Happy end in Leningrad

Helen Dunmore heeft zich in acht romans doen kennen als een schrijfster die van aanpakken weet: weldoordacht, bondig, welomschreven. Ook The Siege blijf je maar doorlezen. En dat terwijl de lezer voorvoelt dat het verhaal een niet helemaal voldane stemming zal nalaten.

The Siege speelt in Leningrad tussen de zomer van 1941 en het voorjaar van '42, in de allerergste tijd van de Duitse blokkade, toen duizenden, tienduizenden burgers de hongerdood stierven. De meeste doden zijn naamlozen, ingezakt en bevroren langs de lege straten; enkelen zijn vrienden en bekenden van de Anna met wie wij van dichtbij meeleven. Anna bewoont een tweekamerflat met haar vader, haar broertje, een vroegere minnares van haar vader en soms haar eigen vriend. De vader sterft, de minnares ook. De andere drie zijn er nog in het voorjaar wanneer het boek eindigt.

Het had slechter kunnen aflopen. Dunmore bereidt je op het ergste voor, wanneer de stad dagelijks beschoten wordt en een dagrantsoen nooit meer is dan een paar dunne boterhammen en wat dunne soep – in kleine kamertjes in de vrieskou. Sommige mensen zullen het nauwelijks kunnen uitlezen, anderen helemaal niet. Velen hebben die toestanden wel eens eerder beschreven gezien en naar de achtergrond van hun gedachten verbannen. Nu komen ze weer naderbij: de stervende vader, het vermagerde hoestende kind, de minnares die het ook niet lang zal maken, en Anna die in de rij staat voor de rantsoenen.

Ik denk dat Dunmores uitbeelding van het leven van Leningrad in de winter van 1941/'42 een weergave is van de werkelijkheid waar iemand die het meegemaakt heeft nogal wat in zou herkennen. Dat moet ook wel, want de schrijfster heeft nogal wat historisch onderzoek gedaan, getuige de bibliografie aan het eind van haar verhaal.

Ook het verzonnen verhaal over Anna en haar huisgenoten heeft een aannemelijk waarheidsgehalte. Zó zou er geleefd kunnen zijn in een tweekamerflat, met die onmacht en weerstand en zulke emoties.

Wat er verkeerd zit in de constructie blijkt het duidelijkst aan het eind wanneer het betrekkelijk goed afloopt, met drie van de flatbewoners nog in leven. Dat zou een opluchting moeten zijn die voldoening schenkt, maar dat lukt niet; het klopt niet. Wat moeten wij met een happy end in Leningrad in 1942, wanneer er nog drie oorlogsjaren te doorstaan zijn?

Het slot bevestigt de eerdere indruk dat de geschiedenis en de roman niet met elkaar wilden vergroeien. Er blijft een ruimte bestaan die gedicht had moeten worden om van het boek een eenheid te maken. Hadden de drie overlevenden ook moeten omkomen, of zou dat te makkelijk geweest zijn, of lang niet genoeg?

Het is nu te laat. Jammer, dat Dunmores knappe werk gespleten ter wereld is gekomen.

Helen Dunmore: The Siege. Viking, 293 blz. ƒ70,90