Vrouwen houden van gemene mannen

Robert S. Crumb tekent enorme vrouwen met borsten en billen als basketballen en kleine miezerige mannetjes die maar één ding willen. ,,Natuurlijk is dat allemaal agressie'', zegt Crumb.

Hij is een `underground cult hero', een `godfather' voor cartoonisten, en menig eigentijds beeldend kunstenaar is hem schatplichtig. Hij heet een `soft terrorist', een `dirty cartoonist', en zelfs `de Daumier van de 20ste eeuw'. Een man die vlijmscherp de sociale misstanden van de Amerikaanse samenleving blootlegt, die het niet aflatende racisme aan de kaak stelt, die kerk en kapitaal voor schut zet, zijn seks- en drugsgedrag etaleert en die het consequent blijft opnemen voor de `underdog'.

In zijn `comic strips' treden depressievelingen op, speedfreaks en `geile Jan Lullen', zoals een conservator van het New Yorkse Museum of Modern Art ze typeert. `Nitwits', die in navrante avonturen, verteld in vliegende vaart, zaken als machtsmisbruik, vaderschap en communisme aan de orde stellen. Als grootste stuntel voert hij zichzelf op: een superneuroot met faalangst en een hypochondrisch zelfbeklag. Maar, en daar draait het om, vooral met een zeldzaam vermogen zijn tekortkomingen tot op het bot in autobiografische strips onder ogen te zien.

Wat die faalangst betreft kom je onherroepelijk terecht bij zijn levenslange obsessie: vrouwen. In zo'n veertig jaar tekende hij ze als amazones, burgertrutten en seksfeeksen. Ze zijn goed voor één ding - juist, dattem! En daartoe worden ze woest besprongen, bereden en platgewalst – en blijkbaar zelden tegen hun zin. Zijn beste vrienden hebben wel eens moeite met dit soort strips gehad, maar nu zijn psychedelische hippietijd aan de Westkust bijna archeologie is geworden, zullen zelfs de fanatiekste feministen de tweestrijd tussen de angst en de agressie waarmee de dames bejegend worden, grappig durven vinden.

Op de vandaag geopende tentoonstelling Eye Infection in het Stedelijk Museum in Amsterdam hangen de autonome tekeningen uit zijn schetsboeken en zijn `comic strips'. Samen met Mike Kelley, Jim Nutt, Peter Saul en H.C. Westermann maakt Robert S. Crumb deel uit van een groep anti-mainstream kunstenaars. Gastconservator Christiaan Braun heeft deze dissidenten uitgekozen onder het motto `It's better to be hated for what you are, than to be loved for what you're not'. Ze hebben de weg bereid voor een nu toonaangevende generatie kunstenaars in Amerika. Een vooraanstaand kunstenaar als Mike Kelley noemt Crumb `de god uit zijn jeugd', zonder wiens radicalisme hij überhaupt geen kunstenaar was geworden. Amerikaanse musea keken niet naar dergelijke dissidenten om. `Outsiders' die gretig deuken trapten in het tevreden zelfbeeld van de Verenigde Staten liet het establishment links liggen. Eerlijkheid doet pijn.

Klimop

En daar zit hij, 58 jaar oud, onderzoekend en afwachtend, in een eeuwenoud dorpshuis, tussen de rotswanden van de Franse Cévennes. Vanachter de klimop en smeedijzeren balkonnetjes druist alleen het geluid naar binnen van een riviertje dat ver beneden ons verzadigd van de herfstregens voortjakkert. Robert S. Crumb: ,,Om niet ziek te worden teken ik hier dagelijks, maar ik heb in gedachten mijn werk nooit in zo'n museum als het Stedelijk zien hangen, ik heb het altijd in gedrukte vorm voor ogen gehad.'' Crumb werkt in een kamer die ver vòòr de oorlog gestoffeerd lijkt. Een morsig bankje hier, een gammel kastje daar, en aan de wanden hangen de banjo, ukelele, mandoline en accordeon waarmee hij als één van de Cheap Suit Serenaders al jaren olijke jaren-twintigmuziek, walsjes en country ten gehore brengt. De fabelachtige verzameling 78-toerenplaten, elk in een cover van theekleurig papier, troggelde hij af van slaven-nazaten in Mississippi. Montere folk en authentieke blues – om bij te huilen: ,,Op mijn leeftijd moet je bezittingen leren loslaten, maar ik kan van mijn platen nog steeds geen afstand doen'', zegt hij verontschuldigend.

Waar moet dit gesprek, in de herfst van 2001, anders mee beginnen dan met het door terreur geschonden Amerika? Die vraag verbaast Crumb: ,,O, die Twin Towers? Dat was een briljant uitgevoerde aanslag, een grotere impact is nauwelijks mogelijk. Het is onvoorstelbaar wreed wat die fundamentalisten hebben uitgehaald, maar het is ook een opluchting dat die monstruositeiten zijn verdwenen. Overal waar je in New York liep botste je blik ertegenop. Tegen die superieure symbolen van het grootkapitaal, van al die lieden die Amerika financieel zo graag leegzuigen en de rest van de wereld bedonderen. Ik hoop dat, als de boel ondergronds verder instort, ook die andere gebouwen in dat gat verzwolgen worden. En laten ze op die plek dan maar een boerderij neerzetten met wat grasland, wat koeien en kippen.

,,Eigenlijk moet je je ellendig voelen over al die doden, maar als er een half miljoen onschuldige mensen in Rwanda over de kling worden gejaagd, rouwt er niemand. Pijnlijk is het wel dat elke moslim verdacht is geworden. Die idioten hebben hun geloofsgenoten geen dienst bewezen. Misschien is nu de tijd rijp voor een mondiale revolutie waaruit goede dingen kunnen voortkomen. Het is toch interessant dat we dat mogen meemaken.''

Crumb lijkt op een uit de kluiten gewassen garnaal. Hij lacht zo nerveus om niet te hoeven huilen, zeggen vrienden – maar toch ook om een razernij over oud zeer te bedwingen. Alleen zijn schichtige oogopslag vanachter de `Coke bottle'-brillenglazen duidt nog op de verlegenheid die hij zichzelf in zijn strips zo vaak toedicht. Tijdens het gesprek mompelt hij tot vier keer toe iets over de zeventig maagden waar islamitische martelaren in de hemel recht op hebben – ,,Zeventig! Jezus, nooit geweten!'' Voer voor een strip met Crumb als martelaar – het zal er wel van komen.

,,Nee, de catastrofe in New York beleef ik hier in Frankrijk niet anders dan in Amerika. Het maakt me niet uit waar ik woon. Ik volgde mijn vrouw die genoeg had van de lelijkheid in Amerika. Fransen maken nog tijd voor elkaar, hangen wat rond op terrasjes en ze laten je met rust. Ik ben hier een mysticus geworden, iemand die dagenlang in de bergen en de bossen dwaalt, zonder tegen een picknicktafel of een privé-hek aan te hoeven lopen, zoals in Amerika. Die gemoedsgesteldheid heeft natuurlijk te maken met het ouder worden en met het naderen van de dood. Ik heb alles in mijn leven meegemaakt wat ik kòn meemaken.

,,Als ik u zou vertellen wat voor onverklaarbare zaken daarbij horen, dan zou u, zoals de meeste mensen, denken dat ik `gek' was. Mystiek is nauwelijks bespreekbaar, maar ik ben ervan overtuigd dat je door meditatie gebeurtenissen kunt afdwingen. Daarvoor moet je niet `pushy' zijn, maar helder, leeg en toch geconcentreerd. In de natuur kun je je intens verbonden voelen met dat universum en beseffen wat onthechting is. Ik heb daar van verstandige mensen mooie verhalen over gehoord, ook over hun kennismaking met ufo's en ...ach, laat ik er maar over ophouden. Mijn vrouw vindt mij ook al `nutty'.

,,U wilt het over die aanslag hebben. Maar ik laat me helemaal niet in met de politieke actualiteit, zoals ik voorlopig ook niets teken over die `towers of evil'. Ik heb nooit een boodschap willen uitdragen. Van jongs af aan heb ik vooral goed om me heen gekeken, en dat was toen al een pijnlijke bezigheid. De tragiek van deze wereld is dat elk goedwillend mens die macht krijgt onvermijdelijk wordt geconfronteerd met de slechteriken die macht misbruiken. En daar wordt een nieuweling onmiddellijk door besmet. Blijkbaar kunnen alleen de Hitlers en de Stalins onder ons, ten koste van miljoenen, grootschalige veranderingen doorvoeren.

,,Ik heb trouwens begrepen dat die fundamentalisten een pesthekel hebben aan MacDonald's. Dat vinden ze vies voer en het symbool van Amerikaanse globalisering. Maar feit blijft dat, waar je ook maar zo'n tent neerzet, kinderen alleen dáár willen eten. Het is een mooie gedachte dat zulke ketens bijdragen aan een `corporate monoculture' – binnenkort ook in Afghanistan – zodat men van jongs af aan leert dat niemand méér of beter is dan de ander.''

Het onderwerp geld, macht en Amerika moet hiermee zijn afgedaan. Crumb haalt ineens, een stuk vrolijker, een recente tekening tevoorschijn. Vanaf een kruk lacht een mooie vrouw je toe, met borsten en billen als basketballen, zoals de tekenaar het zelf formuleert. Ze is zò knap in vastberaden contouren en in een klassieke arceerkunst neergezet, dat je haar op straat zou herkennen. ,,Volgende week komt deze vriendin vanuit Oregon naar Parijs. Een gespierde boerendochter, met wie ik lekker kan vrijen en worstelen. Ik ben altijd een `bad boy' geweest. Jammer voor mijn echtgenote, die me als een Sherlock Holmes in de gaten probeert te houden.

,,Tot Françaises voel ik me niet aangetrokken: anorexiapatiënten, zenuwachtige vogeltjes met piepstemmetjes, doodsbang om spieren te ontwikkelen. Ik heb echt met hen te doen. Kijk maar hoe op terrasjes Franse mannen ontspannen onderuit hangen, terwijl hun romantische vrouwen vanaf het randje van hun stoel voortdurend moeten hengelen naar wat aandacht van hun Belmondo's. In Amerika zie je dankzij de fitness gelukkig steeds meer gespierde vrouwen. Ze zijn onafhankelijk, sterk en dapper, en ze kiezen zèlf wel het moment waarop ze zich aan een man willen onderwerpen. Mannen kunnen dat niet, want die moeten zich als apen steeds competitief op de borst rammen. Mijn vriendin uit Oregon is ondanks haar kracht bescheiden gebleven. Ze houdt er van als ik haar overmeester. Samenleven kunnen we niet. Ze wil dat haar vrijers meteen weer ophoepelen. Ontbijten? Niks daarvan. Wegwezen.''

Spijkerbed

Robert S. Crumb is de zoon van een beroepsmilitair met losse handen en een aan pillen verslaafde moeder. In 1995 presenteerde regisseur Terry Zwigoff een ontluisterende en diverse malen bekroonde documentaire van de familie, van de drie zonen met name, die al als kleuters werden zoetgehouden met strips en meteen zelf aan het tekenen sloegen. Liever de fictie van Donald Duck, Andy Panda en Mighty Mouse dan de non-fictie van dwaze, ruziënde ouders. De oudste zoon Charles, zelf een begenadigd tekenaar en Roberts toeverlaat, heeft na jaren van een zelfverkozen isolement inmiddels een eind aan zijn leven gemaakt. En broer Max maakt nog steeds angstaanjagende schilderijen en tekeningen, als hij tenminste niet op zijn spijkerbed repen katoen zit door te slikken om zijn darmen te reinigen.

In een tijd dat `horror', geweld en andere Superman-achtige ellende uit de B-filmindustrie de strip hadden gevulgariseerd publiceerde Crumb zijn eerste bijdrage in het rommelige Mad. Een legendarisch `undergroundstripblad' dat teruggreep op de eigenzinnige huis-tuin-en-keuken-cartoons die in vooroorlogse Amerikaanse kranten furore maakten. Later volgden vele andere bladen, zoals Zap, The People's Comics, Arcade, Weirdo. Het in 1997 verschenen R. Crumb Coffee Table Art Book geeft een caleidoscopische doorsnee van de meest grappige, sinistere, fantasierijke en seksistische tekeningen, strips en platenhoezen die Crumb vanaf de jaren zestig in talloze bladen en boeken publiceerde. Een mix van absurdisme, engagement, naïeviteit en psycho-analyse, met een vaak melancholische, schrijnende ondertoon. De grap is hem menens.

Zijn stijl is nostalgisch, alsof de eerste strips die zijn moeder voor hem meebracht tekentechnisch de toon hebben gezet voor een eigen karakteristieke, klassieke stijl. Maar de `onschuld' van die gezellige, slapstick-achtige nostalgie – een soort Polly Wolly Doodle-stijl waar ook de musicus Crumb zo van houdt – maakte de weg vrij om de grenzen van het fatsoen in alle richtingen te overschrijden. Een van de tekeningen bij Eye Infection – gemaakt op 21-jarige leeftijd – laat bijvoorbeeld een stapeling van vrouwen zien die vanaf een duikplank wijdbeens als hamburgervullingen zò plastisch op elkaar zijn geploft dat ze een torenhoge penis vormen. Op een recente tentoonstelling in het Parijse Musée d'Erotisme wandelde je van de ene naar de volgende inventieve neukscène. En altijd met een dijk van een gespierde vrouw en een miezerige kluns met een knuppelachtige penis, die ter land, ter zee en in de lucht aan zijn gerief komt.

Ja, natuurlijk is dat allemaal agressie, zegt Crumb. ,,Veel mannen voelen bij tijd en wijle, en ook bij het vrijen, zo'n zelfde woede jegens vrouwen. Ze durven er alleen niet voor uit te komen. Als puber was ik een `sissy', een lelijk, zachtgekookt ei. Mijn vader wilde graag sportjongens van ons maken, maar mijn broers en ik bleven thuis strips lezen, we kwamen de deur niet uit. Toen hij later mijn Big Ass Comics onder ogen kreeg, is hij zich zo rot geschrokken dat hij nooit meer een woord met me gewisseld heeft.

,,Met meisjes durfde ik op de middelbare school niet aan te pappen. Ik mocht alleen hun praatpaal zijn als hun vriendjes weer wat gemeens hadden uitgehaald. Vrouwen houden van gemene mannen. Voor een Mr. Nice Boy, met als enig talent `de comic', haalden ze hun neus op. Dat maakte me razend en bitter. In die tijd leefde ik als een `ghost', afgewezen en onzichtbaar. Ik nam me voor om zò uitmuntend te leren tekenen, dat ik ze allemaal kon imponeren. Ik mòest en zou wraak nemen. En toen ik eenmaal beroemd was, wilden ze, inderdaad, allemaal wèl wat met me hebben. Ach, u moet het zo zien: de ene mens gaat in psycho-analyse, de ander maakt strips. Of ik ooit vrouw wilde zijn? Nee, natuurlijk niet. Daar heb ik zelfs nooit over nagedacht. Vrouwen zijn objecten die ik teken, daarmee kan ik me volstrekt niet identificeren.''

Abstracte kunst

Crumbs kamer is ordentelijk bezaaid met beeldjes van sportieve Amerikaanse schoolmeisjes en stoere `cheerleadertjes'. Onverwachts haalt hij ineens een barok gebeiteld pistool uit de kast en een wierookbrander in de vorm van een naakt mannetje uit wiens ingekerfde buik en voetzolen de dampen moeten opstijgen. ,,Dit is nou kunst voor mij. Ik houd van die eenvoud en inventiviteit. Ik moet altijd vreselijk lachen om het theoretische geleuter in kunsttijdschriften over hedendaagse kunst, over een schilderij met een lijn en een stip. Waar hebben ze het in godsnaam over? Ik bezoek alleen nog vlooienmarkten. En bij veel hedendaagse kunst stel ik als criterium `zou je dit nou kopen als je het op zo'n zelfde markt tegenkwam, dus zonder een kunstmatige context van een galerie of museum'.

,,De officiële beeldende-kunstwereld is een bende van lieden die de waarde van de zaken die ze al bezitten hoog proberen te houden en die onderling afspraken maken over de nieuwerwetse rotzooi die er geproduceerd wordt. Uit een doos van Pandora tovert menig eigentijds kunstenaar steeds weer de kleren van de keizer. En vervolgens schrijft of kletst iemand anders die `bullshit' aan elkaar.

,,Ik bewonder Picasso, Braque en Kandinsky om hun veelzijdigheid en vernieuwingsdrang, maar verwant voel ik me met vooroorlogse kunstenaars als Otto Dix en Georg Grosz. Verhalende chroniqueurs die met een humoristische relativering ook de donkere kanten van de mensheid durfden te tekenen. Hun werk staat haaks op dat geïdealiseerde mensbeeld uit de klassieke oudheid en de renaissance, vooral het manbeeld, dat in die afzichtelijke bourgeoiskringen eeuwenlang heeft standgehouden.

,,Geef mij maar een simpel art-deco patroontje, zoals de behaaglijke esthetiek van dat gordijntje dat daar al jaren tegen de muur hangt. Of de volkse, pretentieloze grappen van Jeroen Bosch en de objectiviteit van Brueghel, die als een onzichtbare passant uit een ander tijdperk met distantie, affectie en minachting zijn medeburgers kon gadeslaan. Hoe langer ik naar zijn boerenbruiloft kijk, hoe complexer dat beeld wordt. Ik wou dat ik zelf zo ego-loos was, zodat ik diezelfde Bruegheliaanse objectiviteit kon opbrengen.

,,Net als in de muziek houd ik van datgene waar nog een ziel in zit, waar met liefde in is geïnvesteerd. Tegenwoordig worden musici en kunstenaars geplugd om het geld. Vroeger draaide het om het genoeglijk samen iets doen of zelf iets maken. Het liefst zou ik fysiek, maar niet politiek, teruggaan naar de jaren dertig, toen mensen nog hechte en economische gemeenschappen vormden, elkaar hielpen en achter mooi geschilderde geveltjes woonden. Die kleinschaligheid heeft plaatsgemaakt voor shopping malls en afzichtelijke parkeerterreinen. Bekwame ambachtslieden, een timmerman, een melkboer of een smid – zoek ze maar! De globalisering heeft flink toegeslagen. Wat nog ontbreekt is een mondiaal netwerk van kappers.''

Treedt Crumb binnenkort nog op met zijn Cheap Suit Serenaders?

,,Nee, want dat reizen en trekken is zo'n gedoe. En de overgang van zalen vol applaudisserende mensen naar het 's nachts alleen-zijn op een hotelkamer is emotioneel blijkbaar zo zwaar dat er na afloop van een concert in de kroeg veel te veel gedronken moet worden. Die manier van leven is me tegen gaan staan, musici gaan er aan onderdoor. Laat mij maar thuis een beetje muziek maken met mijn dochter. Ze is net afgestudeerd aan de circusschool in Parijs, ze tekent mooie strips en ze speelt ook nog goed piano.''

Eye Infection: t/m 20/1/02 in Stedelijk Museum, Amsterdam.