Via via belandt de illegaal bij de dokter

Sinds de Koppelingswet van 1998 zijn illegalen uitgesloten van het ziekenfonds. Volgens onderzoek heeft hun gezondheid daar tot nu toe niet onder geleden. Portret van het zorgcircuit van illegalen.

Als Wasko Yonkov Dimitrov (36) ziek wordt, gebruikt hij een van zijn grootmoeders geneesmiddelen. ,,Bij een gemene hoest en pijn op de borst vermeng ik reuzel met aspirines en smeer dat op mijn keel en borst'', zegt de Bulgaarse iconenschilder, die nu anderhalf jaar illegaal in Amsterdam woont. ,,Als ik verkouden ben, stop ik mijn voeten in warm water met zeezout. Dat helpt altijd.'' In noodgevallen belt Wasko een Bulgaarse vriend die dokter is. Die zegt dan welke medicijnen hij moet kopen. ,,Toen ik laatst een schimmelinfectie op mijn arm had, moest ik van hem Nizoral kopen. Die pillen kan je hier niet krijgen zonder recept, dus heeft een vriend uit Frankrijk ze per post gestuurd.''

Sinds de invoering van de Koppelingswet, op 1 juli 1998 ingesteld om illegalen uit te sluiten van sociale voorzieningen, hebben illegalen geen ziekenfondsverzekering meer. Gaan zij naar een huisarts, dan moeten zij het consult contant afrekenen. Lukt dit niet, dan kan de huisarts de kosten declareren via het zogenoemde Koppelingsfonds. Dat krijgt van het ministerie van Volksgezondheid (VWS) jaarlijks 11 miljoen gulden. Ziekenhuizen kunnen de behandelingskosten van illegalen zonder geld afschrijven op de post `dubieuze debiteuren'. Van het Koppelingsfonds wordt volgens een woordvoerder van het ministerie ,,elk jaar opnieuw slechts zes miljoen gulden gebruikt''. Welk bedrag ziekenhuizen afboeken onder `dubieuze debiteuren' is onbekend. Minister Borst probeert hier meer inzicht in te krijgen. Zij wil uitsluiten dat ziekenhuizen illegale patiënten niet behandelen wegens de kosten.

Het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel) concludeerde vorige week in het rapport Gezondheidsklachten van illegalen, geschreven in opdracht van VWS, dat de gezondheid van illegalen niet heeft geleden onder invoering van de Koppelingswet. Illegalen hebben volgens het Nivel een eigen, informeel netwerk van artsen, op wie zij bij ziekte een beroep doen. Zo heeft Solange Ngo Yebga (30), een vrouw ui Kameroen die drie jaar illegaal in Amsterdam woont, in haar portemonnee een papiertje met het telefoonnummer van een huisarts in de Bijlmer. Dat heeft ze gekregen van, eveneens illegale, kennissen. Solange woont in de Rivierenbuurt, een dure, witte wijk ver van de Bijlmermeer, maar ze gaat ze toch liever naar haar dokter in de Bijlmer, die zij contant betaalt.

Wettelijk is een huisarts verplicht `medisch noodzakelijke hulp' te verlenen, maar het verschilt per huisarts hoe breed dat wordt opgevat. Landelijk verwijst volgens het Nivel 38 procent van de huisartsen illegalen door naar collega's of verleent alleen strikt noodzakelijke hulp. Het Nivel concludeert dat de hulpverlening aan illegalen drijft op een beperkte groep huisartsen, die meestal gevestigd zijn in achterstandswijken en die ook zonder illegale patiënten ,,al een meer dan gemiddelde werklast hebben''. De districtshuisartsenvereniging in Amsterdam heeft de afgelopen jaren geprobeerd deze zorg eerlijker te verdelen over de 427 huisartsen. ,,Zo'n vijf geleden was onze indruk dat die zorg grotendeels bij vijf of zes huisartsen lag'', zegt medewerker Patricia Jaeger. Vorig jaar declareerden een kleine dertig huisartsenpraktijken bij het Koppelingsfonds, waarvan de meeste uit Amsterdam. Volgens Jaeger behandelen daarnaast 50 à 75 huisartsen incidenteel illegalen. Ze vindt dat ,,een aardige spreiding''.

Daar is niet iedereen het mee eens. Huisarts Jacob Venneman ziet jaarlijks 300 à 400 illegale patiënten in zijn praktijk in Amsterdam-West en meent dat ,,10 tot 20 procent van de huisartsen illegalen afweert''. Een huisarts in Amsterdam-Oost, die anoniem wil blijven om ruzie met collega's te voorkomen, zegt ,,wel eens boos te worden, omdat maar een paar huisartsen in Amsterdam illegalen met open armen ontvangen''.

Administratieve rompslomp en de ingewikkelde problematiek zijn volgens Patricia Jaeger de meest voorkomende redenen om illegalen te weren. ,,Huisartsen hebben een waanzinnige administratie en het declaratieformulier voor het Koppelingsfonds is het zoveelste formulier waar ze iets mee moeten. Daar deinzen ze voor terug.'' Volgens Venneman is het behandelen van illegalen vooral een mentaliteitskwestie. ,,Veel huisartsen zeggen dat ze overbelast zijn. Dat ben ik ook al jaren, maar illegalen kunnen toch bij me terecht, tijdens het inloopspreekuur.''

In Amsterdam konden illegalen sinds vijftien jaar ook terecht bij de Witte Jas, een centrum met dertig à veertig vrijwilligers (vooral basisartsen), die medische hulp verleenden aan onverzekerde patiënten, vooral illegalen. Volgens Marcus Kruyswijk, huisarts en medewerker van het eerste uur, gaven zij ongeveer 2.500 consulten per jaar, aan een zich in hoog tempo vernieuwende groep illegalen van duizend mensen. Maar de Witte Jas is per 1 oktober opgeheven. Volgens Kruyswijk kunnen illegalen tegenwoordig ook zonder de hulp van de Witte Jas toegang krijgen tot voorzieningen als specialisten, röntgenonderzoek, medicijnen en laboratoriumonderzoek. Voor honderd illegale patiënten met een slechte gezondheid zocht De Witte Jas vóór de eigen opheffing een vaste huisarts. Dat leverde volgens Kruyswijk geen problemen op. Rest de vraag wat er gebeurd is met de grootste groep klanten van de Witte Jas, voor wie niet bemiddeld werd. Kruyswijk is ,,voorzichtig positief'', naar zijn zeggen is de groep intensief geïnformeerd over de mogelijkheden. Maar, geeft hij toe, ,,het blijft afwachten''. Hij bestrijdt dat illegale patiënten wegens hun klachten veel meer tijd kosten. ,,Ietsje meer tijd. Voor mij is het gesneden koek, omdat ik er veel zie. Taalproblemen zijn voor mij niets nieuws: ik heb ook veel migranten in de praktijk.'' Bij Kruyswijk komen nieuwe illegale patiënten vrijwel altijd binnen via bestaande patiënten van hem. ,,Huisartsen zijn vaak bang dat als ze deze week een illegale Turk behandelen, volgende week diens neef in de spreekkamer zit, en dat klopt. Er is een sterke aanzuigende werking. Maar zelfs als je bekendstaat als `zo'n huisarts die ontzettend veel illegalen ziet', gaat het om een erg klein deel van je totale aantal patiënten. Ik doe per jaar misschien 150 consulten voor illegalen.''