Al-Qaeda werkt graag met natuurlijk gif

De vorig jaar gevonden `handleiding' voor terroristen geeft aan dat Bin Ladens mannen graag met natuurlijke giffen werken. Doelwit zijn overigens met name `ongelovige' Arabische leiders.

Bij de voorbereiding van de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon hebben de daders geheel volgens de richtlijnen van Al-Qaeda gewerkt. Zo opereerden zij in cellen en hadden zij hun baarden afgeschoren en een westerse levensstijl aangenomen. Dat is zoals het wordt voorgeschreven in een Al-Qaeda-handleiding die onlangs is gevonden.

Ongeveer tot deze conclusie kwamen de New York Times en Newsweek die vorige week een groot aantal citaten uit de handleiding publiceerden. De handleiding in kwestie heet `Military Studies in the Jihad against the Tyrants'. Zij werd in mei 2000 in Manchester gevonden in de woning van Anas al-Liby, een nog voortvluchtige Libische aanhanger van Bin Laden. Het boek werd eind maart ingediend als processtuk (exhibit 1.677) in het proces tegen volgelingen van Bin Laden wegens de aanslagen in 1998 op twee Amerikaanse ambassades in Afrika.

De handleiding telt 180 bladzijden en 22 daarvan zijn op internet te vinden (www.thesmokinggun.com onder `archive'). Dat is voldoende om vast te stellen dat New York Times en Newsweek de brochure in een verkeerde context plaatsen. Voor zover valt na te gaan geven de studies uitsluitend aanwijzingen voor het plegen van aanslagen in islamitische landen, Egypte voorop, die worden geleid door `ongelovigen'. Met name worden genoemd Gaddafi, Mubarak, Assad, Saleh (Jemen) en Fahd (Saoedi-Arabië). Zij en `alle afvallige Arabische heersers' zijn de tirannen tegen wie de heilige oorlog gevoerd moet worden. Hun goddeloze regimes moeten worden omvergeworpen en door een islamitisch bestuur vervangen.

Uit de verwijzing naar de aanslag op de Egyptische parlementsvoorzitter, die in 1990 werd vermoord, blijkt dat de brochure hooguit tien jaar oud is. In welke oplage zij is verspreid, is onduidelijk. Zij mocht niet worden verwijderd uit het pension (guesthouse), was op de kaft geschreven. De diverse verwijzingen naar Egyptische gebeurtenissen en personen doen een Egyptische herkomst vermoeden. Er is wel gesuggereerd dat ene Ali Mohammed, een Amerikaanse militair van Egyptische komaf, de auteur zou zijn.

De 22 bladzijden laten zien hoe er voor het gestelde doel mag worden vervalst, gemoord, gegijzeld en opgeblazen. Er worden diverse aanwijzingen gegeven om een en ander tot een goed einde te brengen, maar bijna niets daarvan overstijgt het niveau van het `Handboek soldaat' of het `Handboek voor de nieuwe illegalen' van Adriaan Venema. De ergste gruwelen die worden beschreven betreffen de gruwelen die de `broeders' (zoals de moslimstrijders zichzelf noemen) denken zelf te zullen ondergaan als ze door `geheim agenten' worden gepakt en gemarteld. Zoals: heel veel watermeloenen moeten eten en verhinderd worden te urineren.

Dat het operatieterrein in de eerste plaats in het Midden-Oosten ligt, blijkt ook uit de zes wonderlijke pagina's die moordaanslagen met natuurlijke gifstoffen behandelen. Men legt uit hoe het dodelijk gif botuline ontstaat als vlees en groente in een luchtdicht afgesloten pot bederven. Er zijn aanwijzingen voor het winnen van het gif solanine uit aardappelscheuten en van nicotine uit tabak en men bespreekt het gebruik van waterscheerling (bedoeld wordt misschien: gevlekte scheerling, bekend van Socrates' gifbeker) en de giftige zaden (tung-noten) van de plant Aleurites fordii.

Een onverbloemde voorkeur toont de brochure voor het gebruik van ricine, het gif dat is te winnen uit castorbonen, de zaden van de wonderboom (Ricinus communis), die in het Midden-Oosten op grote schaal wordt gekweekt. Die zijn bij kwekerijen te vinden, zegt de brochure. Uit de zaden wordt olie geperst en de perskoek wordt in Afrika wel gebruikt om er een goedkoop en zeer giftig insecticide uit te bereiden. Maar de broeders voegen er een heel eigenaardig product aan toe: een gelei van DMSO, dimethyl sulfoxide. Deze verbinding staat bekend als `transdermal carrier', een stof die makkelijk de huid passeert en daarbij veel andere stoffen kan meenemen.

Het is vermeldenswaard dat de bizarre combinatie van ricine en DMSO eerder is gebruikt: in 1992 toen leden van de rechtse Amerikaanse terreurbeweging Patriot's Council in Minnesota een sheriff probeerden te vermoorden. De kleinste details van de aanslag zijn later door de FBI op internet gezet. De Arabische handleiding legt uit dat DMSO bij paardenfokkers en veeartsen is te vinden, en inderdaad blijken paardenfokkers het DMSO tegen allerlei paardenkwaaltjes te gebruiken.

Onthullend is dat de handleiding en passant beschrijft hoe een gebedssnoer kan worden veranderd in een moordwapen. Voor gebedssnoeren worden in islamitische landen vaak zaden van de plant Abrus precatorius (paternosterboontjes) gebruikt. Die bevatten het sterke gif abrine dat gewoonlijk geen gevaar vormt, tot men veel kleine gaatjes in de boontjes boort en deze met DMSO bestrijkt, zoals de handleiding adviseert. Dan wordt de gebruiker van het snoer langzaam vergiftigd. In alle beperktheid geven de 22 bladzijden toch een aardige indruk van de know how van de moslimstrijders en van de pijnlijke improvisaties waartoe men zich gedwongen ziet. Kennelijk moet alle benodigde kennis geheel op eigen kracht bij elkaar worden gesprokkeld. Men lijkt daarbij nogal te steunen op internetinformatie (ricine met DMSO), boekenwijsheid (dat de plant pastinaak makkelijk voor scheerling wordt aangezien is zo'n wijsheid) en op voorbeelden uit thrillers en spionageromans, zoals Newsweek al noteert. (`Spreek nooit met taxichauffeurs, die werken meestal voor de geheime dienst.') Weinig of niets in de beschikbare tekst wijst op ondervinding en praktische ervaring. Het is een geruststellende gedachte dat in geen van de 22 bladzijden wordt gerept over biologische, chemische of nucleaire wapens.

    • Karel Knip