De prijs-kwaliteitverhouding

Het lied van de loonmatiging klinkt weer uit volle borst. Ministers, werkgevers, de president van De Nederlandsche Bank: allemaal weten ze zeker dat wanneer u en ik bescheiden zijn met ons salaris, de baas meer winst maakt. Als alle verpleegsters het voorbeeld volgen van Florence Nightingale, kan de zorgsector ook nog wat goedkoper. Gelukkig leven de hogepriesters van de loonmatiging in eigen kring niet altijd volgens dit edele recept.

Minister Zalm van Financiën heeft voor de president van De Nederlandsche Bank een salaris goedgekeurd dat bijna twee keer zo hoog is als dat van diens Amerikaanse collega Alan Greenspan. Dat komt omdat Amerika het mooie principe hanteert dat de president van het land een nog zwaardere functie heeft dan de president van de centrale bank. Minister Borst van Volksgezondheid benoemt een inspecteur-generaal voor een salaris van meer dan een half miljoen gulden per jaar, en is daarna waarschijnlijk opgelucht dat de Tweede Kamer blaat over de heel wat lagere salarissen van de directeuren van ziekenhuizen, omdat zij dààr niet direct verantwoordelijk voor is.

Ik denk dat wij als gewone burgers zulke subtiele beslissingen maar aan de hooggeplaatsten moeten overlaten. Maar wij zouden de boven ons gestelden dankbaar zijn wanneer ze hun voortreffelijke inspanningen om de duurste man op de beste plaats te krijgen ook eens zouden toepassen op het leven van alledag. Mijn nichtje in de tweede klas van het voortgezet onderwijs stuurt een e-mail om te vertellen dat niet alleen economie maar ook Nederlands voor het hele schooljaar is uitgevallen omdat er geen docent is. Het leger heeft meer vacatures dan ooit tevoren. Zorg, onderwijs en politie: overal slaan vacatures gaten in de kwaliteit. Niet iedereen beseft hoeveel goedkoper Kok en Zalm onze collectieve sector hebben gemaakt. Wat er nu nog over is aan Nederlandse staatsschuld komt neer op 30.000 gulden per Nederlander. Daarmee staat Nederland in het Eurogebied op een mooie derde plaats uit elf landen. Ook voor wat betreft het tempo waarin onze schuld krimpt zijn wij bijna aan de top: sinds de start van de euro is de Nederlandse staatsschuld als percentage van de economie met meer dan twintig procent afgenomen en dat is beter dan negen andere eurolanden. Onze staatsschuld is ook al kleiner dan bijvoorbeeld in de fiscaal conservatieve Verenigde Staten, en omgerekend is de resterende Nederlandse staatsschuld nu 150 miljard gulden lichter dan gemiddeld in het eurogebied.

Gezaghebbende bronnen als het Internationale Monetaire Fonds, de Economist, de Financial Times en de Duitse economische instituten waarschuwen om van overschotten op de begroting geen star dogma te maken in moeilijke tijden. Nederland luistert niet en wordt in Europa echt een buitenbeentje. Volgens de laatste prognose van ABN Amro en het CPB wordt het verschil voor 2002 tussen ons land en het gemiddelde van de eurozone nu zo groot dat wij afstevenen op een overschot van 6 miljard, terwijl elders gemiddeld 12 miljard wordt geleend in een lastig jaar (omgerekend naar de omvang van Nederland). Zelfs zo'n bescheiden tekort is minder eng dan het lijkt: vanwege de inflatie neemt nog steeds de last van de staatsschuld af.

Niemand is voor geldsmijterij in de overheidssector, maar hoe luider ministers en hoge ambtenaren roepen om loonmatiging, des te minder politieke ruimte blijft over om de kwaliteit van onderwijs, zorg, politie en wegennet te verbeteren. Nederland is na Zwitersland, Luxemburg en Noorwegen het rijkste land van Europa en kan het zich zeker permitteren om financieel te plannen op basis van gewenste kwaliteit en niet uitsluitend met het oog op versneld aflossen van de staatsschuld. Laat ministers en hoge ambtenaren tekenen voor prestaties bij onderwijs, zorg, politie en transport en dan zo eerlijk mogelijk uitrekenen wat die prestaties moeten kosten. Nieuw Zeeland en Engeland hanteren al zo'n systeem met afspraken over de prestaties en ik denk dat veel Nederlanders best iets meer over zouden hebben voor onderwijs, zorg, politie en wegennet wanneer eisen van kwaliteit op papier stonden en afgerekend werd – ook in Den Haag – op resultaat. De minister van Financiën wordt dan iets minder belangrijk, maar de kwaliteit van de overheid komt in een beter licht.

MKB-voorzitter Hans de Boer wil ook graag loonmatiging in het bedrijfsleven. Jaren tachtig retoriek die slecht past bij de uitdagingen van 2002. Lange tijd was Nederland economisch een wel erg sjofele nabuur van de Bondsrepubliek. Nu lijkt Nederland meer op de succesvolle deelstaten als Beieren en Baden-Wurthenberg voor wat betreft de kosten. Zo'n wat hogere prijs is geen probleem zolang die samengaat met een hogere kwaliteit. Alle Duitse ondernemers weten dat München en Stuttgart duurder zijn dan Kiel of Leipzig, maar niemand praat over loonmatiging om alle lonen weer gelijk te trekken op het laagste peil. Het is helemaal niet erg wanneer Amsterdam even duur dreigt te worden als München. Wel erg is dat Amsterdam zo smerig en crimineel is en nog verder achteruit zal gaan zonder leraren voor de klas of verpleegsters in het ziekenhuis. Want bij zo'n slechte verhouding tussen prijs en kwaliteit vertrekken ook de leden van Hans de Boer naar gunstigere locaties of maken ze extra kosten om in een lastige omgeving te overleven. In het eurogebied kunnen bedrijven heel goed zelf uitmaken of kosten en kwaliteit concurrend zijn. Te hoge lonen zijn slecht voor de winst maar wie te krap betaalt houdt vacatures en loopt nog een ander risico: if you pay peanuts, you get monkeys. Een nationale klaagzang over loonmatiging past niet in de nieuwe wereld van de euro waarin onze regio moet concurreren op prijs èn kwaliteit.

    • Eduard J. Bomhoff