ADERVERKALKING BEGINT AL VROEG BIJ EXTREEM DIKKE KINDEREN

Kinderen met overgewicht krijgen al op jonge leeftijd afwijkingen aan de bloedvaten die het begin van aderverkalking kunnen zijn. De natuurlijke souplesse en elasticiteit van hun vaatwanden neemt duidelijk af. Dat hebben kinderartsen en voedingsdeskundigen uit drie academische ziekenhuizen in Parijs vastgesteld. Volgens de onderzoekers verklaart dit waarom kinderen met overgewicht op volwassen leeftijd een verhoogde kans op een hart- of herseninfarct hebben, zelfs als zij in de tussenliggende jaren zijn afgevallen tot een normaal gewicht (The Lancet, 27 oktober).

De onderzoekers onderzochten 48 kinderen met extreem overgewicht en, ter controle, 27 kinderen met een normaal gewicht. Alleen kinderen met een normale bloeddruk mochten aan het onderzoek meedoen. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 12 jaar. De te zware kinderen wogen gemiddeld 83 kilo, die uit de controlegroep gemiddeld 37 kilo. De belangrijkste test waar deze kinderen aan werden onderworpen was een echo-onderzoek van het onderste deel van de halsslagader. Daar komt met elke hartslag onder hoge druk een golf bloed langs die de vaatwand een eind oprekt. Is de golf voorbij, dan veert de wand terug en krijgt het vat zijn oorspronkelijke diameter. Met de echo maten de onderzoekers de minimale en maximale diameters van het vat en de dikte van de wand. Hieruit en uit metingen van de bloeddruk ter plaatse berekenden de onderzoekers de rekbaarheid en elasticiteit van de vaatwand. Bij de meeste metingen werden significante verschillen gevonden tussen dikke en normale kinderen. De vaatwand is bij dikke kinderen aanzienlijk stugger. Zij geeft minder makkelijk mee als het hart een golf bloed wegpompt en door de verminderde elasticiteit is de diameter van het vat in rust groter dan normaal. Volgens de onderzoekers duidt dit er op dat er structurele veranderingen in de vaatwanden zijn opgetreden die lijken op wat er bij volwassenen met atherosclerose gebeurt.

Overgewicht bij kinderen is een uitdijend probleem. Een kind van 1,50 m weegt normaal ongeveer 45 kg. Bij deze lengte is sprake van overgewicht als het kind zwaarder is dan 56 kg en van extreem overgewicht bij meer dan 67 kilo. Uit cijfers van TNO blijkt dat in 1999 13 procent van de jongens en 13,7 procent van de meisjes te zwaar waren. In 1980 waren deze percentages respectievelijk nog 9,9 en 8,8. Het aantal gevallen van extreem overgewicht was bij de jongens verdubbeld tussen 1980 en 1999 en bij de meisjes zelfs bijna verviervoudigd. Overgewicht is heel moeilijk te behandelen. Vandaar dat het accent bij de bestrijding ervan vooral op preventie door voorlichting ligt. Een belangrijke doelgroep daarbij zijn uiteraard de ouders, maar misschien moet er ook wat gedaan worden aan een eindeloze stroom `vette' repen en `coole' snoepdrankjes die het kinderen, ouders en gezondheidsvoorlichters wel erg moeilijk maken.

    • Huup Dassen