Hele smalle marges

De mooiste rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zijn die waarin een messcherpe, empirisch goed onderbouwde analyse wordt gegeven van een groot beleidsprobleem en waarin vervolgens precies wordt uitgelegd wat daar dan aan zou moeten gebeuren, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met politieke gevoeligheden of politieke haalbaarheid. Die rapporten worden vervolgens als `niet opportuun' terzijde gelegd door de erin aangesproken bewindslieden en andere politici, maar worden na verloop van enkele jaren toch weer opgegraven omdat de politiek dan tot inkeer is gekomen en moet erkennen dat de Raad al die tijd gelijk had.

Zo'n rapport was Volksgezondheidszorg uit 1997, een overtuigend pleidooi voor een basisverzekering ziektekosten, waar destijds (de martelgang van het plan-Simons lag nog vers in het geheugen) helemaal niemand op zat te wachten. Inmiddels is de politiek van links tot rechts overtuigd van de noodzaak van een basisverzekering en fungeert het WRR-rapport als inspiratiebron voor alle adviesorganen, ambtelijke commissies en andere gremia die, zoals het in modern VWS-jargon heet, 'bouwstenen' mogen aanleveren voor het toekomstige stelsel. Mooier kan het een WRR-rapport niet vergaan.

Onlangs verscheen het WRR-rapport Nederland als immigratiesamenleving. Het hoofdredactionele commentaar in deze krant was er op 10 oktober bijna lyrisch over: ,,De WRR neemt standpunten in die haaks staan op gevestigde politieke opvattingen en die ontleend zijn aan de ervaringen van landen met een traditie van immigratie. [...] Deze sociologische benadering is een verademing na de welzijnsbenadering en de juridisering die het vreemdelingenbeleid tot nu toe hebben gekenmerkt. Laten politiek en beleidsmakers deze aanbevelingen ter harte nemen!'' Geen wonder dat ik dacht een studie te lezen te krijgen die zich zou kunnen meten met die over de basisverzekering ziektekosten.

Met trillende vingers van de spanning haalde ik het rapport uit de envelop. Wat zou de WRR voor lessen willen leren uit de ervaringen van landen met een traditie van immigratie? Zouden ze een ruimer toelatingsbeleid willen voeren en bij die toelating willen gaan selecteren op capaciteiten van potentiële immigranten? Bij voorkeur universitair geschoolde asielzoekers toelaten? Zouden ze een veel beperkter verzorgingsstaat willen invoeren, zoals in echte immigratielanden te doen gebruikelijk? Zouden ze de rechten van immigranten op sociale zekerheid en sociale voorzieningen willen beperken (eerst naturaliseren tot Nederlander en dan pas een uitkering)? Met al dat soort aanbevelingen zou ik het op voorhand helemaal oneens zijn, maar ze zouden wel getuigen van durf en wellicht zou ik door een overtuigende empirische analyse van standpunt veranderen.

Ik heb het rapport inmiddels uit en ik moet bekennen dat ik de hoofdredactionele opwinding van NRC Handelsblad niet begrijp. Nederland als immigratiesamenleving bevat een heleboel nuttig feitenmateriaal over verschillende etnische groepen in Nederland en wijst op tal van problemen die zich voordoen in deze multi-etnische samenleving. Op geen enkel front wordt echter een oplossing aangedragen die echt zoden aan de dijk zou kunnen zetten. Twee voorbeelden.

1. Veel immigranten komen naar Nederland in het kader van gezinshereniging. Jongeren uit minderheidsgroepen trouwen met partners uit de landen van herkomst. Die partners integreren vaak moeizaam, constateert de WRR. Wat wil de WRR daaraan doen? De huwelijksleeftijd verhogen voor mannen en vrouwen die willen trouwen met een partner uit een ander land (in de stille hoop dat ze voor die tijd verkering hebben met een autochtone dan wel reeds goed ingeburgerde geliefde)? Eisen dat de partner zich op de arbeidsmarkt meldt? Nee, we moeten van de WRR gaan proberen de groep die binnenkomt in het kader van gezinshereniging ,,op de individuele mogelijkheden en kansen aan te spreken en hun zelfstandige participatie in de samenleving bevorderen'' (p. 225).

2. In zwarte wijken met zwarte scholen is het moeilijk om Nederlands te leren, zo signaleert de WRR. Wat wil de Raad daaraan doen? Een spreidingsbeleid voeren? De vrijheid van onderwijs ter discussie stellen? Nee hoor, we moeten ,,extra aandacht besteden aan het taalonderwijs aan anderstaligen'' (p. 151).

Voor vrienden van de verzorgingsstaat (waartoe ik mezelf van harte reken) is het plezierig maar bepaald niet opzienbarend om te lezen dat de WRR, ondanks al die veronderstelde `lessen uit de ervaringen van immigratielanden', op geen enkele manier adviseert sociale rechten aan te tasten. Niet van immigranten en niet van autochtone Nederlanders. Ook wordt nergens gepleit voor zoiets als selectie en toelating van immigranten op basis van verwacht economisch nut.

De enige les uit immigratielanden die ik heb kunnen aantreffen is dat Nederland zou moeten ophouden met het voeren van een `doelgroepenbeleid' omdat dat toch nergens toe heeft geleid. Achterstand is achterstand en probleemjeugd is probleemjeugd, speciaal beleid voor probleemjeugd van een bepaalde etnische herkomst acht de Raad onwenselijk.

Ook dit advies om in feite op te houden met een specifiek minderhedenbeleid wordt echter niet consequent doorgevoerd, want de Raad ziet weer wel wat in een doelgroepenaanpak waar het gaat om moslimminderheden (,,Op plaatselijk niveau kan op verschillende wijzen contact worden gelegd met islamitische instellingen, waarbij op een pragmatische manier wordt omgegaan met de scheiding tussen kerk en staat. Wat dit betreft, is geen verandering in de bestaande praktijk nodig'' (p. 161).

Kortom een matig rapport, dat zich vrijwel geheel afspeelt binnen de smalle marges van het huidige beleid.

    • Margo Trappenburg