Alle vis aan dek

Op Texel reed ik met Kees Camphuijsen naar de Horsmeertjes, waar we in de duinen een beschut plekje zouden zoeken om over onze bejegening van vis te praten. Dus ik vroeg wat hij zoal deed tegenwoordig en hij zei dat hij voor het NIOZ onderzoek deed naar de betekenis van zandspiering voor de Noordzee.

De zandspiering is, als ik het goed begrijp, een wormachtig visje, dat vooral in de zeebodem leeft. ,,Die beweegt zich in grofkorrelig zand net zo makkelijk als een kind in een ballenbak'' — Kees houdt ervan zich beeldend uit te drukken, maar hij doet dat bij voorkeur met een vaart die het toch moeilijk maakt hem te volgen.

Dit visje kan een centimeter of dertig lang worden en is moddervet. Nederlandse vissers halen er hun neus voor op. Het zijn de Denen en de Noren die er op het ogenblik een miljoen ton per jaar van vangen. Een miljoen ton per jaar, ongeveer de hoeveelheid zandspiering die voorheen werd opgegeten door makreel.

De makreel wordt min of meer uitgeroeid, de zandspiering floreert, de zandspiering floreert zodanig dat het interessant wordt hem te beviseen, ook al omdat er verder in de Noordzee weinig meer te halen is natuurlijk. Nu worden er maatregelen genomen die het herstel van de makreel moeten bevorderen, terwijl zijn basisvoedsel intusseen in een noodtempo wordt weggevangen. Zo zit de wereld in elkaar en als ik vraag of hij denkt dat de natuurbescherming ooit de verwoestingen die we aanrichten zal kunnen bijbenen, begint Kees hartelijk te lachen.

Hij is freelance-zeevogeldeskundige; ook hij interesseert zich voornamelijk voor vis als prooi. Sinds een jaar of vijftien zit hij elke zomer wel een tijd op zee, vaak op een onderzoeksschip dat uitvaart voor het RIVO in IJmuiden. Doen zij de haring, doet hij de vogels.

,,De visserij'', zegt hij, ,,zou een prachtig bedrijf zijn, als ze er maar rekening mee hielden dat vissen deel uitmaken van een ecosysteem en dat elk ecosysteem zijn beperkingen heeft. Als we alleen de vis vingen die we zelf opeten, dat zou al veel schelen. Het probleem zit hem in de verspilling, de megavangsten voor zeep, voor kunstmest, voor varkensvoer.''

,,De visserij'', zegt hij, ,,is ontzettend marktgericht en die markt is grillig. Een tijd terug was er in Japan veel vraag naar kuitzieke haring. Kuitziek, zo'n vreselijk visserswoord. Bodemvuil, ook zoiets. Dan praat je over bijvangsten: wijtinkjes, kabeljauwtjes, tongetjes, zeesterren, zee-egels. Of noordkrompen, schelpdieren die wel honderd jaar oud kunnen zijn. Als je dat bodemvuil noemt... dat getuigt in ieder geval niet van respect.''

,,Kuitzieke haring'', herneemt hij, ,,volwassen vrouwtjes eigenlijk, een slag groter dan onze maatjesharing. Voor de Japanse markt. En alles wat niet rijp was, of een mannetje, of licht beschadigd, eerste klas voedsel in feite, dat ging allemaal dood over boord. Het probleem zit hem in de enorme roofbouw.''

,,In de Noordzee'', zegt hij, ,,is het kwaad in grote lijnen al geschied. Een kabeljauw of schelvis van een meter is een zeldzaamheid geworden, terwijl dat vroeger de gemiddelde grootte van deze vissen was.''

Grote vissen eten kleine. Vang je de grote weg, dan worden de kleine talrijker. Net zoals weidevogels aanvankelijk profiteerden van de intensivering van de landbouw, profiteerden zeevogels aanvankelijk van de intensivering van de visserij. En net als weidevogels beginnen ook zeevogels intussen hun tol te betalen. Als er zelfs geen zandspiering overblijft!

Nu is dit allemaal aangrijpend genoeg, maar het is eigenlijk mijn punt niet: mijn punt is eigenlijk of je medelijden kunt hebben met vis. ,,Nauwelijks'', reageert Kees prompt. ,,Zo'n kuil die opengaat boven de stortbak dat is net zoiets als een zandgrijper die opengaat op een bouwterrein.''

,,Maar als er eentje naast valt'', probeer ik. ,,Dat zwoegen van die kieuwen, dat happen met de mond.''

,,Dat doen ze onder water ook.''

,,Ik vind het altijd een naar gezicht.''

,,Er zullen heus wel signalen zijn'', zegt Kees , ,,maar mij bereiken ze niet. Ik zie geen wil, geen plan, geen bedoeling bij een vis die op het droge ligt. Dat komt natuurlijk ook doordat ze zo radicaal uit hun eigen element worden gelicht. Je hebt geen contact met vis.''

Geen medelijden dus. Maar niet zonder gevoel. Niet zonder gedachten. Op volle zee. Onderzoek naar haring en dan zit er opeens een grote snotolf op de transportband, zo'n schitterend bonkig beest van de zeebodem, volkomen voor jandoedel, heeft niks met dat onderzoek te schaften. Of een doornhaai. Die kun je terugzetten, maar hij heeft waarschijnlijk in de stortbak zijn rug al gebroken. Of een octopus.

,,Een octopus ja'', zegt Kees, ,,dat is wel een uitzondering. Die kijkt je aan. Als ze je aankijken, dan begint de ellende, dan voel je je al gauw geroepen iets te doen. Zo groot als een papegaai ongeveer, en er zit ook zo'n lelijk snaveltje in. Acht vangarmen waarmee hij zich vastklampt aan de transportband. Hij wil niet op de onderzoekstafel vallen. Maar op die transportband wordt-ie even verderop verpletterd. Je moet 'm dus helpen. Nou, het is net of je een chipolatapudding vastpakt, een chipolatapudding met ogen en hersenen en acht armen, die jou vastpakken....''

De octopus, een uitzondering, omdat hij je aankijkt, net geitenogen. Verder, nogmaals, geen medelijden. Het is niet tegen het eventuele dierenleed dat hij zich verzet, Kees verzet zich tegen de verspilling. Vriestrawlers, fabrieksschepen van honderd meter, die de oceaan afstropen. Voor de kust van Mauretanië was er eens één die zoveel vis gevangen had dat hij zijn net niet kon binnenhalen. Hij sleepte zijn vangst naar een koraalrif en trok hem eroverheen tot en het net openscheurde. De vis zakte naar de zeebodem, het koraalrif, nogal zeldzaam daar, werd beschadigd, maar het net was gered.

,,Wie vertelt jou zoiets?'' vraag ik.

,,Iemand die erbij was.''

,,En waaróm vertelt hij zoiets?''

,,Omdat er verder niets meer te vertellen valt'', zegt Kees. ,,Een sport is het niet meer. Een school vis wordt opgespoord met de sonar. Ze schuiven er het net omheen zoals je een condoom over het mannelijk lid schuift. Ze hoeven niet één vis meer te missen. Zo doen ze dat. Zo doen ze dat allemaal. En de enige verhalen die overblijven zijn die over hoe ze de hand lichten met regels en voorschriften.''

Over dit alles dacht ik na tijdens mijn lange terugreis, en langzaam drong zich een beeld aan me op dat eigenlijk maar in een bijzin gepasseerd was.

Weet je hoe je een zeewolf hanteert? Je steekt je duim in zijn ene oog en je wijsvinger in het andere. Zoals Kees dat zei klonk het niet als een wreedheid maar als een handigheidje. Deze vis heeft namelijk ontzaglijke tanden. Je steekt je duim in zijn ene oog en je wijsvinger in het andere zo til je een zeewolf op zonder dat je gebeten wordt.

    • Koos van Zomeren