Grateful Dead is niet dood

De Grateful Dead maakte slechte muziek, maar bindt nog steeds tienduizenden `Deadheads' aan zich. Een postorderbedrijf exploiteert de nalatenschap van de band.

Zweetbandjes. Kinderpyjamaatjes. Sokken. Stropdasssen. Dekbedden. Badhanddoeken. En natuurlijk T-shirts, T-shirts, T-shirts, allemaal in de in de jaren zestig zo populaire tie-dye motieven. Maar ook boeken, rugzakjes, ijskast-magneetjes, sleutelhangers, wind-chimes, lunchtrommeltjes met het bekende Grateful Dead logo (doodshoofd met rozenkrans) of andere door de band bekend geworden motieven. Asbakken, ijsmutsen, windjacks, onderzetters, kinderspeelgoed, video's, en natuurlijk dozijnen verschillende cd's en posters. Terwijl ik naar al deze spullen kijk die op metershoge schappen zijn opgetast, registreert Dennis McNally mijn verbazing met een geroutineerde berusting: ik ben niet de eerste die zijn ogen uitkijkt in dit gigantische postordermagazijn, waar de erfenis van de Grateful Dead wordt uitgevent. ,,Nee hoor, we generen ons er in het geheel niet voor dat we als goeie Amerikanen geld willen verdienen met deze rommel.''

Dennis is persagent en de officiële historicus van de Grateful Dead en hij praat met het gemak van de man die het cynisme allang voorbij is. ,,Je moet het zo zien: Grateful Dead is een merknaam, en wel een waar de mensen vertrouwen in hebben. Natuurlijk heb je gelijk als je vreemd opkijkt, maar is het zo'n verschil met vroeger? Toen verkochten we live-muziek en souvenir-rommel, sinds Jerry Garcia dood is verkopen we cd's en souvenir-rommel. Al is het alleen maar omdat we een verplichting hebben aan de twee dozijn mensen die bij de Dead-organisatie betrokken zijn. Jazeker, de Dead waren altijd wars van geld, we hadden nooit bezit, alleen maar schulden, er werd altijd door anderen aan ons verdiend. Dus neem ons nu niet kwalijk dat we geld willen verdienen met iets waar vraag naar is, dat is volkomen legitiem, thank you very much.''

Vlekken t-shirts

Iedereen die in de jaren zeventig en tachtig door Amerika trok, moet het fenomeen wel eens van dichtbij hebben gezien: je reed een stad binnen en daar lagen, zaten en hingen ze, volkomen onafhankelijk van de rest van het straatbeeld, in een ordelijke rij die rondom vele straatblokken ging: de Deadheads. In slaapzakken, gekleed in het de decennia trotserende tenue van lange rokken, lang haar en vlekken t-shirts lagen ze daar te wachten tot de kassa openging waar ze kaartjes konden kopen voor een concert van hun band, de Grateful Dead. Voor een cynische waarnemer leken ze nog het meest op lemmingen, langzaam maar zeker op weg naar hun onherroepelijke ondergang, maar voor de minder cynisch ingestelden waren het de trouwste fans die een band zich kon wensen. Ze waren bereid duizenden mijlen te liften, over het hele continent, om geen concert te missen van hun band. Eerder een gemeenschap dan een verzameling fans, trouw en atavistisch, maar wel met hun eigen duidelijke normen en criteria: je kon je pas een echte Deadhead noemen als je ten minste een stuk of honderd concerten had bijgewoond.

Het was een van de meest curieuze verschijnselen in de toch al van gekkigheid aan elkaar hangende muziekwereld uit de jaren zestig. Hier had je een band die ronduit slechte muziek maakte, even krukkig zong als soleerde, maar desondanks bij zeker tienduizenden een permanente cult-status bereikte. Het ontstaan van de band, in 1965 (beschreven in Tom Wolfe's eerste boek The Electric Kool Aid Acid Test) inspireerde al snel letterlijk honderden andere jongelui in Californië die een gitaar konden vasthouden of op een trommel rammen. Sommige van deze `psychedelische' bands (zoals de Jefferson Airplane) werden bekender en maakten ook betere platen. Maar voor de Deadheads deden de platen er eigenlijk niet toe, het ging om de concerten, die doorgaans langer duurden dan een toespraak van Fidel Castro, en die ervaren werden als een bijna religieuze eredienst met gitarist en leider Jerry Garcia als (onwillige) voorganger.

Egoïsme en materialisme

McNally: ,,Garcia en de anderen verafschuwden de persoonlijkheidscultus, dus als het een kerkdienst was dan was de band niet de priester maar het koor, en het publiek zong mee en tezamen waren we misschien een beetje dichter bij God. Er was geen hiërarchie, behalve dat sommige mensen een muziekinstrument konden vasthouden en andere niet.'' De Deadheads beschouwden zichzelf met hun band als één familie en als goede verwanten trokken ze dus de muzikanten achterna, of dat nu naar de Melkweg was in Amsterdam of naar de piramide van Cheops in Egypte.

Als er een verklaring is, aldus McNally, voor het feit dat de Grateful Dead bleef bestaan terwijl zoveel andere mensen, ook muzikanten, de sixties zo snel mogelijk wilden vergeten, dan is het juist het egoïsme en materialisme van de jaren tachtig. ,,Ronald Reagan heeft de Dead-familie in stand gehouden als geen ander. Wie zich niet thuisvoelde in die tijd van hebzucht vond in de familie van Deadheads een gelijkgestemde gemeenschap. We waren een toevluchtsoord voor al die dissidenten, ongeacht leeftijd, nationaliteit of oriëntatie.''

En toen was het ineens afgelopen. Leider en gitarist Jerry Garcia overleed in 1995 aan een hartaanval in een ontwenningskliniek, a heart-attack waiting to happen zoals een vriend het uitdrukte. De meest voor de hand liggende doodsoorzaak was natuurlijk Garcia's al decennia durende heroïneverslaving, waarvoor hij zich niet voor de eerste keer in de ontwenningskliniek had ingecheckt. Maar de werkelijke oorzaken lagen veel dieper. Veel te dik, geen noemenswaardige lichaamsbeweging, al zijn halve leven lijdend aan suikerziekte, levend op een diëet van hamburgers en milk-shakes, dat was wat er eigenlijk mis was met Jerry Garcia. Niet echt de trekken van een rolmodel, maar dat was dan ook iets waar hij zich zijn hele carrière tegen had verzet. En zo zat de band ineens zonder goeroe en leider, en wat onmogelijk werd geacht gebeurde: de overige bandleden besloten huns weegs te gaan en de Grateful Dead, de ultieme band that refused to die, op te heffen.

Het gevecht om de nalatenschap was al even weinig verheffend als de laatste levensfase van de held zelf. Verschillende exen en familieleden bevochten elkaar tot in de rechtszaal, waarmee voor de buitenwereld bevestigd werd wat schrijver Herbert Gold al eerder had opgemerkt: ,,Als de Grateful Dead één grote familie vormde, dan was het wel een heel disfunctionele familie.''

Maar uiteindelijk overwon dus de koopmansgeest die leidde tot de huidige Grateful Dead Merchandising, dat met een jaaromzet van tussen de 50 en 60 miljoen dollar bij de plaatselijke Kamer van Koophandel als `een gezond bedrijf' te boek staat. Het postorderbedrijf is gevestigd in een anonieme loods in Novato, ten noorden van San Francisco, een gebouw dat ooit als bottelarij van Coca-Cola dienst deed. Niets psychedelisch daarbinnen, het ziet er fris uit, met foto's, psychedelische posters en gouden platen aan de wit gesauste muren. Dat de `familie' ouder en rijper is geworden valt meteen op, want de dames die de computers bedienen hebben de vlekken T-shirts al jaren geleden ingeruild voor grijze twin-sets. Amsterdam kennen ze allemaal `ik ben in wel zes coffee-shops geweest de laatste keer' vertelt er een giechelend.

Brandvrije kluis

Het heiligdom der heiligdommen, ook wel het Walhalla genoemd, is een brandvrije kluis die als een kooi midden in het gebouw staat, waar een jonge, frisse Deadhead genaamd David de 20.000 uren geluidstape en 5.000 uren videomateriaal van de band archiveert en klaarmaakt voor consumptie. ,,Elk concert van de Dead is vastgelegd'', zegt hij, met een trots gebaar wijzend op de planken vol banden. ,,Per jaar bieden we de fans vier of vijf dubbel- of driedubbel cd's aan per postorder. En als we in dit tempo doorgaan, kunnen we nog een halve eeuw voort!'' Nog een halve eeuw nieuwe Grateful Dead cd's, vraag ik met vermoedelijk een lichte paniek in de ogen. Zullen er dan nog Deadheads bestaan? Deze vraag komt uit een gedachtenwereld die wel erg ver van David af staat. Veel interessanter vindt hij het om het systeem uit te leggen dat al deze schatten moet beveiligen. ,,Mocht er hier brand ontstaan, dan wordt onmiddellijk alle zuurstof uit de kluis weggezogen zodat het vuur vanzelf dooft.'' Hij heeft dan zelf precies tien seconden om de kluis te verlaten; haalt hij het niet dan is in elk geval de muzikale erfenis bewaard. Prioriteiten moeten er zijn.

Maar als u dacht dat met al deze aardse negotie het verhaal van de Grateful Dead was afgelopen, dan heeft u buiten Wendy Weir gerekend. Wendy is de zus van Dead-gitarist van het eerste uur Bob Weir. Al een paar uur na de dood van Jerry Garcia belde hij haar op met de vraag haar spirituele gaven aan te wenden om te zien hoe de geest van Jerry er na zijn aardse bestaan voorstond. ,,Dat bleek minder eenvoudig dan ik eerst dacht'', zegt Wendy, een pittige, sportieve Californische verschijning met een twintigjarige achtergrond in de bank- en financieringswereld. ,,Jerry's geest was onbereikbaar, omdat hij te gelukkig was nu hij bevrijd was van zijn aardse zorgen. Maar toch lukte het me door de barrières heen te breken, en Jerry's geest, toen we eenmaal contact hadden, eraan te herinneren dat zijn missie op aarde nog niet voltooid was.''

Sindsdien was ze bijna dagelijks in contact met Jerry's geest en schreef er een boek over: In the spirit, Conversations with the spirit of Jerry Garcia. Jerry spreekt in deze `conversaties' over zijn aardse omhulsel in de derde persoon. ,,Het feit dat Jerry het ruimteschip aarde verliet zonder sommige van zijn doelen te hebben bereikt, betekent niet dat hij gefaald heeft. Falen bestaat niet. Alles is succes, omdat we leren van alles wat we doen.'' Etc. en dat 250 pagina's lang. Wendy glimlacht alleen maar als ze geconfronteerd wordt met bedenkingen. ,,Iedereen denkt sowieso dat ik gek ben'', bekent ze giechelig, en ze ontkent vriendelijk maar beslist dat ze Garcia voor zichzelf wil claimen en uit zijn dood een financiële slag wil slaan. ,,Ik roep dan ook iedereen op zelf contact met zijn geest te zoeken, zodat we ervaringen kunnen uitwisselen.''

Binnen de `familie' worden Wendy's conversaties met Jerry overigens met de nodige scepsis bekeken. ,,Ik weet hoe Jerry over haar dacht'', zegt een van de kantoordames, ,,en als er iemand is met wie hij niet over het graf heen zou willen converseren dan is het Wendy Weir.''

Plannen voor een interactief, multi-functioneel en `multi-sensorisch' Grateful Dead Museum zijn ondertussen in de ijskast gezet, onder andere wegens gebrek aan medewerking van overheid en zakenleven in San Francisco. Dennis McNally uit zijn teleurstelling daarover ingetogen en met een restant van hoop. ,,Ooit komt het er wel. Wij weten hoeveel van de huidige bestuurders vroeger Deadheads waren. En een Deadhead blijf je voor je hele leven.''