Mathilde Santing

Mathilde Santing debuteerde als een oprecht solo-artiest, slechts begeleid door een ritmebox annex synthesizer. Een heel contrast met New Amsterdam, waarop twee bigband-bezettingen meedoen en een orkest – al trad ze ooit op met de big band van Frank Grasso. Continuïteit zit er ook in de werkwijze: beter goed gecoverd dan slecht geschreven, al misstaan de twee werkjes van Santings muzikaal leider Sebastiaan Koolhoven beslist niet tussen Stella By Starlight, The First Time Ever I Saw Your Face en All My Tomorrows. Dat laatste lied is intiem gearrangeerd, nog altijd de beste context voor Santings kraakheldere stem. Maar omdat teveel intimiteit benauwend kan zijn, is het goed dat ze ook met grotere bezettingen en uitzinniger stemmingen in de weer is. Joris Teepe, contrabassist te New York en een van de belangrijkste exportproducten van de Nederlandse jazzscene, trommelde in zijn woonplaats (vandaar de titel) het nodige jonge jazztalent op, waarmee stukken als In The Meantime en The Deepest Sea flink worden opgehaald. Er is ook een Nederlandse bezetting actief, terwijl Praagse strijkers het aloude If I Were A Bell opsieren. New Amsterdam straalt een grote ambachtelijkheid uit, maar is niet helemaal vrij van oubolligheid en voorspelbaarheid. Dat had anders gekund, want de plaat begon zo veelbelovend en onverwacht: met een glanzende big band-versie van Smokey Robinsons Motown-klassieker Ain't That Peculiar waarin Santing flink rauw uithaalt.

Mathilde Santing: New Amsterdam (Sony Music SML 504215 2)