Hulp aan ontheemden

Eerst stukgooien, dan opbouwen. Het lijkt een repeterend patroon te worden bij het beheersen van gewelddadige crises in de wereld. Bij de aanvang van de luchtoorlog tegen Servië beklemtoonde secretaris-generaal Solana van de NAVO dat de bombardementen niet tegen het Servische volk waren gericht. Het ging er zelfs niet om Milošvic uit de macht te wrikken, maar om hem te doen stoppen met de misdaden tegen de menselijkheid waaraan zijn ordetroepen in Kosovo zich schuldig maakten. Deze benadering van de NAVO hield de belofte in dat de wederopbouw zou beginnen zodra aan haar eisen tegemoetgekomen was.

In Afghanistan is het niet anders. Amerikanen en Britten, gemandateerd door de VN en gesteund door een brede coalitie van landen, vechten niet tegen het Afghaanse volk. Aanvankelijk zochten zij zelfs de medewerking van de heersende Talibaan om Osama bin Laden uitgeleverd te krijgen. (Hij is in de VS in staat van beschuldiging gesteld wegens betrokkenheid bij zelfmoordaanslagen op Amerikaanse doelen en burgers.) De bombardementen namen pas een aanvang toen de `koranleerlingen' uitlevering, met een beroep op het gastrecht, hardnekkig bleven weigeren. Ook hier geldt de belofte van hulp bij de wederopbouw zodra Afghanistan een einde maakt aan zijn asiel voor internationale terroristen.

Het is misschien een opbeurend perspectief, maar voor de getroffenen biedt het nu geen soelaas. Evenals in Kosovo stemmen die voorlopig liever met hun voeten. Niemand weet precies hoeveel ontheemden er binnen Afghanistan zelf rondzwerven, maar de druk op de grenzen met de buurlanden is enorm. Zowel Iran als Pakistan heeft de grenzen gesloten en tracht iets aan hulpverlening te doen voor de tienduizenden die zich aan de Afghaanse kant van de scheidslijn ophouden. VN-coördinator voor de vluchtelingen Lubbers heeft tevergeefs geprobeerd de betrokken regeringen van gedachten te doen veranderen en de grenzen alsnog te openen. Hij heeft zich uiteindelijk beperkt tot een oproep tenminste de allerzwaksten binnen te laten.

Ontheemden profiteren van het feit dat de grenscontrole niet overal even doeltreffend is. Maar ook dan is opvang afwezig. Iran en Pakistan kampen als gevolg van de Afghaanse troebelen al zo'n twintig jaar met een vluchtelingenprobleem dat hun krachten te boven gaat. De internationale gemeenschap heeft zich er al die tijd weinig tot niets aan gelegen laten liggen, met als resultaat dat zelfs de vluchtelingen van het eerste uur, zij die voor de sovjetinvasie een goed heenkomen zochten, nog steeds in kommervolle omstandigheden leven. De `illegalen' die nu toch nog de grens overkomen, zijn helemaal op zichzelf aangewezen.

Een pauze in de bombardementen wordt aanbevolen om de ergste nood binnen Afghanistan te kunnen lenigen. Het is maar de vraag of zoiets zoden aan de dijk zet. Wat te doen nadat de eerste nood is gelenigd als althans de Talibaan de hulpverleners daartoe in staat stelt. Kosovo heeft geleerd dat doorzetten ten slotte de omstandigheden heeft geschapen waarin zowel de Kosovaren als, zij het met vertraging, de Serviërs zelf konden worden geholpen. In ieder geval kan nu al veel meer worden gedaan voor de vluchtelingen in de grensgebieden. Als het om hulp gaat ligt daar dan ook de eerste prioriteit.