Literatuur is harder dan ecstacy

In de bestseller `E 6,99' geeft de Franse schrijver Frédéric Beigbeder een vernietigend beeld van de reclamewereld waarin hij zelf jaren gewerkt heeft.

Hij is nog high van de Amsterdamse space-cake, maar dat is juist een prima gemoedsgesteldheid voor een gesprek, vindt Frédéric Beigbeder (36), voormalig reclameman, journalist en schrijver van de bestseller 99 francs. In Frankrijk geldt hij als een arrogante, brutale luis-in-de-pels, een literaire dandy uit de betere kringen van Saint-Germain-des-Prés, waar hij de prix de Flore oprichtte, genoemd naar het gelijknamige prestigieuze café. Hij heeft de naam van goedgebekte, cynische, rebelse anti-globalist maar dan wel een met een flink bankrekening, een televisieprogramma en een scherpe pen.

Het is een imago dat hij in de loop der jaren zorgvuldig heeft opgebouwd een koud kunstje voor een professional uit de reclamewereld. Beigbeder werkte tien jaar als copywriter bij een groot reclamebureau en verdiende met zijn slogans geld als water. Hij reisde als een ster de wereld rond, haalde alle populaire bladen, had meisjes bij de vleet en zoveel cocaïne als zijn neus maar aankon. Maar Beigbeder knapte af en schreef een agressief-satirisch boek over de verrotte mores van de reclamewereld, een boek van binnenuit, met als hoofdpersoon zijn alter ego Octaaf Parango. Dat nam zijn werkgever hem niet in dank af en twee weken voordat het boek verscheen werd Beigbeder ontslagen zonder gouden handdruk, tot zijn stomme verbazing.

Zelf noemt hij zich graag het kleine broertje van Michel Houellebecq. Dat mag waar zijn voor zijn thematiek, literair gezien kan Beigbeder nog het een en ander van zijn grote broer opsteken. E 6,99, zoals de titel luidt van de pocketuitgave van de Nederlandse vertaling, is een journalistiek geschreven, fel, soms geestig boek waarin de reclamewereld door de mangel wordt gehaald met behulp van zijn eigen strategieën: veel wervend taalgebruik, veel slogans, veel valse schijn en ironische, absurde reclameboodschappen die het verhaal onderbreken.

Vanaf de eerste bladzijde legt ik-persoon Parango uit dat hij dit boek schrijft met het doel ontslagen te worden, met handdruk uiteraard. Hij beschrijft zijn dagen: vergaderingen met corrupte opdrachtgevers wie niets te dol is om de koper te misleiden, idiote gesprekken met gestoorde collega's in de hoop een pakkende slogan uit zijn oververhitte hersens te persen, seksreisjes naar tropische eilanden en eenzame weekenden, onder de pillen, in een kil huis waaruit zijn vriendin al is vertrokken. Hij pikt een hoertje op, promoot haar voor de casting van een reclamespot en laat zien hoe racisme, volksverlakkerij en perversiteit samengaan in de strijd om de portemonnee van de consument. Het is de wereld van het grote geld, waarin de merken het voor het zeggen hebben, waarin alles te koop is onder het motto `hedonisme is geen humanisme: het is cashflow' en `ik consumeer dus ik ben'.

Wonderbra

Hoe heeft Beigbeder het tien jaar lang uitgehouden in de karikatuur die hij schetst? ,,In het begin geilde ik op het grote geld, de glamour, de fotografen. Maar naarmate ik vaker werd vernederd door agressieve opdrachtgevers, raakte ik steeds gefrustreerder. Ik werd me ook bewust van de macht die ik, als vijfentwintigjarige, had. Ik bedacht een zin en zag die vervolgens overal in het land terug, op alle muren, in alle straten. Neem de slogan voor Wonderbra, waarbij Eva Herzigova in bh je vanaf een affiche aankijkt: `Kijk me in de ogen. Ik zei, in de ogen!'. Door dat affiche raakten automobilisten van de weg af, kregen ongelukken! Ik kreeg er schuldgevoelens van, raakte wrokkig, woedend en werd daarna schizofreen. Ik spuugde de hele dag op wat ik deed, zoals zovelen in die wereld. Ik maakte rotzooi, maar verdiende daar kapitalen mee en hield dus mijn bek. Ik begon aantekeningen te maken, in eerste instantie niet voor een boek, maar om geen maagzweer te krijgen!'

Nu is het de reclamewereld die met het boek van Beigbeder in haar maag zit. Daar reageerde men woedend en gekwetst op zijn satirische, agressieve vergelijkingen. Zo bestempelt hij, aan de hand van een citaat van Aldous Huxley, de reclame als een `nieuw soort totalitarisme'. Beigbeder: ,,Vroeger maakten fascistische dictaturen gebruik van terreur, de goelag en geweld. Er is tegenwoordig een veel eenvoudiger manier om de massa te onderwerpen, namelijk door de mens ervan te overtuigen dat hij gelukkig is – smile and relax!' De reclamebureaus maken de consumenten tot slaven, ontnemen hun een eigen wil. Dankzij hen hebben `de merken de Derde Wereldoorlog tegen de mensheid gewonnen', schrijft Beigbeder. ,,In die oorlog staan aan de ene kant de grote merken, de privé-ondernemingen, wier belang het is de wereld te uniformeren en aardige, gehoorzame consumenten te creëren – de gelovigen van Coca-Cola, McDonald's en Calvin Klein. Aan de andere kant staan de goede smaak, de kunst en de mens die vrij wil zijn. In de reclame wordt die oorlog uitgevochten – daar komen die twee samen. De politici hebben de economie losgelaten en de sleutel van de macht aan de commercie gegeven, aan mensen die geld willen verdienen, die schijt hebben aan de teloorgang van de planeet. Het cynisme regeert. Terrorisme is bijna de enige manier om daarop te reageren. Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar de beelden van de Twin Towers zijn fascinerende reclamespots. De mensen die dat hebben georganiseerd zijn echte communicatieprofessionals. Goebbels zou de verantwoordelijken hebben bewonderd.'

,,Wat in New York is gebeurd', zegt Beigbeder terwijl hij van zijn Coca-Cola nipt, ,,heeft te maken met de frustratie die voortkomt uit het onvermogen gehoord te worden. In mijn boek citeer ik Theodore Kaczynski, alias Unabomber, die in een manifest, gericht aan de Washington Post, schreef dat hij, om aandacht te krijgen voor zijn boodschap, ook wat mensen had moeten vermoorden. Dat is natuurlijk ontoelaatbaar. Ik ben tegen geweld. Maar het is het gevolg van onze statische wereld, waarin men de indruk heeft dat er nooit iets zal veranderen. Dat is gevaarlijk. Dan geloven mensen dat er alleen met fanatisme, met geweld iets kan gebeuren.'

In E 6,99 wordt een rijke weduwe in Miami vermoord, die alleen al door haar welstand geacht wordt grootaandeelhoudster van Europese pensioenfondsen te zijn. Van Beigbeders andere personages pleegt er één zelfmoord, vertrekt een tweede van het ene moment op het andere met de noorderzon en pleegt een derde een moord, ondanks het feit dat ze het financieel goed voor elkaar hebben. ,,Ze leven in een betekenisloze wereld waarin alles te koop is', zegt Beigbeder, ,,lichaam zowel als ziel. Acht uur per dag op een kantoor werken, voor geld, is voor mij een vorm van prostitutie. Je verkoopt je lichaam en je hersens.'

Lafbekken

Zelfmoord, moord, agressie, nihilisme er is weinig hoop in E 6,99. ,,Wij hollen de catastrofe tegemoet', lacht Beigbeder cynisch, ,,kijk naar onze manier van leven. We gaan maar door met consumeren en draaien de planeet de nek om. Aan de ene kant versnellen we dat proces, aan de andere kant gaan we door met kinderen krijgen. Ik heb een dochter van twee, aan wie ik mijn boek heb opgedragen. Totdat ik vader werd, profiteerde ik van de wereld dat vond ik zeer aangenaam. Nu ontkom ik er niet aan existentiële vragen te stellen. In mijn boek vertel ik hoe Octaaf de deur uitrent als hij hoort dat zijn vrouw zwanger is. Alle mannen vragen zich natuurlijk af of ze wel voor het vaderschap in de wieg zijn gelegd. Wij mannen zijn egoïsten en lafbekken en dan is vaderschap een enorme verantwoordelijkheid. Dan begin je je af te vragen: wat doen we hier? Hebben we geen shit-leven? En dan heb ik het nog niet eens over de onrechtvaardigheid tussen arm en rijk, noord en zuid. Die mensen verafschuwen ons. En ze hebben gelijk. Wij houden trouwens ook niet echt van onszelf.'

Bij Beigbeder is ieder menselijk gevoel verdrongen door het dollarteken en ,,het geloof in God is vervangen door geloof in de reclame. Vroeger ging men één keer per week naar de mis, nu gaat men één keer per week naar de supermarkt. In de kerk zie je beelden van Jezus, van de maagd Maria. In de supermarkt zie je affiches van Claudia Schiffer en consorten. De reclame staat bol van de slogans, net als in de godsdienst: Heb elkander lief. De laatsten zullen de eersten zijn. Die analogie is opmerkelijk. Mensen moeten nu eenmaal in iets geloven.'

Dat geldt ook voor Beigbeder, die, zo lijkt het, in twee dingen gelooft: in verveling en in literatuur. De zeventiende-eeuwse Franse filosoof Blaise Pascal schreef al dat de mens, ontroostbaar door het besef dat hij sterfelijk is, iedere vorm van verveling probeert te vermijden om maar niet met de treurige gedachte aan zijn dood geconfronteerd te worden. Daarom is de mens steeds op zoek naar verstrooiing – nieuwe bezigheden, nieuwe passies. Dat gaat eens te meer op voor onze tijd, meent Beigbeder. ,,Overal om ons heen is muziek, reclame, lawaai. We worden gedwongen voortdurend samen met anderen te zijn. We doen videospelletjes, kijken naar films, doen aan yoga, seks en drugs. Het is niet leuk om een mens te zijn. Die gedachte ontvluchten we door ons zo veel mogelijk te amuseren anders ga je maar nadenken over je leven. Maar verveling is erg creatief. Iedereen zou zich een uurtje per dag moeten vervelen. Zo ben ik gaan schrijven. Ik word betaald om me te vervelen.'

In 1999 publiceerde Beigbeder Nouvelles sous ecstasy, een verhalenbundel geschreven onder invloed van ecstasy. Op de vlucht voor verveling? ,,Voor een romanschrijver zijn drugs interessant omdat je de werkelijkheid ontvlucht. Je schrijft omdat je niet van de werkelijkheid houdt. Je wilt elders zijn. Baudelaire gebruikte hasj, William Burroughs heroïne, Brett Easton Ellis cocaïne en toen had nog niemand geschreven onder invloed van ecstasy. Hoe dat voelde? Het was angstaanjagend, zo goed. Ik was de pascaliaanse angst kwijt, de maatschappij was één grote broederschap. Maar ja, het duurt maar een paar uur. Ik wil het niemand aanraden de literatuur is een veel hardere drug, die veel langer duurt.'

Groeiende waanzin

Begin dit jaar publiceerde Beigbeder Dernier inventaire avant liquidation, een boekje waarin hij een persoonlijk commentaar geeft op de literaire top-vijftig van de twintigste eeuw, samengesteld door lezers van Le Monde. Het zijn korte, journalistieke stukjes, eerder geschreven als lezer en niet als criticus, waarin Beigbeder lustig zijn eigen meningen over literatuur ventileert. De literatuur moet ontheiligd worden, schrijft hij, `meesterwerken lijden onder een meerderwaardigheidscomplex'. ,,Meesterwerken verafschuwen het gerespecteerd te worden', zegt Beigbeder, ,,voor een boek is het vreselijk intimiderend om zo groot te zijn. Ulysses, A la recherche du temps perdu, De toverberg je durft ze niet als gewone boeken te lezen. Maar je moet ze niet respecteren, je moet bladzijden overslaan, ze wegleggen als ze je niet bevallen. De boeken die ik in mijn boek bespreek zijn vaak op jonge leeftijd geschreven, door schrijvers die op zoek waren naar een nieuwe taal. Ze spraken over de wereld waarin wij leven. Ik heb ze gelezen alsof ze gisteren verschenen waren.'

Volgens de lezers van Le Monde was L'étranger van Albert Camus het beste boek van de vorige eeuw. En volgens Beigbeder zelf? ,,Reis naar het einde van de nacht van Céline. Dat is een revolutie in woorden, de eerste roman van de mondialisering. Het is het verhaal van een man die de aarde rondreist, op zoek naar de verantwoordelijke voor het ongeluk dat hij beleeft, maar die hij natuurlijk nooit vindt. Na Céline was de twintigste eeuw literair gezien niet meer dezelfde. Op de tweede plaats zet ik American Psycho van Brett Easton Ellis, het verhaal van een golden boy van Wallstreet die mensen doodt. Die steeds groeiende waanzin is fantastisch. Het is misschien meer een boek van de éénentwintigste eeuw, omdat de hoofdpersonen merken zijn: Gucci, Prada, Armani. Hij vernieuwde ook de vorm van de roman, schrijft tien pagina's over een mooi meisje, dan weer tien over de laatste cd van Phil Collins of over de gebruiksaanwijzing van een wasmachine. Het geweld in dat boek stoort me niet. Ballard zei al dat het geweld de poëzie is van de twintigste eeuw. Dat is waar. Aardige, nette dingen schrijven heeft geen zin. Een boek moet choqueren.'

Frédéric Beigbeder: `E 6,99' (pocket), `E 14,99' (paperback), `E 24,99' (gebonden). Vertaald door Hans van Cuijlenborg. Uitg. De Geus. De titel van het boek is tevens de prijs.

    • Margot Dijkgraaf