Bewakers `Omarska' veroordeeld

Het Joegoslavië-tribunaal heeft vijf Bosnische Serviërs schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en hun gevangenisstraffen opgelegd oplopend tot 25 jaar voor moord en marteling in het kamp Omarska in Bosnië.

Omarska was het beruchte kamp in Noordwest-Bosnië waar in 1992 zo'n zesduizend moslims en Kroaten waren vastgezet in een mijncomplex in de buurt van de stad Prijedor. Honderden moslims en Kroaten hebben het kamp niet overleefd. De vijf veroordeelden werkten, volgens het vonnis, mee aan verkrachtingen, moorden en vervolging met het doel de niet-Servische bevolking in de omgeving van Prijedor te elimineren.

De vijf verdachten zijn schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De hoogste straf van 25 jaar is opgelegd aan Zoran Zigic (43) omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan martelingen en moord van gevangenen. Mladjo Radic (49) is veroordeeld tot twintig jaar, Miroslav Kvocka (44) tot zeven jaar, Milojica Kos (38) tot zes jaar en Dragoljub Prcac (64) tot vijf jaar. Zij worden als commandanten, respectievelijk plaatsvervangers, verantwoordelijk gehouden voor de gang van zaken in het kamp.

De openbaar aanklager van het tribunaal had veel hogere straffen geëist, van 25 jaar oplopend tot levenslang en overweegt daarom in hoger beroep te gaan. De veroordeelden hebben steeds gezegd dat ze onschuldig zijn. De rechters baseren hun vonnis op de verklaringen van 140 getuigen en 400 documenten; de zitting heeft 113 dagen geduurd.

Rechter Almiro Rodrigues veroordeelde de mensonterende omstandigheden in Omarska. Gevangenen werden bij aankomst vernederd. Tijdens de verhoren werden zij geslagen, soms tot de dood er op volgde.

Ook werden gevangenen doodgeschoten of vermoord door hen de keel door te snijden. De lijken lagen soms dagenlang te rotten voordat andere gevangenen werden gedwongen ze op te ruimen. Er was weinig eten en water en vrijwel geen medische verzorging van zieken.

De vijf mannen waren als kampbewaker of leidinggevende op de hoogte van de omstandigheden, ook al hebben zij die niet gepland. Daardoor waren zij onderdeel van ,,een gemeenschappelijke misdadige onderneming'', aldus Rodrigues.

Anderen hadden echter een belangrijker rol bij de `etnische zuiveringen', zoals de Servische politiechef van Prijedor, Simo Drljaca, die is doodgeschoten toen men hem wilde arresteren.