De berging van een stalen lijkkist

De buitenwereld was sceptisch over het lichten van de Koersk. De mannen van Mammoet kenden geen twijfels. `We hebben vaker dingen gedaan die nooit eerder waren gedaan.'

Pas toen Jan Kleyn vorige week over de nagenoeg drooggevallen onderzeeboot liep om de hijsklemmen los te maken, drong tot hem door wat de berging van de Koersk had betekend. ,,Tot dan toe was ik bezig geweest met het hijsen van een object en had ik eigenlijk nooit echt gedacht aan de verdronken opvarenden. Maar toen besefte ik dat ik liep over een grote stalen lijkkist met meer dan honderd mensen'', vertelt Kleyn van het hijsbedrijf Mammoet.

In de Russische marinehaven Rosljakovo (bij Moermansk) worden dezer dagen onder grote belangstelling lichamen geborgen uit de Koersk en bestuderen onderzoekers het wrak op aanwijzingen voor de oorzaak van de ramp. De laatste medewerkers van het bergingsconsortium Mammoet-Smit, onder wie Jan Kleyn, zijn afgelopen week teruggekeerd naar Nederland. De terugkeer markeert het einde van de Nederlandse inbreng bij het Koersk-drama, die vooral gestalte heeft gekregen door de succesvolle berging door Mammoet-Smit.

Vooraf had de buitenwereld nogal wat twijfels. Nooit eerder was zo'n grote onderzeeboot van de zeebodem getild, en dan ook nog een onderzeeboot die is uitgerust met kernreactoren, kruisraketten en mogelijk onontplofte torpedo's. Bovendien is het weer in de Barentszzee vanaf september uiterst onvoorspelbaar. ,,Ik heb nooit echt in spanning gezeten over de vraag of het zou lukken'', zegt leidinggevende Kleyn, die als liftmanager alleen de projectmanager boven zich had. ,,Wij hebben vaker dingen gedaan die nooit eerder waren gedaan, zoals het rechtop zetten van het reuzenrad in het Milleniumpark bij Londen. We dachten: als het weer meezit, dan lukt het.''

Het weer zou inderdaad de grootste spelbreker blijken te zijn. Toen Jan Kleyn na maanden van intensieve voorbereidingen op 11 september in het Kirkenes aan boord ging van het pontonschip Giant-4 was al duidelijk dat de oorspronkelijke hijsdatum van 15 september niet zou worden gehaald. Er was slecht weer voorspeld in de Barentszzee, het water waarin de Koersk vorig jaar augustus met 118 opvarenden verging. ,,Soms zat je 's ochtend in de zon te werken en stak ineens aan het einde van de middag een storm van windkracht negen op.''

De 130 meter lange Giant-4 was tijdens de operatie het moederschip. Voor de Koersk, die met 26 kabels onder tegen het ponton aan zou worden getrokken. En voor de 50-koppige bemanning (35 van het hijsbedrijf Mammoet en 15 van berger Smit), die zo'n zeven weken aan boord zou blijven. Onder de brug van het pontonschip zit een laadruim, dat met wooncontainers was volgestapeld. ,,Elke container heeft een gemeenschappelijke ruimte, wc's, douches en slaapcabines. Het is geen hotel, maar het is goed te doen'', vindt Kleyn. Aan boord waren ook twee Russische technici, die toezicht zouden houden. ,,Aardige en kundige lui.''

Door het slechte weer was de bemanning veroordeeld tot een patroon van werken en rusten, dat diep ingesleten zou raken gedurende de bergingsoperatie. ,,Overdag benutten we de wachttijd om de puntjes op de i te zetten. Zo hebben we de computersoftware, die precies regelt hoeveel kracht er op de verschillende hijskabels moet worden gezet, nog wat gefinetuned'', vertelt Kleyn.

Eindelijk kon de Giant na een week of wat afvaren naar de plek des onheils op zo'n 80 mijl van Moermansk, en boven het wrak voor anker gaan aan 8 ankers. Wanneer dat was, weet Kleyn niet precies meer. Langzaam had de bemanning zijn oriëntatie in ruimte en tijd verloren. ,,Op zee weet je niet meer of het zondag of maandag is. Alle dagen zijn hetzelfde. Je werkt alsmaar door, omdat je gauw weer naar huis wilt'', zegt Kleyn, die het thuisfront af en toe een e-mail stuurde per satelliettelefoon.

Ook hier was het wachten. Eerst op een hijsgat dat nog moest worden gemaakt, toen op het moment dat ook de Russen ervan overtuigd waren dat de kop echt was afgezaagd, en uiteindelijk op beter weer. ,,Het voordeel van onze mensen is dat ze niet lui zijn, het nadeel is dat ze slecht zijn in nietsdoen.''

Begin oktober konden de hijsers en bergers de hijskabels in de gaten aanbrengen. Toen sloeg het weer opnieuw om en moest er opnieuw worden gewacht. ,,Russen zouden misschien zijn opgehouden, werd ons verteld, wij gooiden de kabels slap en wachtten gewoon'', zegt Kleyn.

Het geduld werd beloond in het weekeinde van 6 en 7 oktober, waarin het weer de bergers eindelijk gunstig gezind was. In een mail aan zijn gezin schrijft Kleyn: ,,Afgelopen zaterdag hebben we een school met bruinvissen gezien, ook heb ik het noorderlicht weer gezien. Vrijdag was het andere koek, windkracht 9.'' Een kleine proeflift op zondagmiddag toonde aan dat de gevreesde `kleef' van de modder erg meeviel. Rond middernacht werden kabels op spanning gebracht, maandag om 4 uur 's ochtend was de Koersk los en aan het einde van de middag had de Koersk de 100 meter omhoog afgelegd.

In Moermansk werd de Giant met de Koersk in het drijvende dok getild met twee hulppontons, een staaltje dat nog eens een week vergde. Toen de Giant-4 van de Koersk was losgemaakt, kon het pontonschip de haven verlaten. Het kwarwei zat erop voor Kleyn: ,,We hebben een krans in het water gegooid en een minuut stilte in acht genomen. Heel indrukwekkend.''

dossier koersk: www.nrc.nl/dossiers

    • Karel Berkhout