Streven naar onnozelheid

Peter van de Witte en Bas Hoeflaak vormen het cabaretduo Droog Brood. Onlangs debuteerden ze met het programma `Teer': ,,De mode van vaart en tempo moet maar eens afgelopen zijn.''

Peter van de Witte: ,,Onlangs speelden we ergens in de provincie, waar de zaaleigenaar zijn zaaltje had volgehangen met slingers van droge boterhammen. We werden omringd door broodkorsten.''

Bas Hoeflaak: ,,Eerst lachten we, maar het was heel treurig.''

Peter van de Witte (Drachten, 1975) en Bas Hoeflaak (Haarlem, 1973) vormen het cabaretduo Droog Brood, dat onlangs debuteerde met Teer, een opmerkelijk programma vol uiterst korte sketches, absurdistische dialogen, zwijgende slapstick met ballonnen en lange vingers. Met hun droge, ingehouden stijl staan ze enigszins los van de heersende cabaretmode van grofgebekte stand-up comedians die met een minimum aan theatrale middelen direct de zaal aanspreken.

De oerversie van Teer speelden ze zes jaar geleden al, in de tweede klas van de Kleinkunstacademie. Daarna maakten ze verschillende, steeds langere versies van het programma; met één daarvan wonnen ze vorig jaar het Amsterdams Kleinkunst Festival. Verder speelden ze in de musical-parodie van Brigitte Kaandorp. Hoeflaak speelde in de musical Heerlijk duurt het langst. Van de Witte schreef liedjes, voor onder anderen Paul de Leeuw, en een absurdistische lunchvoorstelling: Flysk.

Van de Witte: ,,We zijn langzaam begonnen, we wilden aanvankelijk graag buiten de geijkte productiebureaus werken. Van het stipendiumgeld van het Prins Bernhardfonds dat ik bij mijn eindexamen won, hebben we een maand lang het Perdu-zaaltje in Amsterdam afgehuurd.''

Hoeflaak: ,,De eerste avond kwamen zeven mensen. De tweede avond kwam er niemand.''

Van de Witte: ,,Maar de derde avond kwamen zeventien studenten kijken, die het blijkbaar hebben doorverteld want de rest van de maand zat het vol.''

Van de Witte: ,,De opzet van ons programma bleef hetzelfde: twee jongens die bij elkaar komen om favoriete plaatjes te draaien. Maar dat gegeven alleen was precies genoeg voor een half uur, verder oprekken verzwakte het geheel. Daarom gebruiken we nu alleen nog maar het raamwerk.''

Hoeflaak: ,,Het is beter uitgesleten, veel abstracter geworden. Als je concreet, realistisch inzet, kom je in de problemen als je later wat losse nummers tussendoor wilt doen. Dan denken de mensen: `hè, ze zaten toch platen te draaien?'''

Brulkikker

In Teer zitten opmerkelijk veel uiterst korte scènes, die na één grap al worden afgebroken. Waarom is dat?

Hoeflaak: ,,Langere scènes zijn over het algemeen te lang.''

Van de Witte: ,,De meeste scènes ontstaan uit één grap, die vaak ook de beste is. Zoals de grap met de invalide in de rolstoel die, met de hulp van zijn begeleider, opeens gaat tappen. Als je zoiets uitbouwt en er mindere grappen naast zet, zwak je die ene grap af.''

Hoeflaak: ,,We proberen het wel, maar er zit niet meer in.''

Van de Witte: ,,We hebben de scène wat langer gemaakt door gewoon even te wachten, een minuut niets te doen, waardoor iedereen denkt: `wat is dit?' Vervolgens versterk je de grap door meteen erna die rolstoel van het podium af te rijden, en het daarbij te laten.

,,Maar bijvoorbeeld de ballonnen-act was wèl uitbouwbaar. Worst-ballonnen vouwen is op zich niet zo'n sterke grap. Vervolgens vouwen we er geslachtsdelen van, dat is al wat grappiger maar nog steeds voor de hand liggend. Daar konden we dan weer overheen door het te laten uitmonden in een cursus porno.''

Hoeflaak: ,,De lange-vingers-scène konden we ook uitbouwen.''

Van de Witte: ,,Het absurdistisch maken begint met een paar eenvoudige effecten, zoals het inbrengen van een vervreemdend element. Ik zeg bijvoorbeeld: `ik heb een aardigheidje voor je meegebracht. Het is een steen.' Daar krijg je een apart smaakje van. Als ik zeg: `ik zit erover te denken om een hond te kopen', is dat normaal. Als ik zeg: `ik zit erover te denken om een geit te kopen', dan heb je meteen een aardig uitgangspunt.''

Hoeflaak: ,,Een geit wordt over het algemeen beschouwd als een Komisch Dier.''

Van de Witte: ,,Net als bijvoorbeeld de Surinaamse zangvogel. Of de brulkikker, daarover heb ik laatst een documentaire gezien. Brulkikkers vormen een plaag in Arizona omdat zij daar geen natuurlijke vijanden hebben. Zij eten alle vogels op.''

Hoeflaak: ,,Duiven?''

Van de Witte: ,,Nee, die niet.''

Hoeflaak: ,,Hoe vangen ze die vogels dan?''

Van de Witte: ,,Ze springen.''

Hoeflaak: ,,En brullen?''

Van de Witte: ,,Dat doen ze ook.''

Hoeflaak: ,,Maar daarmee jagen ze toch die vogels weg? Wie een vogel wil vangen, moet zijn mond houden.''

Van de Witte: ,,Eerst vangen ze de vogel. Dan pas brullen ze. Het is trouwens een heel menselijk geluid.'' (Bootst geluid na.)

Hoeflaak: ,,En kunnen de cowboys daar geen natuurlijke vijand van de brulkikker worden?''

Van de Witte: ,,Brulkikkers zijn heel slim. Ze verstoppen zich onder een blad... Wat zit ik eigenlijk slap te ouwehoeren. En we zijn nog maar net begonnen.''

Hoeflaak: ,,Ja, ik dacht al... ik hou mijn mond maar.''

Onnozelheid

Van de Witte: ,,We houden ervan om heel klein te spelen. Sec. De mode van vaart en tempo moet maar eens afgelopen zijn. Ons grote voorbeeld is Toon Hermans. Die kon uit helemaal niets een prachtige scène bouwen, die over niets ging. Zoals die beroemde scène dat hij een hele tijd alleen maar staat te wachten op een tennisracket.''

Hoeflaak: ,,Toon heeft een soort onnozelheid die wij ook nastreven. Jim van der Woude vinden we ook goed, zoals hij in Het weer van Carver een eindeloos slapsticknummer maakte van het naar zijn portemonnee zoeken.''

Van de Witte: ,,Hoewel we niet op hem lijken, is Freek de Jonge ook een voorbeeld. Vooral de mythische, symbolistische sprookjes die hij in de jaren tachtig vertelde, vind ik prachtig. We hebben ooit, apart van elkaar, meegedaan aan een masterclass van Freek in het Amsterdamse Nieuwe de la Mar Theater. Daarvoor had ik een tekst geschreven in Freeks stijl, over een jongen die van huis gaat met een brief van zijn moeder. Freek gebruikte me toen als voorbeeld van hoe het niet moest. Hij maakte me af. Hij vroeg: `wie is je grote voorbeeld?' Waarop ik angstig stamelde: `Jij.' Ik kreeg een blackout. De volgende dag stond er een foto van Freek en mij op de voorpagina van Het Parool, met als onderschrift: `Peter de Witte weet het niet meer'.''

Van de Witte: ,,De structuur van Teer is open, maar het is zeker geen grabbelton van grappen. Dat zou verschrikkelijk zijn om te spelen. De algemene sfeer, de kleur en smaak van de voorstelling laat de grappen beter tot hun recht komen. Meestal begin je met de gedachte en bouwt daarop een voorstelling. Wij hadden al materiaal en moesten daar nog een gedachte bij verzinnen. Wij willen met deze voorstelling wel degelijk iets vertellen, maar we willen niet zeggen: `het gaat daar en daar over'. Dat werkt niet. Zo los en expliciet geformuleerd klinkt het altijd dom en lelijk.''

Hoeflaak: ,,Je zou kunnen zeggen dat Teer gaat over vriendschap en eenzaamheid.''

Van de Witte: ,,Het gaat over kijken hoe ver je kan gaan in een vriendschap; over wat alleen zijn is.''

Hoeflaak: ,,Ik kon me wel vinden in wat een criticus schreef: het zou kunnen gaan over twee mensen die bij elkaar komen en vrienden proberen te worden, maar het zou ook kunen dat het nergens over gaat.''

Van de Witte: ,,We hebben vooral een achterliggend verhaal nodig om zelf te gebruiken, om het spelen van de grote lijn makkelijker te maken. Niet om aan het publiek te vertellen. Zo speel ik als achterliggend idee een jongen die alleen is en die graag soldeert. Als je goed oplet, zie je dat ik typische soldeerschoenen draag.''

Hoeflaak: ,,Ik speel ook een eenzame jongen. Mijn hobby is Paul van Vliet. Teer begint met een scène waarin ik wacht op Peter, terwijl ik een cd van Paul van Vliet draai. Vroeger ging ik dan mee-playbacken, waardoor het een vette parodie werd. Maar het is beter om een beetje mee te mompelen en verder niets te doen. Dat brengt meteen rust in de voorstelling.''

Van de Witte: ,,We deden dat nummer om Paul van Vliet belachelijk te maken. Maar gaandeweg kwamen we erachter dat het een mooi, oprecht lied is.''

`Teer' van Droog Brood, tournee t/m 28/5. Inl. Hekwerk Theaterprodukties (020) 623 1555 of www.droogbrood.nl.

    • Wilfred Takken