Bazaar van regelneven

In Indonesië spelen rechtszaken zich grotendeels af op de binnenplaats van de rechtbank. Daar wordt onderhandeld, gedeald en gewheeld.

De zaak tegen Sudiyanto A.Y. en Didik S. dient om tien uur, vermeldt de rol van de arrondissementsrechtbank Jakarta-Zuid. De zittingen van de dag staan met wit krijt vermeld op twee zwarte schoolborden. Links de civiele zaken, rechts de strafrechtszaken. Het gerechtsgebouw is een donkergeel gepleisterd complex van twee verdiepingen, rond een binnenplaats met in het midden een losstaande aula, de Grote Zaal. Hier dienen de 'grote zaken', presideert de voorzitter van het arrondissementsgerecht, de edelachtbare Lalu Mariyun, en is plaats voor tientallen toehoorders. Aan de achterzijde van de binnenplaats zijn zes kleinere rechtszaaltjes met elk maar drie rijen banken.

De binnenplaats begint vol te lopen. Voor de nog lege zalen hangen familieleden van eisers en gedaagden rond, die wachten op 'hun' zitting. De jeugdige rechtbankverslaggevers, te herkennen aan hun rugzakjes en gymschoenen, kletsen en roken. Tussen de wachtenden loopt het in groene uniformen gestoken rechtbankpersoneel heen en weer met kleurige mappen onder de arm. In de gele omslagen zitten de dossiers van de civiele zaken, in de rode die van de strafrechtszaken.

De mannen met hun hagelwitte overhemden en leren aktetasjes zijn geen advocaten (die verschijnen niet zo vroeg), maar calo (spreek uit: tjalo). Voor dat ene woord bestaan tal van vertalingen: tussenpersoon, makelaar, agent of regelneef. De Indonesische samenleving hangt aan elkaar van calo, die op de huizen- en arbeidsmarkt vraag en aanbod aan elkaar knopen en die voor burgers met bureaucratenangst de ambtelijke raderen smeren. De calo op de binnenplaats zijn gewezen medewerkers van de rechtbank die, tegen betaling van komisi, procedures versnellen of uitspraken beïnvloeden. Hun onderhandelingspartners zijn oud-collega's, griffiers en rechters. Dit gemarchandeer levert gedaagden, naar draagkracht, lagere straffen op en de dienaren van Vrouwe Justitia een aardige bijverdienste. Calo hebben meer invloed op de rechtsgang dan raadslieden.

Om de wachttijd nuttig te besteden, duik ik wat dieper in de strafzaak tegen de roofovervallers Sudiyanto A.Y. en Didik S.

De griffier in kwestie, Edy Suwitno, ontvangt me in zijn benauwde kantoortje, overhandigt de rode dossiermap en biedt me een stoel aan. Na de leespauze informeer ik naar het zittingenschema. We lopen al een uur achter. Edy vertelt dat in de Cipinang-gevangenis, waar de beide beklaagden in voorarrest zitten, de vorige dag gevechten zijn uitgebroken tussen twee bendes over de verkoop van drugs aan gedetineerden. Er zijn doden gevallen, de politie heeft de gevangenis overgenomen en niemand weet of het tweetal vandaag ter zitting mag verschijnen.

Op dat moment dalen drie in zwartrode toga's gehulde rechters de trap af. Zij houden kantoor op de eerste verdieping. Rechter Lalu Mariyun zal in de Grote Zaal presideren over een boedelscheiding. Hij doet dat zelf, want de gescheiden echtelieden zijn een populaire actrice en een rijke ondernemer. De betwiste boedel bestaat uit een bedrijf, tien huizen en acht auto's. Mariyun werd in mei vorig jaar door de minister van Justitie overgeplaatst van Mataram, op zijn geboorte-eiland Lombok, naar Jakarta-Zuid. Deze transfer maakte deel uit van een grote stoelendans. Rechters die regelmatig waren bezweken voor het in de hoofdstad circulerende grote geld, moesten van plaats wisselen met magistraten uit de provincie. Drie maanden later maakte de Lombokker naam door de corruptiezaak tegen oud-president Soeharto niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de oude heer lichamelijk niet in staat zou zijn terecht te staan.

De gerechtelijke molens draaien intussen op volle toeren. Op de binnenplaats banen rechters in toga zich een weg door de menigte, op zoek naar de juiste zaal. Een vrouwelijke officier roept, terwijl ze haar witte befje omknoopt: 'Udin, eed afnemen!' De functionaris in kwestie was in gesprek met de kantinejuffrouw en rent nu met een koran onder zijn arm naar een van de rechtszalen.

Dan rijdt een getralied busje het terrein op. Cipinang is kennelijk tot rust gekomen. Geüniformeerde beambten van het openbaar ministerie voeren de inzittenden af naar het arrestantenverblijf. Familieleden stoppen de gevangenen snacks en frisdranken toe. Een jonge moeder houdt een baby omhoog en haar echtgenoot streelt het kind door de tralies.

Griffier Edy trekt zachtjes aan mijn arm. Hij heeft over zijn groene uniform een zwart jasje aangetrokken en wijst naar het zaaltje dat de naam Cakra (Sanskriet voor 'wiel') draagt: 'De zitting gaat beginnen.'

Achter de met groene stof beklede tafel, tussen de roodwitte vlag van Indonesië en de gele banier van Justitie, nemen, behalve Edy, drie rechters plaats. Achter hen hangt de Garuda (gier) met in zijn klauwen het nationale wapen. Het beest wordt geflankeerd door de staatsieportretten van president Megawati Soekarnoputri en vice-president Hamzah Haz. Achter een tafel links van de rechtbank trekt een jonge vrouw haastig een zwarte toga aan over haar kwieke mantelpakje. Zij is de officier, meester Rahmawati. Voor de rechtbank zitten de beide beklaagden op eenvoudige stoelen. Zij dragen frisgewassen overhemden en staren deemoedig naar de vloer. De kleine publieke tribune is leeg en van advocaten is geen spoor te bekennen.

Rechtbankvoorzitter Abdul Kadir laat de hamer vallen en vraagt beklaagden naar hun personalia en de datum van hun aanhouding. Sudiyanto is 38 jaar oud, Didik 36. Beiden zijn geboren in Surabaya en islamiet. Ze zijn samen opgepakt op 11 juli van dit jaar. 'Werk?', vraagt rechter Kadir. 'We zijn werkloos', mompelen de twee. 'Aha', zegt Kadir, 'zonder betrekking. Het woord is aan de officier.'

Officier Rahmawaty ratelt de aanklacht af en is volstrekt onverstaanbaar. Niemand in de zaal zit daarmee, want de rechtbank leest mee uit eigen stukken. Ik raadpleeg mijn aantekeningen. Het tweetal maakte deel uit van een groep van zeven, die in april vorig jaar een vrouwelijke employee van een handelsfirma in Jakarta beroofde. Nadat de vrouw in opdracht van haar baas geld had opgenomen bij de Hongkong Bank aan de Sudirman Boulevard, stapte zij in haar auto om terug te rijden naar kantoor. Drie overvallers zetten op motoren de achtervolging in. Toen het slachtoffer even stopte om een ijsje te kopen en het portier opendeed, zette een van hen een pistool tegen haar hoofd en griste een ander een enveloppe met bankbiljetten - inhoud: 720 miljoen roepia (180 duizend gulden) - van de voorbank. De vrouw deed aangifte, maar de daders bleken ongrijpbaar. Bij een andere overval werden ze allebei opgepakt, voordat ze konden toeslaan.

Na voorlezing van de aanklacht schorst Kadir de zitting voor twee weken. Rahmawaty trekt haar toga uit en voordat ze zich naar de volgende zitting spoedt, informeer ik naar de maximumstraf voor dit vergrijp. 'Met bedreiging? Twaalf jaar.'

'Dat zal zij niet eisen', meent griffier Edy, 'hooguit de helft, en in het vonnis gaat daar nog wat af.'

Waar was de advocaat, wil ik nog weten. 'O, ze hebben een pleiter pro deo toegewezen gekregen. Ik durf te wedden dat hij hen heeft aangeraden te bekennen en beleefd te zijn tegen de rechter. Bij een volgende zitting zal hij wel even komen kijken.' M

Dirk Vlasblom is correspondent van NRC Handelsblad in Indonesië.

    • Dirk Vlasblom