Harry zonder humor

Er is echt niets `onoorbaars' gebeurd. Willem Vermeend, staatssecretaris van Financiën in maart 2000, overtrad geen regels. Hij zorgde er alleen even voor dat de belastinginspectie sneller dan gepland de fiscale constructie kon goedkeuren die filmproducent Ate de Jong had ingediend. Er was vertraging omdat de belastingdienst wat vraagjes had en The Discovery of Heaven dreigde afgeblazen te worden. Kate Winslet was zwanger, haar dikke buik zou in de weg gaan zitten als er na april beginnen zou worden met filmen.

Hè? Ik heb Kate Winslet helemaal niet gezien in The Discovery of Heaven.

Nee, dat klopt. Zij speelt de hoofdrol in Enigma. Dat is een Engelse film van de filmmaatschappij van Mick Jagger. Enigma en Discovery hoorden, met nòg een Engelse film, tot een combinatie. Ate de Jong is de producent van The Discovery of Heaven, Jeroen Krabbé de regisseur. Onder de vlag van hun productiemaatschappij profiteerden de drie films samen van de belastingmaatregelen die zijn ingesteld ter bevordering van de Nederlandse filmindustrie.

O, dus bij die belastingconstructie is ook niets `onoorbaars' gebeurd.

Nee hoor. Alles klopt.

Inderdaad. Naar de letter klopt alles. Maar naar de geest? De Nederlandse filmindustrie wordt heus niet bevorderd doordat het Concertgebouworkest voor Enigma is aangetrokken. En dat er voor die film een dag of wat in Nederland wordt gefilmd, betekent dat een Nederlands cateringbedrijf werk heeft en wat kleedsters, licht- en geluidsassistenten en decorbouwers. En er zal een enkel bijrolletje worden ingevuld door een Nederlands acteur. Leuk voor de betrokkenen, maar voor de Nederlandse filmindustrie betekent het niets.

En The Discovery of Heaven? Die is toch Nederlands?

De producent, Ate de Jong, en de regisseur, Jeroen Krabbé, hebben Nederlandse paspoorten, maar zij oefenen hun beroep al heel lang uit in het buitenland. De cameraman is Nederlands, de kledingontwerper en de `production designer' zij het, dat ook hun reputaties allang internationaal gevestigd zijn. De Amsterdamse grachten, het Gelders (?) landschap zijn in Discovery als decortjes toegepast, de oevers van de Seine en de Toscaanse heuvels hadden voor deze film geen verschil gemaakt. Afgezien van één rol, die Krabbé voor zichzelf reserveerde, worden alle hoofd- en bijrollen gespeeld door Engelse acteurs. Nederlandse acteurs mogen in de kraamkamer `It's a boy' lispelen, of een ander zinnetje dat de edelfigurant past. Meestal zwijgen ze.

Het was wel een Nederlander die de Amsterdams-intellectuele roman van Harry Mulisch herschreef tot filmscenario, maar hij deed er alles aan om dat niet te laten merken. Hij gumde de Amsterdamse couleur locale van De ontdekking van de hemel uit, verving het Europees-vernuftige slot door een bot-Hollywoodse frappe direct in het begin van de film, en vulde voor de sjeu van Mulisch' randstedelijke mannenvriendschap een dot Amerikaans religieus pathos in: van de zoon maakt hij De Zoon. Samen met Krabbé's bombastische regie heeft dat geresulteerd in een soort Harry Potter zonder humor, waar een Amsterdams gevoel voor betrekkelijkheid met Abeltje ook had gekund.

The Discovery of Heaven mag administratief gesproken Nederlands zijn, in de grond is hij door en door Engels-op-zijn-Amerikaans. Er komen veel mensen op af, dus voor de bioscoop is de film een zegen. Maar bij geen van die bezoekers bevordert hij een besef van Nederlands filmklimaat en de Nederlandse filmindustrie bevordert hij dus niet.

Net zo is Vermeends handelwijze strikt genomen geen ontoelaatbare bevoordeling.Maar je hoeft geen morele scherpslijper te zijn om te beseffen dat Vermeend niet voor niets vroeg om discretie, toen hij tegemoetkwam aan de smeekbede van Ate de Jong en Jeroen Krabbé. Vermeend handelde niet omdat hij het belang van de Nederlandse filmindustrie wilde behartigen of uit liefde voor het Nederlandse filmklimaat. Hij wist niets af van de film, zijn opvolger Bos heeft vastgesteld dat Vermeend het script niet kende. Vermeend wendde, natuurlijk altijd binnen de grenzen van de regels, gewoon zijn macht aan omdat Ate en Jeroen, die beroemde mannen die hij via via kent, dat zo graag wilden.

Waar zulk onschuldig gedoe aan de grenzen van wat mag toe kan leiden is beschreven in het boek Het Belgisch labyrint, dat Geert van Istendael schreef over het cliëntelisme in Vlaanderen. Het begint met een kleine vriendendienst, het eindigt met een plaatstalen systeem dat iedereen kansloos maakt die niet `iemand' kent en waar elke non-valeur met connecties zijn zin krijgt.

    • Joyce Roodnat