Op pad

Omdat mijn schrijverij helemaal was vastgelopen, besloot ik onlangs om het radicaal over een andere boeg te gooien. Ik moest eruit, op pad! Verslaggeverscolumnist moest ik worden, dat was erg in de mode. Elke zichzelf respecterende krant had tegenwoordig een eigen verslaggeverscolumnist en als een krant zo'n verslaggeverscolumnist nog niet had, dan werd er één voor veel geld bij de concurrentie weggekocht.

Het principe van de verslaggeverscolumnistiek is erg eenvoudig. Je loopt over straat waar je dan iemand tegenkomt. Over die iemand schrijf je vervolgens een stukje. Soms gebeurt het wel eens dat je op straat loopt en niemand tegenkomt. In dat geval ga je ergens naar toe, naar een bijeenkomst, een lezing of een sportwedstrijd. Dan schrijf je een stukje over die bijeenkomst, die lezing of die sportwedstrijd. Het is een nieuwe manier om het oude journalistieke handwerk weer op te nemen, om gewoon weer verslag te doen. Back to basics, daar gaat het om. En het enige wat je ervoor nodig hebt, is een fijn observatievermogen en een paar nieuwe schoenen.

Enfin.

Mijn eerste gang als verslaggeverscolumnist voerde mij naar het Nieuwe de la Mar, waar Norman Mailer zou voorlezen uit zijn laatste boek. Overal in de stad hingen grote affiches van verslaggeverscolumnisten, die mij streng aankeken. Het was duidelijk dat ik op de goede weg was en wijs besluit had genomen om zelf ook verslaggeverscolumnist te worden. De zaal zat helemaal vol. Mailer zag er oud uit, wat klopte, want hij is al behoorlijk oud. Hij verplaatste zich op krukken en hees zich met veel moeite in zijn stoel. Hij droeg een zwart omrande bril en had onder zijn colbertje een spijkeroverhemd aan. Ik zag dat er een klein haartje uit zijn neus groeide.

Af en toe zei Mailer iets over Amerika. Ik keek eens rond. Links van mij zat Martin Bril. Hij droeg een zwart pak met bruine schoenen. Toen Mailer opmerkte dat Amerika ziek was, knikte Bril dat hij het met de grote schrijver eens was. Rechts van mij zat Frits Abrahams. Hij droeg een bruin pak met zwarte schoenen. Maar toen Mailer opmerkte dat Amerika ziek was, schudde Abrahams juist het hoofd. Kennelijk kon hij zich niet in de woorden van Mailer vinden.

Mijn tweede klusje als columnistenverslaggever voerde mij naar de Amsterdamse boekhandel Athenaeum, waar de Franse schrijfster Catherine Millet haar boek Het seksuele leven van Catherine M. zou signeren. Dit boek baarde in Frankrijk opzien vanwege de vrije manier waarop de auteur over groepsseks schrijft. Zo laat ze zich gelijktijdig anaal en vaginaal bezitten, terwijl ze ook nog een penis in haar mond heeft, plus nog eentje in elke hand, dit alles met de volledige instemming van haar echtgenoot.

Enfin.

Juist als ik de winkel wil binnenstappen, komt Martin Bril naar buiten. Hij draagt een zwart overhemd en een zwarte broek, maar met een bruine riem. Hij heft zijn handen ten hemel en roept: ,,Hier is niets te halen! Die vrouw is een onbemande naaimachine. Haar boek stelt helemaal niets voor en haar man ook niet.'' Als hij is uitgeraasd en ik mijn bewondering voor zijn oordeel heb overwonnen, vraag ik of Frits Abrahams misschien ook aanwezig is. ,,Die trok het niet meer'', zegt Bril, ,,die is vanmiddag al bij een club van duivenmelkers geweest.'' Dan verdwijnt hij met grote stappen in de duisternis, vermoedelijk op weg naar een andere bijeenkomst waar wel een stukje inzit.

Nu ik het rijk alleen heb, stap ik voorzichtig Athenaeum binnen. Aan een tafeltje zit Catherine Millet te signeren. Ze heeft een tache de beauté op haar bovenlip. Naast haar zit haar echtgenoot Jacques Henric, een onooglijk mannetje met grijze plukjes haar die verwilderd uit de zijkanten van zijn hoofd steken. Graag zou ik van hem willen weten hoe het is om met zo'n seksmonster getrouwd te zijn, maar voordat ik bij het tafeltje van madame Millet en monsieur Henric ben aangekomen, zie plotseling mr. J.L. Heldring. De bejaarde columnist zit in een hoekje en kijkt somber voor zich uit.

,,Mijnheer Heldring'', vraag ik verbaasd, ,,wat doet u hier?''

,,Bij de krant vonden ze dat ik er weer eens uit moest. Op pad! Vandaar.''

Heel betreurenswaardig, want ik lees de analyserende beschouwingen van J.L. Heldring altijd graag.