Liever `soft sister' dan `big brother'

Burgers voelen zich onveilig en willen daarvoor best privacy inleveren. Maar welke privacy dan precies? Tilburgse onderzoekers proberen een begin van een antwoord te formuleren.

Dat Nederlanders bereid zijn privacy in te leveren om hun veiligheid te vergroten, was al ver voor 11 september, de dag van de aanslagen, duidelijk geworden. Maar welke privacy dan precies, en welke overwegingen daarbij gelden, werd uit de vele onderzoeken veel minder duidelijk.

Daarop hopen twee Tilburgse onderzoekers, dr. Anton Vedder en dr. Bert-Jaap Koops, nu wel een antwoord te kunnen geven. Zij deden de afgelopen maanden – voor de aanval op de VS – onderzoek naar gevoelens van burgers over opsporing en privacy. Het onderzoek wordt volgende week vrijdag in het Nederlands Juristen Blad gepubliceerd.

Het aantal respondenten was laag. Slechts 22 procent van de 1200 aangeschrevenen - zo'n 260 personen - nam de moeite de zeer uitgebreide vragenlijst in te vullen en terug te sturen naar dr. Anton Vedder en dr. Bert-Jaap Koops. Misschien wel een typisch voorbeeld van behoefte aan privacy, zo moet Koops toegeven. ,,Zulke uitgebreide enquêtes in dit type wetenschappelijk onderzoek halen vaak de 30 procent respons nauwelijks. De respondenten moeten er lang voor nadenken en flink tijd voor uittrekken.''

Toch durven de onderzoekers, die vaker over privacy en veiligheid in juridische vakbladen publiceerden, conclusies te trekken. Koops: ,,Wij wilden meer weten over de afwegingen die de burgers maken tussen veiligheid enerzijds en bescherming van de eigen levenssfeer anderzijds. Van al die enquêtes in de media word je in dit opzicht niet veel wijzer. Ons interesseerde de vraag: wat mag volgens de burger wel aan inbreuken en wat niet, en waarom niet? Dàt de overheid inbreuk mag maken om misdaad op te kunnen sporen is onomstreden, maar hoe ver de overheid daarin mag gaan is een veel moeilijker te beantwoorden vraag. We zijn interessante tegenstellingen op het spoor gekomen, die statistisch goed te verantwoorden zijn.''

Om de vraag te beantwoorden hoe ver de overheid mag gaan, blijken burgers gevoelig voor drie criteria: wat is het doel, welk middel wordt gebruikt en wie voert de ingreep uit. Veel minder geïnteresseerd is men in de vraag hoe effectief de maatregelen zijn, en hoe gegevens door instanties gebruikt en gekoppeld worden.

Als het gaat om bestrijding van zware misdaad zoals moord of verkrachting, mag de overheid ver gaan, zo leren de resultaten. Dat geldt veel minder voor handhaving van de openbare orde of opsporing van lichte misdrijven. De burger heeft opvallend weinig moeite met het koppelen en uitwisselen van gegevens en cameratoezicht. Huiszoeking en afluisteren liggen nog steeds een heel stuk gevoeliger.

De respondenten gaven blijk van een groot vertrouwen in de integriteit en deskundigheid van justitie en politie, beduidend meer dan in particuliere beveiligingsbedrijven en detective-bureau's.

Pardon? Waren uw respondenten de IRT-affaire alweer vergeten?

Koops: ,,Er is een soort basisvertrouwen, een natuurlijke zekerheid dat de politie moet opsporen, niet particulieren. Vergeet u niet, het vertrouwen van de burger in de overheid is hier vele malen groter dan in de Verenigde Staten. Overigens moet u dit niet lezen als absoluut argument tegen het inschakelen van particuliere instanties bij opsporing. Maar als de wetgever dat toelaat, moet hij ook een mechanisme ontwikkelen dat waakt over de integriteit van deze instanties.''

Toch wordt na affaires en rampen – Bijlmer, Hercules, Enschede – steeds op rituele toon herhaald dat het vertrouwen van de burger in de overheid ernstig is geschaad. Onzin dus?

,,Dat kan best zo zijn, maar dat is toch voornamelijk een tijdelijk effect. Over langere periodes gemeten lijkt dat vertrouwen groot en betrekkelijk stabiel.''

Geldt dat `natuurlijke' vertrouwen ook voor andere organisaties? De Registratiekamer signaleerde ooit dat supermarkt Albert Heijn via bijvoorbeeld de bonuskaart met opvallend gemak gegevens van zijn klanten weet te verkrijgen en aan elkaar koppelt omdat dit bedrijf zijn klanten groot vertrouwen inboezemt.

,,Dat zou best eens kunnen, al is het daar minder een natuurlijk gegeven maar iets waarvoor hard gewerkt moet worden. Albert Heijn werkt zeer nauwgezet en consequent aan de relatie met zijn klant, en probeert een warme, vertrouwde familieband te scheppen. Overigens vertelt Albert Heijn zijn geliefde klant niet wat er allemaal met de gegevens gebeurt. Klanten zouden hun gegevens misschien minder snel afstaan als Albert Heijn dat wel zou doen.''

Terug naar uw onderzoek. Kunnen de parlementariërs de discussie over het gebruik en de toepassingen van DNA stoppen, nu blijkt dat de burger daar nauwelijks om maalt?

,,Dat zou precies de verkeerde conclusie zijn. Natuurlijk moet de overheid naar de burger luisteren, maar maatregelen moeten niet alleen aan diens verlangens worden getoetst, maar ook aan eigen juridische bronnen en bijvoorbeeld grondrechten zoals die in de wet en Europese verdragen zijn vastgelegd. De overheid beschikt over informatie en inzichten in consequenties van maatregelen die de burgers niet hebben. Sommige Tweede-Kamerleden vergeten dat nogal eens, zeker nu. Met name over DNA wordt op dit moment niet of nauwelijks een geïnformeerd publiek debat gevoerd. Ook de invoering van cameratoezicht gaat erg hard.''

Misschien komt dat door de technologie die enerzijds steeds nieuwe bedreigingen van de privacy inhoudt, en anderzijds door de burger als rustgevend en handig wordt ervaren.

,,Het gekke is dat de technologie veel minder wordt gezien als kans voor privacy-bescherming, terwijl dat heel goed kan. Om u een voorbeeld te geven: het paspoort wordt voor steeds meer en voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor het aanvankelijk bedoeld was. Commerciële instellingen zoals banken vragen er naar bij de verstrekking van een hypotheek. Als je iemand in de gevangenis bezoekt, moet je je paspoortgegevens overleggen. Zelfs discotheken vragen er tegenwoordig om. Het bezwaar hiervan is dat iemand met één paspoort gigantische sporen door de samenleving trekt, dat diens gegevens voor telkens weer andere instanties toegankelijk worden. Waarom zou je die sporen niet opbreken door voor verschillende gelegenheden verschillende identificatiemogelijkheden te maken. Zo zou je bij de gevangenis één speciaal pasje met slechts één uniek lichaamskenmerk, bijvoorbeeld een irisscan, kunnen maken, en voor de discotheek één met een vingerafdruk.''

Maar wel ingewikkeld, al die pasjes als je én naar de gevangenis én naar de disco moet. Eén paspoort is makkelijker. En het gevaar van big brother neemt de burger dan op de koop toe, zo blijkt toch uit uw eigen onderzoek?

,,Nee, dat blijkt er niet uit. Want een big brother staat toch te veel tegenover de burger, terwijl die juist een overheid wil die naast hem staat. Mijn collega had het over de overheid als een soft sister, als je per se in dit soort sjablonen wil denken: iemand die goed voor je zorgt, over je waakt, ook over de dingen waar je zelf niet zo'n zicht op hebt.''

    • Kees Versteegh