De politieke elite viel hopeloos door de mand

Indonesië schaamt zich, maar is ook een tikkeltje geamuseerd. Wat zich donderdag afspeelde in de `tempel der democratie' was niets meer of minder dan een démasqué. En als het masker valt, is dat voor de één een schok en voor de ander een feest van herkenning. `Beschamend!', kopte het landelijke ochtendblad Kompas gisteren, `Een trieste vertoning' stond boven het hoofdartikel van Media Indonesia. Amien Rais, als voorzitter van het Volkscongres de hogepriester van de tempel, vroeg het Indonesische volk om vergeving.

Politici roepen nu eenstemmig dat ,,dit niet kan'', maar in de kampongs van Jakarta kijkt men dwars door hun boetekleed heen. Santoso, uitbater van een rookwarenkraam in het centrum van de hoofdstad: ,,Nu komt de aap uit de mouw. Ik heb altijd wel geweten dat zij niet opkomen voor de kleine man, maar voor hun eigen zaakjes. Als onze kinderen slaags raken op straat, spreken zij er schande van, maar ze zijn zelf geen haar beter.''

De jaarlijkse zitting van het Volkscongres begon donderdag met een ordinaire partij matten tussen afgevaardigden. Voorzitter Rais had in zijn openingswoord de agenda van de tiendaagse zitting uiteengezet. Hij was nog niet uitgesproken, of hij werd bestookt met een spervuur van interrupties.

Rais poogde de vele eisers van spreektijd om beurten het woord te geven, maar dat mislukte jammerlijk, want de emoties liepen zo hoog op dat geen enkele spreker zijn verhaal kon afmaken. De voorzitter schakelde de microfoons van ongeduldige leden uit, waarop ze – een tiental – naar voren stormden en zich, heftig gebarend, verdrongen voor de tafel van het presidium.

Rais raakte in paniek. ,,Gaat u zitten, gaat u zitten'', riep hij, ,,Dit is het hoogste college van staat, niet de Pasar Klewer.'' Dat is een schilderachtige, volkse markt in Rais' Midden-Javaanse geboortestad Solo. Het mocht niet baten. De voorzitter zat verstijfd in zijn zetel, terwijl afgevaardigden voor de tafel hun vuisten balden. Daarop poogden andere Congresleden de opgewonden collegae tot kalmte te manen. In het gedrang haalde een afgevaardigde uit en bezorgde één van de vredesstichters een blauw oog. Het Indonesische Volkscongres ontaardde in een Poolse landdag en Rais schorste de vergadering.

Waar maakten de geachte afgevaardigden zich zo druk om? Artikel 2 van de grondwet bepaalt dat het Volkscongres is samengesteld uit de leden van het parlement, aangevuld met vertegenwoordigers van `maatschappelijke groepen' en `afgevaardigden van de gewesten'. Die grondwet, een combinatie van liberaal-democratische en corporatistische elementen, dateert van 1945 en staat nu ter discussie. In 1999 besloot het Congres dat de 130 regionale afgevaardigden, aangewezen door streekparlementen, geen afzonderlijke fractie behoeven te vormen en dat deze provinciale politici zich dienen aan te sluiten bij de fracties van hun partijen. Sindsdien voeren de gewestelijke afgevaardigden een politieke guerrilla voor herstel van een eigen fractie, want dat levert emolumenten op en ook een zetel in het Congrespresidium. De werkgroep die deze zitting heeft voorbereid, verwees het voorstel naar een van de Congrescommissies, maar de `provincialen' eisten een onmiddellijke stemming. Zij maken geen kans, want de twee grootste partijen vrezen afkalving van hun eigen fracties en daarmee machtsverlies.

Een parlementaire kloppartij als die van donderdag is nog nooit vertoond in Indonesië. Congreszittingen zijn al sinds mensenheugenis gortdroge rituelen. De heren in tweedelig pak en de dames in islamitische of Javaanse dracht vielen wel eens in slaap, maar verhieven nooit hun stem. Onder het ruim dertigjarige, autoritaire bewind van Soeharto was dit gedweeë gedrag voorgeschreven. Het Volkscongres applaudisseerde, stemde nooit en riep slechts unisono 'Setuju!' (akkoord). De politieke cultuur van Indonesië was lange tijd doordrenkt van het Javaanse beginsel dat stemverheffing gezichtsverlies betekent en conflicten dienen te worden vermeden. Een culturele norm die de Javaan Soeharto verhief tot een nationaal beginsel. Na diens val bleek de norm flinterdun. Onder de oppervlakte sluimerende hartstochten – machtshonger, geldzucht – laaiden weer op en de `politieke elite' viel hopeloos door de mand.

Na donderdag spant deze `elite' zich in om haar gezicht te redden en het gemoraliseer is niet van de lucht. Voorzitter Rais vindt dat de `aanstichters tot deze wanvertoning' hun zetel moet worden ontnomen. Vice-president Hamzah Haz, voorzitter van de grootste moslimpartij, rept van ,,een toenemend gebrek aan akhlakul karima (Arabisch voor hoogstaande moraal)''.

Maar het Indonesische publiek laat zich niet foppen door hun krokodillentranen. Journalisten op de publieke tribune riepen tijdens het handgemeen: ,,Jullie kennen geen schaamte!'' Kraamhouder Santoso: ,,Onder Soeharto moesten ze zich gedragen, maar nu tonen ze hun ware gezicht. Het gaat hun louter om de centen; daarom knokken ze als straattuig.''

    • Dirk Vlasblom