`De dokters, dat zijn wij'

Tientallen keren heeft Eugène Sutorius als advocaat artsen verdedigd die betrokken waren bij euthanasie. Hij maakte één keer euthanasie van nabij mee. `We hebben te weinig gesproken over de wortels van het euthanasievraagstuk.'

Wie dacht dat de discussie over euthanasie beslecht was toen de senaat in april akkoord ging met de wet heeft het mis. Donderdag dient het hoger beroep tegen de huisarts Philip Sutorius bij het gerechtshof in Amsterdam. Hij hielp het voormalig Tweede-Kamerlid voor de PvdA E. Brongersma met sterven. Brongersma was levensmoe. Hij kon niet meer verder, was `klaar met het leven'. De Haarlemse rechter ontsloeg de huisarts van rechtsvervolging, maar het openbaar ministerie ging in beroep.

De huisarts is de neef van Eugène Sutorius (54). Eugène Sutorius nam in 1982 de verdediging op zich van dokter Schoonheim die euthanasie had gepleegd maar vrijuit ging na de eerste principiële uitspraak van de Hoge Raad in 1984. Sindsdien heeft hij vanuit zijn advocatenpraktijk in Arnhem vele tientallen artsen verdedigd. Rechters bepaalden dat het lijden ondraaglijk en uitzichtloos moet zijn voordat euthanasie aan de orde is. Hij was betrokken bij alle belangrijke strafzaken over levensbeëindiging door artsen, zoals de zaak Stinissen en de zaak van psychiater Chabot in 1994. De Hoge Raad bevestigde toen dat ondraaglijk en uitzichtloos lijden niet hoefde te berusten op lichamelijke ziekte.

Bij het hoger beroep tegen zijn neef is Sutorius niet als advocaat betrokken. Of dat hoger beroep alsnog op een veroordeling uitdraait lijkt af te hangen van de vraag of de strafrechter de aanvullende eis zal stellen dat het vastgestelde ondraaglijk en uitzichtloos lijden van Brongersma moet berusten op een ziekte.

Sinds vorig jaar houdt Sutorius zich als hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam meer met de internationale strafrechtelijke tribunalen bezig dan met euthanasie. Hij spreekt bedachtzaam en probeert zorgvuldig onder woorden te brengen wat er de afgelopen twintig jaar op het gebied van euthanasie in Nederland is gebeurd. Hij heeft één keer van nabij euthanasie meegemaakt. Hij was aanwezig bij het sterven van een vriend.

Kunt u zich herinneren wat u dacht toen u daar aanwezig was?

,,Euthanasie is een heel sociaal gebeuren. Het gaat over afscheid nemen en de kans op afscheid. Je voelt ook de verlegenheid tijdens zo'n gebeurtenis. In het geval van deze vriend ging het om het drinken van een drankje. Dan is er nabijheid, een groot gevoel van betrokkenheid. Euthanasie is tegelijkertijd een onnatuurlijke manier om het leven uit te gaan. Daarom was ik extra alert op hoe ik het beleefde. Ik vroeg me af `wat gebeurt hier nu'. Ik was ook bezorgd of ik in de verwerking van rouw een probleem zou hebben, omdat het geen natuurlijk stervensproces was. Als iemand dan de indruk van bevrijding geeft, maakt dat veel uit voor je eigen gevoel. Dat spreekt vanzelf.''

Heeft u aan schuld gedacht?

,,Ja, dat woord is langsgekomen in mijn gedachten. Ik heb gedacht aan schuld, aan schaamte, maar dat is veel te sterk uitgedrukt. Nee, je bent geïnteresseerd in je eigen reactie op een stervensproces dat door een mensenhand wordt versneld. Voor mij was het ook de eerste keer dat ik sterven van nabij meemaakte. Ik heb me afgevraagd of dit goed was, of we het wel zo hadden moeten doen. Om het iets breder te trekken: is dit een goed verschijnsel voor een samenleving als de onze? Want dit gebeurt dan zo'n vierduizend keer per jaar in Nederland, zoals we nu uit onderzoek weten.''

Twijfel?

,,Nee, in het geval van deze vriend niet. De twijfel die je kunt hebben over euthanasie betreft veel meer de wortels van het euthanasievraagstuk. Wat heeft gemaakt dat we als samenleving hier zijn aangekomen. Natuurlijk: we worden met zijn allen veel ouder, er zijn nieuwe slopende ziekten bijgekomen met langdurig lijden, de sterfbedden zijn veranderd, maar er blijft ruimte voor twijfel. Twijfel over de individualistische westerling met zijn maakbaarheidsillusies, die kennelijk de behoefte heeft waar mogelijk het lijden te ontlopen. Twijfel aan onze capaciteit om zin te verlenen aan het leven en in het bijzonder aan lijden. Twijfel ook aan ons geloof in de techniek, het risico van overbehandeling. Onze hoop op nog weer een therapie, waardoor we soms verzuimen ruimte te maken voor afscheid, voor datgene wat noodzakelijkerwijs toch komt. Ik weet niet of die twijfel gerechtvaardigd is, maar het is goed om daar eens rustig over na te denken.''

In de discussie klinkt steeds het argument dat mensen waardig willen sterven. Wat is dat?

,,Het hele euthanasievraagstuk staat in Nederland op twee grondvesten. Het ene is het zelfbeschikkingsbeginsel. Dat is geen recht in strikte zin, want er valt niks af te dwingen. Een arts kan een ander oordeel hebben of niet mee willen werken en is daar ook nooit toe te verplichten. Zelfbeschikking gaat over het idee dat we ons leven naar eigen voorkeur mogen inrichten zolang we anderen daarmee niet schaden en ons aan de wet houden. Onze hele cultuur is van deze vrijheid doortrokken en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid. Er is geen goede reden te bedenken waarom we de laatste fase van ons leven daarvan uit zouden zonderen.

,,Het andere fundament is zorg. Barmhartigheid, iemand anders niet laten lijden als je daaraan kan bijdragen. Daarom is die arts van wezenlijk belang bij euthanasie. Omgaan met andermans lijden is zijn vak. Dat lijden kan voortkomen uit pijn of benauwdheid, angst of verwardheid. Maar dat lijden kan ook te maken hebben met de zorg niet meer waardig te kunnen sterven, de angst voor ontluistering zoals de Hoge Raad dat noemde. De aftakeling en eenzaamheid, het verlies van controle over jezelf wordt door sommige mensen als een vorm van onwaardigheid ervaren. In het begrip ontluistering zitten dus elementen die als onwaardig ervaren worden. In de ontluistering zit lijden.''

Welke mensen die lijden vragen dan om euthanasie?

,,Het hangt af van je karakter, en ook van je levensloop. Lijden is een buitengewoon persoonlijke, altijd geestelijke beleving. Wat mij opvalt in de zaken die ik ken, en dat zijn er toch wel honderden geweest via mijn cliënten, de dokters, is dat het vaak de bewuste twintigste-eeuwer is die zijn dokter kan overtuigen. Die er in slaagt om zijn werkelijke nood kenbaar te maken en die ook werkelijk in nood verkeert. Dus de biografie van zo'n man of vrouw brengt kennelijk eerder een bepaald soort lijden met zich mee, die andere mensen helemaal niet zo hoeven te beleven.''

Maar nu wordt ouderdom, een te lang leven ook als argument in de discussie ingebracht.

,,Wat wij ziekte zijn gaan noemen, een gebrek, een aandoening, een stoornis of een trauma hoeft niet principieel te verschillen van het lijden dat nog niet medisch is gedefinieerd. De manier waarop je lichaam aftakelt kan ernstig lijden opleveren, maar opnieuw: dat verschilt van individu tot individu. Het hangt er in hoge mate van af of je de aftakeling als ontluistering beleeft. Euthanasie is dus niet in de eerste plaats het antwoord op onduldbare pijn. Wat mensen om euthanasie doet vragen is niet de pijn zelf, maar het soms ontluisterend gevolg ervan. Mensen reageren daar verschillend op. Je ziet dat werkelijk gelovigen hierin een heel andere houding kiezen dan bijvoorbeeld humanisten. Ik zou niet goed weten waar ik zelf sta.''

U heeft nog geen wilsverklaring getekend?

,,Ik weet niet of de humanist of de katholiek in mij sterker is. Of ik kan aanvaarden dat ik aftakel en ontluister omdat dat bij het leven hoort. Of dat ik juist prijs stel op het behoud van het kenmerkende van mijn eigen leven, zoals ik dat zelf vorm gegeven heb. Mezelf daarin wil respecteren en in overeenstemming daarmee mijn leven wil afsluiten.''

Opmerkelijk dat we in Nederland zo openlijk met het euthanasievraagstuk omgaan.

,,Wij zijn een vreemd volk. De volksaard van de Nederlander is een curieuze mix van principieel gedrag en pragmatisme. Bij principiële kwesties nemen we graag een standpunt in en zijn we ook bereid daar krachtig voor op te komen. Maar of wij in Nederland nu zo sterk zijn in de analyse vraag ik me af. We hebben zelden gedebatteerd over de vraag waar euthanasie precies voor staat. Of dit het begin markeert van een culturele wende, een ommekeer, waarin we anders komen te staan tegenover de dood, en lijden een andere plaats in ons leven krijgt. We hebben gepraat over de zorgvuldigheidscriteria en of we die in wetgeving moesten vastleggen, of in rechtspraak of bij de artsen moeten laten. Maar onderzoek naar de wortels van euthanasie is niet gedaan.''

Wat denkt U?

,,Ik heb er wel een idee over. Natuurlijk heeft euthanasie te maken met onze opvattingen over zelfbeschikking, of de illusie dat we het lijden kunnen uitbannen, een illusie waar een groot deel van de geneeskunde op rust, of dat we het lijden minder goed kunnen aanvaarden. We worden ook allemaal ouder. Dat heeft het karakter van het lijden ingrijpend veranderd. Een eeuw geleden was de duur van het sterfbed veel korter. Je stierf aan infectueuze ziektes, tbc of een longontsteking. Dan was het binnen een paar maanden met je gedaan. En de lengte van ernstig lijden is een factor op zichzelf als je geestelijke draagkracht afneemt. Dat maakt het lijden dragen moeilijker. De allerlaatste levensfase is daardoor van karakter veranderd. Zo'n euthanasiewet aannemen heeft dan iets van therapie zonder heldere diagnose. Dat wij niet weten waar de oorzaak van de vraag naar euthanasie in onze cultuur vandaan komt, neemt intussen niet weg dat mensen lijden en dat dokters daar altijd wat aan gedaan hebben. Nederlanders zijn dan pragmatistisch en maken een wet.''

U heeft een groot vertrouwen in de Nederlandse arts.

,,Een arts is niet beter of slechter dan iedere andere burger. Moreel niet, professioneel niet. Waarom heeft deze ontwikkeling juist in Nederland plaatsgehad? Dat heeft behalve met onze volksaard te maken met die huisartsen, die dicht bij de familie staan. Dat kennen ze in veel andere landen niet. In Nederland zijn artsen van hun voetstuk gestapt, in tegenstelling tot andere landen. Een huisarts is vaak een vertrouwenspersoon. Wij kennen huisartsen die weinig medisch-technisch handelen, maar meer integrale hulp bieden, van medische handelingen tot vertrouwensgesprekken over zaken als zwangerschapsonderbreking, rouwverwerking en genetisch onderzoek.''

En waarom waren die artsen dan zo belangrijk in het euthanasievraagstuk?

,,Die artsen hebben zich van begin af aan met het probleem beziggehouden. Ze hebben rapporten laten schrijven, zich laten adviseren en ze hebben geholpen bij het formuleren van de zorgvuldigheidscriteria. Ze zijn meegegaan in deze ontwikkeling en hebben dus ook meegestuurd. Ze hebben zich opengesteld voor de vraag van patiënten terwijl ze het verrichten van euthanasie emotioneel zeer belastend vinden. Ze kijken, bij wijze van spreken, zelfs liever de andere kant op. Maar het feit dat ze als beroepsgroep onderdeel van deze ontwikkeling zijn geworden heeft tot een grote solidariteit geleid. Want het waren onze huisartsen die terechtstonden. Als je eigen brave huisarts voor de rechter staat, een plek waar normaal boeven staan, dan maakt dat mensen versneld bewust van het ethisch dilemma. Het strafproces als kijkdoos. Zonder hen zou het in Nederland net zo zijn gegaan als in Engeland of Frankrijk. Daar vindt euthanasie in schijngestalten of in het verborgene plaats.

,,En als artsen zeggen dat ze niet beginnen aan euthanasie bij dementie, moeten we heel goed naar ze luisteren. Heel veel mensen zijn inderdaad bang voor de ontluistering die dementie met zich meebrengt. Minister Els Borst heeft ook gezegd dat ze hoopt dat niet mee te hoeven maken. Dat ze hoopt dat een dokter er een einde aan wil maken. En wat zeggen de huisartsen? We beginnen er niet aan.''

Waarom zouden ze dat zeggen?

,,Omdat ze het actuele contact missen, de relatie met hun geestelijk afwezige patiënt. Ze kunnen voor hun gevoel niet meewerken aan euthanasie als er alleen een papiertje ligt, een wilsverklaring, en de patiënt niet aanspreekbaar is. Dat zegt iets over het innerlijke proces dat artsen doormaken als ze een verzoek om euthanasie krijgen. Het is overigens treurig voor die vele mensen die juist de aftakeling van dementie vrezen. Maar zoals wij de steun hebben gehad van de artsen in het ontwikkelen van de randvoorwaarden in een ingewikkeld vraagstuk, zo moeten we nu ook blijven letten op de kennelijk emotionele grenzen die zij aangeven. Die dokters, dat zijn wij. Dat zijn burgers die deel uitmaken van dezelfde samenleving als wij. Van dezelfde cultuur. Als zij zeggen: emotioneel kunnen wij het niet bij dementie, dan ligt daar kennelijk nu een grens.''

De vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt is van groot belang.

,,Daar zit het geheim. Ik geloof dat het behoud van de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt in Nederland van het grootste belang is voor dit vraagstuk. In de vertrouwelijkheid kan zoiets intiems als euthanasie aan de orde komen. En hoe moeilijk ook, ze hebben er aan meegewerkt. Hoe rechtsgeldig een wilsverklaring ook mag zijn en wat juristen er ook van mogen zeggen, als artsen breed aangeven `bij dementie doen wij niet mee, want wij willen een actuele verbinding met de patiënt', dat is dan dat. Je ziet datzelfde in de psychiatrie. Patiënten die uitbehandeld zijn zijn wanhopig. Juist omdat artsen en psychiater met hun rug tegen de muur staan, bestaat er een enorme weerstand tegen euthanasie of hulp bij zelfdoding.''

Is met de euthanasiewet nu alles gezegd?

,,Nee. Euthanasie is altijd een sluitstuk van goede zorg in de slotfase van iemands leven. Een van de belangrijkste maatschappelijke randvoorwaarden nu is het overeind houden van een solidaire gezondheidszorg. Die moet goed toegankelijk blijven. Dat gaat niet alleen over geneesmiddelen, maar over zorg in de brede zin van het woord. Dat gaat over een cultuur, waarin ouderen in staat zijn zin te blijven geven aan hun leven. En in onze cultuur wordt het lastiger om ouder te worden. Onze cultuur begint iets ouderonvriendelijks te krijgen. Dat moeten we niet verdoezelen. Dat zijn lastige gesprekken.''

Wat is voor u belangrijk bij het sterven?

,,Ik denk dat die laatste fase, het sterven, een heel belangrijke is. Het is het einde van een verhaal, soms van een feest soms ook helemaal niet. Naar de wijze waarop je dat beleeft ben ik nieuwsgierig. Ik zou dat niet graag willen missen. Wij zijn bovendien sociale wezens en de kans dat je afscheid kunt nemen van je vrienden en van je dierbaren is mij heel wat waard. Tegelijkertijd weet ik dat het een interesse is met een groot luxegehalte.''

Dus toch de humanist die in u de boventoon voert?

,,Ja, hoewel ik eerlijk gezegd geloof dat katholieken ook graag bewust afscheid nemen. Maar, het is waar, ik krijg als echte 20ste-eeuwer graag de gelegenheid te sterven zoals ik leefde. Zegt deze levende. Nu.''

    • Rik Delhaas