Meer literatuur!

,,De Nederlandse les op de middelbare school is verschraald tot het aanleren van inhoudsloze vaardigheden'', zegt dr. J.P.A. Stroop. Hij is schrijver van de verhandeling Poldernederlands (waardoor het ABN verdwijnt), neerlandicus, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Landelijke Vereniging van Neerlandici. Deze vereniging luidt de noodklok over het literatuuronderwijs op de middelbare school. De LVVN is de eerste niet. Al jaren klinkt het noodgebeier over de polder. Vergeefs. In de afgelopen twintig jaar is de tijd die in de klas aan literatuur wordt besteed tot tien procent teruggebracht, aldus Stroop.

Het is natuurlijk van het grootste belang dat de kinderen op school goed leren spreken en schrijven. Maar lukt het? Iedere dag doe ik steekproeven, niet opzettelijk, maar omdat ik nu eenmaal in het openbaar vervoer zit waar veel wordt geconverseerd en getelefoneerd, en omdat ik op mijn werk ook wel eens bel. Sinds drie jaar geleden het Poldernederlands verscheen, is de aftocht van het ABN met reuzenschreden verder gegaan. Nederland begint tweetalig te worden. Er is een oud ABN dat in zich in het gebruik wel moderniseert, maar in deze aanpassing ver achterblijft bij de nieuwe ontwikkeling. Ik probeer gesprekken af te luisteren, maar verdomd, ik weet niet meer wat ze tegen elkaar zeggen. De jongeren wisselen in hoog tempo woordenslierten uit. Het lijkt op een vreemde taal waarvan je ook een paar woorden kent. Prego, per favore, a la prossima volta. Zo is dit een soort Nederlands geworden waarmee je moet opgroeien om het nog volkomen te begrijpen. Een taalgrens begint de generaties te scheiden. Er tekent zich het begin van een breuk af in de continuïteit van het wederzijds verstaan. Daar kan de concentratie op de vaardigheden in het spreken en schrijven blijkbaar niets aan verhelpen.

Daarmee is het verband tussen vaardigheid en literatuur gelegd. Want het bewaren van de continuïteit ligt juist in de kennis van de literatuur. Een taal komt niet per generatie uit de hemel vallen. Natuurlijk zal de inhoud van de literatuurles door de jaren heen veranderen, maar als aan het doel wordt gefrunnikt, wordt daarmee een aanslag gepleegd op de continuïteit van de cultuur. En juist dat is gebeurd; daarmee is men bezig. ,,Kan men zich een zichzelf respecterend land voorstellen dat zijn moedertaalonderwijs zelfs in de hoogste vorm van het voortgezet onderwijs berooft van het onderwijs in de literatuur?'', vroeg vijf jaar geleden de neerlandicus A. Braet zich af. (NRC Handelsblad 30.8.96). Hij verzette zich in zijn artikel tegen de plannen van mevrouw T. Netelenbos, nu minister van de spoorwegen en toen staatssecretaris van onderwijs. Ze wilde het onderwijs in de Nederlandse literatuur onderbrengen in een groter geheel, niet minder dan de wereldliteratuur, en bij het vak `taalvaardigheid' het opstel uit het eindexamen schrappen. Daarover is toen veel te doen geweest.

Waarom is het verwaarlozen van het onderwijs in de eigen literatuur rampzalig? Omdat de docent - gegeven dat zij/hij een onverslijtbare liefde voor het vak heeft en goed kan vertellen –, de leerlingen onvergetelijke uren bezorgt. Misschien moet de literatuur in deze tijd anders `verkocht' worden. Maar ik zie niet in waarom een docent met enig dramatisch talent van bepaalde passages in Multatuli's Vorstenschool of Woutertje Pieterse geen succes zou kunnen maken. Denk ook aan het Roverslied. Met Jacob van Looy, De dood van mijn poes, kan de klas aan het huilen worden gebracht. Theo Thijssens Kees de jongen heeft nog kort geleden in het centrum van de publieke belangstelling gestaan, dankzij de Zwembadpas. In de hogere klassen kan de les worden verlevendigd met wat soft porno uit De zondaar, van Ali van Wijhe-Smeding; en dan het gedichtje dat Du Perron aan dit boek heeft gewijd bij wijze van toelichting. Zo wordt een tijdsbeeld opgeroepen: de jaren dertig. En laat de kinderen ook iets uit het hoofd leren om het zo mooi mogelijk voor de klas op te zeggen.

Op dezelfde manier pak je het met de literatuur van na de oorlog aan, te beginnen natuurlijk met De avonden en dan kom je van lieverlee bij A.F.Th. terecht. Literatuur hoeft niet `moeilijk' of duf te zijn. Het gaat er alleen om dat er een verhaal van wordt gemaakt, zoals van de geschiedenis. De leraren weten dat wel. Nu nog de minister en de staatssecretaris.

Website: www.lvvn.nl

    • H.J.A. Hofland