Griekse archipel eldorado voor mensensmokkel

Vrijwel dagelijks worden in de Egeïsche Zee of op Griekse eilanden migranten opgepakt die illegaal proberen het land binnen te komen. De laatste maanden zijn het vooral Afghaanse vluchtelingen.

Honderden Afghanen zijn de laatste weken neergestreken op het Pedion Areos, het `Veld van Ares', een groot, parkachtig plein in het centrum van Athene. Nog eens tientallen bivakkeren op de heuvel Strefi, daar niet ver vandaan. Kamperen kun je het niet noemen, want tenten hebben ze niet. Ze brengen de nacht door op karton of op wat vodden, liefst onder bomen of struiken – degenen die een autowrak hebben weten te betrekken mogen zich gelukkig prijzen. ,,De duiven hier hebben het beter.'' Ze zijn argwanend en bang voor de politie.

Enkele jaren geleden waren het vooral Koerdische vluchtelingen. Ze kregen van de bevolking en de media ook veel meer sympathie en aandacht, iets waaraan hun anti-Turkse reputatie niet vreemd was. De Kerk verschafte de maaltijden, en er werden zelfs pogingen ondernomen feesten te organiseren.

Nu zijn het voornamelijk Afghanen, voor de Grieken minder `aantrekkelijk' dan Koerden. Men weet eigenlijk niet wat voor vlees men met hen in de kuip heeft, en na de 11de september houdt iedereen, vooral bij de rechtse oppositie, rekening met de mogelijkheid dat er volgelingen van Osama bin Laden onder zijn, die terreur in Griekenland gaan voorbereiden. Menselijk mededogen is in de hoofdstedelijke sfeer ver te zoeken, al doen hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen wat in hun vermogen ligt.

Ook aangaande de Afghanen schijnen er, bij de nadering van de winterregens, bij de autoriteiten plannen te bestaan hen onderdak te brengen, en wel in de provincie Boiótië, 120 kilometer noordelijk van Athene. Dit lijkt weer geen lange toekomst beschoren: alle vluchtelingen geven de voorkeur aan Athene; daar mag het leven behoeftig zijn, maar ze zijn er niet `opgeborgen'.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken meldde deze week dat in Griekenland tussen de 700.000 en 800.000 immigranten verblijven, van wie de helft illegaal. Verreweg de meesten zijn van Albanese komaf, maar sinds afgelopen zomer, ook al vóór de terreuraanslagen in de Verenigde Staten, zijn het vooral Afghanen. Ze vormen de laatste golf van bootvluchtelingen die al jarenlang aan de Griekse kust `aanspoelen', vaak letterlijk, als hun schip, of wat daarvoor doorging, bij het naderen van het vasteland was vergaan.

Griekenland heeft met al zijn eilanden een lange kustlijn, bijna even lang als die van Afrika. Zowat alle eilanden aan de oostelijke kant, tot Kreta toe, hebben het al een of meer keren beleefd, zo'n invasie van totaal berooide Turkse of Iraakse Koerden, Pakistani, Iraniërs, bewoners van Bangladesh en nu dus vooral Afghanen.

Dit jaar werd het een bijna dagelijks fenomeen: een `spookschip' wordt door de Griekse kustwacht gesignaleerd, al of niet met averij. Aan boord blijken zich tientallen, niet zelden honderden personen te bevinden – mannen, vrouwen en kinderen. In hun relazen keren telkens dezelfde elementen terug: dagenlang hebben ze niet gegeten en nauwelijks te drinken gehad, menigeen is aan uitdroging ten prooi. Wie het niet redde en overleed, werd vaak in zee gegooid.

In Turkse havens hebben ze zich ingescheept tegen betaling van 2.000 tot 4.000 dollar per persoon, meestal na een wekenlange tocht over land. Tevoren hadden ze al hun grond en bezittingen verkocht. De kapitein – het kan een Turk zijn, maar ook een Griek – heeft hun voorgespiegeld dat hij hen naar Italië zal brengen en menigeen verkeert in de veronderstelling daar te zijn aangeland als hij op een onwaarschijnlijk stuk afgelegen Griekse kust wordt afgezet of aanspoelt.

De kapiteins proberen soms nog met een kleine boot te ontsnappen, maar worden veelal gearresteerd en als `mensenhandelaars' veroordeeld. Het vreemde is dat hun daad volgens de Griekse wet nog steeds geen `misdrijf' is, maar een `overtreding'. Meer dan tien jaar cel kunnen ze niet krijgen; dit wordt in de praktijk enkele jaren en de eerste gevallen van recidive onder kapiteins zijn dan ook al bekend. Intussen profiteert hun familie van de enorme inkomsten die natuurlijk het thuisfront ten goede kwamen.

Vorig jaar, toen Griekenland toetrad tot het verdrag van Schengen en daarmee verplicht werd de EU-buitengrens strenger te controleren, bedroeg het totale aantal opgepakte illegale zee-immigranten 3.664; dit jaar zijn het er medio oktober al meer dan 5.000. Men komt nu ook met kleine toeristische en vissersschepen. Een eiland als Kos raakte totaal overbevolkt. Honderden werden ondergebracht in onderkomens van de havenpolitie en in een – 's zomers verlaten – schoolgebouw. Maar een en ander, hoe primitief ook, werd toch gevoeld als een bevrijding na de ontberingen op het schip.

Na een week worden de vluchtelingen – officieel in arrest wegens illegale betreding van Grieks grondgebied – naar Athene overgebracht. De meesten hebben bij UNHCR – het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN – politiek asiel aangevraagd, en zij krijgen dan in afwachting van de beslissing een `roze papier' waarmee ze een jaar in het land kunnen blijven, bijgestaan door hulporganisaties en vrijwilligers.

Het roze papier moet elk jaar worden vernieuwd, de definitieve beslissing kan jaren uitblijven. In 12 procent van de gevallen wordt uiteindelijk asiel verleend, een cijfer dat wat lager ligt dan het Europese gemiddelde. Als het wordt afgewezen, volgt theoretisch, en vaak ook in de praktijk, uitzetting naar het land waar men vandaan kwam – Turkije – hoewel in enkele duizenden gevallen op humanitaire grond verlenging van het verblijf mogelijk werd.

Zeer velen echter, en dat geldt ook voor de economische vluchtelingen die geen asiel hadden aangevraagd, hebben intussen de weg naar Italië gevonden. De afgelopen jaren is er een wijd vertakt netwerk ontstaan van reeds eerder aangekomen familieleden plus allerlei soorten `transporteurs'. Rome heeft al enkele malen bij Athene geklaagd over lacunes in de havencontrole, en Griekenland klaagt op zijn beurt bij Turkije over het, misschien zelfs moedwillig, `sturen' van vluchtelingen, van wie nog een `leger' van tienduizenden zou klaarstaan rond Istanbul en Izmir.

    • F.G. van Hasselt