`Blair is retorisch subtieler dan Bush'

Oorlogen worden niet alleen door wapens, maar ook met woorden gestreden. ,,Het publiek wordt door een goede rede overtuigd van de juiste koers.''

In een emotionele rede probeerde premier Blair dinsdag de Britse oorlogsmoeheid te bestrijden. President Bush poogde woensdag juist met humor aan de Amerikanen duidelijk te maken dat het leven gewoon door gaat. Twee verschillende manieren om met woorden de stemming onder het volk te beïnvloeden.

Want oorlogen worden niet alleen met wapens gestreden, maar ook met woorden. De laatste lijken wellicht minder belangrijk, maar woorden kunnen de tegenstander intimideren, en vooral het thuisfront inspireren en bereidheid tot een oorlog kweken. ,,Het publiek wordt door een goede rede overtuigd van de juiste koers'', zegt professor Wayne Fields van de Washington University in St. Louis. Hij bestudeert het effect van presidentiële retoriek.

,,Ik kan u niets anders geven dan bloed, inspanning, tranen en zweet'', zei Winston Churchill op 13 mei 1940. Hij was net gekozen als premier van Groot-Brittannië en moest de Britten voorbereiden op oorlog tegen Duitsland. ,,U vraagt, wat is ons beleid. Ik zeg dat het het voeren van oorlog is, te land, ter zee en in de lucht. Oorlog met alle macht en alle kracht die God ons gegeven heeft, en het is het voeren van oorlog tegen een monstrueuze tirannie die een betreurenswaardige lijst van misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan.''

Churchills rede wordt gezien als hét voorbeeld van een inspirerende oorlogsrede waarbij een staatshoofd zijn toehoorders op een angstig moment daadkracht toont en hen tegelijkertijd gerust weet te stellen. De rede van Blair van afgelopen dinsdag met de belofte ,,niet te wankelen of te struikelen'' in deze missie werd Churchilliaans genoemd, evenals de rede die Bush gaf op 12 september waarin hij zei dat ,,deze acties staal vernietigden, maar dat zij de Amerikaanse vastberadenheid niet kunnen deuken.''

Over het algemeen hebben staatshoofden moeite met het vinden van de juiste woorden tijdens een internationale crisis. In de Golf-oorlog kwam Bush sr. vaak kinderachtig en bot over, zeker in vergelijking met de poëtische woorden van Saddam Hussein. Bush sr. vergeleek Saddam met Hitler.

Ook Bush jr. heeft, nu de aanvallen op Afghanistan zijn begonnen, volgens Fields moeite met het vinden van de juiste woorden om de Amerikanen te overtuigen dat de regering op de juiste koers zit. De aanvallen op Afghanistan gaan door, maar zijn toehoorders lijken zich door de antrax-aanslagen steeds meer te bekommeren om hun eigen problemen. ,,Vlak na 11 september was Bush op zijn sterkst. Hij troostte hen. Hij verwoordde hun pijn en hun roep om wraak.''

De harde taal die Bush vervolgens in de mond nam, met woorden als ,,we pakken hem (Bin Laden) levend of dood'', moest hij na een maand afzwakken. Fields: ,,Nu moet hij een oorlog doorzetten, terwijl de Amerikanen nog steeds meer aandacht hebben voor de slachtoffers van 11 september en de antrax-brieven, dan voor de bozerikken en Osama bin Laden.''

Bush' probleem is ook dat hij van nature niet welsprekend is, vindt Fields. ,,Je ziet de discrepantie tussen zijn formele redevoeringen en zijn informele opmerkingen. Hij heeft een zeer goede speechschrijver. Zijn opmerkingen zijn vaak bot en weinig subtiel.'' Die losse opmerkingen brachten Bush de laatste weken ook in de problemen. Op 17 september sprak de president van een crusade, een kruistocht tegen terrorisme. In historisch opzicht was dat een onhandige woordkeus. Amerikaanse moslims deden meteen hun beklag, en Witte Huis-woordvoerder Ari Fleischer ontkrachtte de term op 18 september. De president zou met kruistocht alleen een common cause, een zaak die door verscheidene partijen wordt ondersteund, hebben bedoeld.

Ook de bijbelse woordkeus van Bush is niet altijd even gelukkig. Voor veel mensen is evil, het ergste kwaad dat er bestaat en een kwaad dat niet door mensen bestreden kan worden. ,,De wereld bevrijden van het kwaad'', zoals Bush zei, is een onrealistisch voorstel. In 1983 noemde Ronald Reagan de Sovjet-Unie een `Evil Empire', het Rijk van het Kwaad, maar nooit eerder maakte een staatshoofd het kwaad tot tegenstander.

De demoniserende vergelijking die Bush tussen Osama bin Laden en satan maakte, maakte het probleem groter dan het was. Al in september waarschuwde de Franse president Chirac Bush voor gebruik van het woord `oorlog'. De Amerikaanse regering meldde vervolgens dat `oorlog' niet automatisch het bestormen van stranden, het overmeesteren van land en het aanvallen van frontlinies betekent.

De redes van premier Blair getuigen volgens Fields van een grotere doordachtheid en welsprekenheid. ,,Blair is subtieler, vloeiender in zijn bewoordingen en vooral een volleerd premier met veel meer internationale ervaring. In Texas hoefde Bush geen rekening te houden met andere culturen.''

Fields verwacht dat als Bush niet snel de juiste toon weet te vinden, de steun zal afnemen. ,,Niet voor de strijd om de daders van 11 september te vinden, maar de ongemakkelijke gevoelens over de oorlog kunnen toenemen.''

    • Titia Ketelaar