang wordt de kwaliteit van Goldins werk bepaald door, zo te zeggen, haar eigen leven. De bijzonderheid van de drugsverslaafden, de drag-queens, de nachtvogels, de hoe-dan ook onaangepasten die haar foto's van de jaren zeventig en tachtig bevolken, heeft veel bijgedragen aan haar artistieke succes.

Dat klinkt onaardiger dan het is bedoeld: Goldin is nooit een buitenstaander geweest die met een koel-registrerend oog een subcultuur vastlegt en daardoor het gevaar loopt op de sensatie van het onderwerp te parasiteren. Haar `modellen' waren haar vrienden, ze heeft hun lot gedeeld, haar verslag is geen vorm van journalistiek maar een dagboek. Niet voor niets behoren de foto's waarop Goldin zelf te zien is met dichtgeslagen blauwe ogen tot haar bekendste.

Evenals de grote overzichtstentoonstelling I'll be your mirror die in 1996 in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien was, is Le feu follet een ontroerend document over een voorbije tijd en over – veelal door aids – verdwenen mensen. Maar juist die kwaliteit wordt onder druk gezet door het opgenomen recente werk, van de afgelopen drie, vier jaar.

Wellicht mede door de roem is Goldins leven zichtbaar een stuk ordelijker, maar ze fotografeert nog altijd wat ze zelf ook noemt `de intimiteit' van haar vrienden. Dat zijn inmiddels weliswaar alternatievige maar burgerlijke stellen die in hun blootje wat ronddollen, al dan niet in het bijzijn van hun kindertjes.

Wat ontbreekt, is pijn, moeizaamheid, emotie – en van de weeromstuit krijgt `de intimiteit' iets uitgemolkens, iets kokets, als van een formule. Het verbaast in dit verband niet dat de nieuwste diaserie `Heartbeat', als was het een videoclip, begeleid wordt door een speciaal geschreven nummer van Björk.

Intiem is, al was het slechts door het formaat, Nom de Personne, de tentoonstelling van grafisch werk van Marlene Dumas. Het gaat om ongeveer tachtig unieke werken, daterend van 1973 tot 2001. Op het allervroegste collage-werk na geven ze met hun vlekkerige, zeer gestileerde maar altijd herkenbare vormen alle een duidelijk beeld van de signatuur van Dumas. Net als Goldin houdt Dumas een soort dagboek bij, waarin haar heimwee naar haar geboorteland Zuid-Afrika tot en met haar zwangerschap, seks- en liefdesleven een rol spelen. Maar de verwerking van die thema's is nooit eendimensionaal, rechtstreeks, of liever gezegd: zonder raadsels of humor.

Op het vrijwel abstracte Homsick 2 kan men een vorm als van de Tafelberg bij Kaapstad ontwaren, een vorm die betekenis krijgt in combinatie met de titel. Een bijna kinderlijke close-up van een vrouw die een man pijpt, krijgt door de erboven gehanepote titel, Female artist thinking about art, zelfs een dubbele bodem: ze pijpt maar, getuige het werk, heeft ze tegelijkertijd wel degelijk ook aan kunst gedacht.

Zijn titels, woorden in beeldende kunst vaak storend, bij Dumas is het tegendeel waar. Het beeld van een nauwelijks te ontwaren naakte rug op de voorgrond met drie donkere figuren op de achtergrond heet Name no names en ontleent, met die verwijzing naar martelpraktijken, mede daaraan zijn dramatische lading.

Voor de prent met de masturberende man geldt in geestige zin hetzelfde: Things men do staat er onderin de hoek te lezen. Een tekening van een rokende man met ontbloot bovenlijf met de titel A Sigarette Before And After doet een succesvol beroep op een cliché.

Nom de personne vergt veel tijd en aandacht van de beschouwer. Maar die heeft dat er graag voor over. Want los van de kwaliteiten van de stijl van Marlene Dumas is dat er ook één: met haar eigen fantasie die van anderen prikkelen.

Tentoonstelling: Le Feu Follet van Nan Goldin tot 10/12; Nom de Personne van Marlene Dumas tot 31/12. Centre Pompidou, Parijs.

    • Pieter Kottman