Reclame-oorlog

De afgelopen zeven weken heeft de regering Bush weinig te klagen gehad over de media. Kritische geluiden over `the war on terror' in Afghanistan of het thuisfront waren nauwelijks te horen. Deze week kwam de omslag.

Werd president Bush voor 11 september regelmatig afgeschilderd als een nitwit die belangrijke taken het liefst aan zijn vice-president overliet, na de terroristische aanslagen in New York en Washington verscheen het ene na het andere krantenverhaal waaruit bleek dat de president de touwtjes stevig in handen had. Nog deze week kopte USA Today: `Same president, different man in Oval Office'.

De journalisten die het in de dagen na 11 september waagden vraagtekens te zetten bij Bush' handelwijze, kwam dat duur te staan. Ze werden wegens onpatriottisch gedrag door hun hoofdredacteuren berispt of zelfs ontslagen. Feitelijk was er van enige serieuze kritiek op het regeringsbeleid geen sprake. En dat bleef zo toen `Operations Enduring Freedom' begon: de berichten vanuit het Pentagon dat de oorlog vlekkeloos verliep werden voetstoots overgenomen.

Het was dan ook even schrikken toen de teneur van de berichtgeving deze week plotsklaps omsloeg. De minister van Defensie, Donald Rumsfeld, werd tijdens zijn persconferentie opeens geconfronteerd met menig verslaggever die wilde weten waarom de oorlog ,,niet zo best verloopt'' en waarom ,,de vijand is onderschat''. ,,Wordt dit een nieuw Vietnam?'', vroeg een presentator van CBS News zich af.

,,Ik denk dat de bad guys aan de winnende hand zijn'', meldde een ABC-journalist. En The Wall Street Journal: ,,In plaats van een dankbare Afghaanse bevolking, lijkt de steun voor de Talibaan zich te consolideren en de haat voor de VS te groeien''.

Maar niet alleen de oorlog in het verre Afghanistan, ook de wijze waarop thuis de miltvuurcrisis wordt aangepakt oogstte kritiek. ,,Ze hebben geen flauw benul waar ze het over hebben'', bekritiseerde een CBS-verslaggever de vaak tegenstrijdige berichten die de afgelopen weken uit het Witte Huis kwamen. Zelfs het conservatieve opinietijdschrift The Weekly Standard moest concluderen dat in de strijd tegen het terrorisme ,,geen enkel concreet resultaat is geboekt''.

Vooral het nieuwe kabinetslid Tom Ridge, belast met de strijd tegen het terrorisme in het binnenland, heeft het zwaar te verduren. The New York Times stelde dat Ridge ,,alleen maar meer verwarring zaait''.

Een CBS News-presentator vroeg de bewindsman botweg: ,,U moet zich ervan bewust zijn dat een hoop mensen denken dat u het heeft verprutst'', terwijl Ted Koppel iets diplomatieker stelde ,,de overheid geeft een hoop informatie voordat duidelijk is wat de feiten zijn''.

The Washington Post citeerde een hoge ambtenaar als volgt: ,,We willen van Tom Ridge een merk maken. Als mensen hem zien, dan willen we dat ze denken: `mijn baby's zijn veilig'.'' Tja, als CNN dan eerder informatie over de laatste miltvuurontwikkelingen blijkt te hebben dan Ridge, dan is zo'n `reclamecampagne' natuurlijk weinig effectief.

Maar de meest rigoureuze kritiek deze week kwam van Frank Rich, commentator van The New York Times, die een opiniestuk van de veelzeggende kop `How to lose a war' voorzag. Hij eindigt zijn artikel, waarin hij de vloer aanveegt met werkelijk álle aspecten van het beleid van de regering Bush, met de volgende woorden: ,,Misschien verliezen we de strijd voor de Afghaanse harten en zielen deels omdat de vrouw [...] die de leiding heeft over de propaganda inspanningen een manager is uit de reclamewereld die niet is gekozen om haar expertise op het gebied van beleid en politiek, maar dankzij haar verkooptechniek aangaande producten als Head & Shoulders shampoo.

,,Als we miltvuur dan niet effectief kunnen bestrijden, is het geruststellend te weten dat we altijd nog de oorlog tegen roos kunnen winnen.''

    • Jeroen van Bergeijk