`Geld bracht ons ongeluk'

Winkelen op zaterdag staat in Amerika gelijk aan kerkbezoek, meent Matthew Klam. In zijn verhalen geeft hij een wrang beeld van ego's en relaties. `Sommige van mijn woorden zijn vulgair, maar mijn werk is het niet.'

Zijn verhalen mogen dan een cynisch beeld schetsen van getroubleerde mannelijke ego's, Matthew Klam (36) zit er bepaald ontspannen en stralend bij in de lobby van zijn Amsterdamse hotel. De Amerikaanse schrijver, die in Nederland is voor het Crossing Border festival, heeft dan ook net twee dagen eerder gehoord dat hij een Whiting Award heeft gewonnen, een prijs die wordt uitgeloofd aan beginnende schrijvers `van uitzonderlijk talent en belofte'. Met 35.000 dollar betekent dat een heel jaar om voltijds aan zijn nieuwe roman te werken, vertelt Klam tevreden. Afgelopen week verscheen de Nederlandse vertaling van zijn debuutbundel, Bink (besproken in Boeken, 26.10.01).

Is de Whiting een prijs die veelbelovende schrijvers er in een vroeg stadium uitpikt, met Klam waren ze eigenlijk al te laat. In 1999 werd hij al genoemd in de befaamde lijst van de New Yorker als een van de twintig beste jonge schrijvers in Amerika. Hetzelfde, in-keurige, tijdschrift plaatste begin jaren negentig een aantal van zijn verhalen die prompt voor een schokeffect zorgden: Klam schrijft zeer expliciet en letterlijk genadeloos over – meestal slechte – seks en verloederde relaties, en gebruikt daar bepaald geen eufemismen voor.

Ondertussen is het schokeffect er wel af. Klam lacht: ,,Dit alles was vóór South Park. Vulgariteit maakt nu zo veel meer deel uit van de mainstream cultuur. Soms voel ik me daar wel eens slecht over, dat ik heb meegewerkt aan het verlagen van de normen. Maar er is nu een hele nieuwe generatie van mensen die het kunnen waarderen dat dit taalgebruik een erkenning is van bepaalde gedachten en gevoelens die we hebben, een manier om fuck you te zeggen tegen vormelijkheid. Tegelijkertijd is het in mijn werk ingebed in een literaire structuur. Sommige van mijn woorden zijn trashy, maar het werk zelf is het niet, het is zeer zorgvuldig geconstrueerd. Ik vertrouw erop dat lezers slim genoeg zijn om te zien dat we ons hier niet in de goot bevinden.'

Straattaal

Klam verklaart zijn voorliefde voor straattaal vanuit zijn familieachtergrond: ,,Toen mijn vader opgroeide, was hij erg arm en erg vuilgebekt, mijn moeder trouwens ook. En mijn grootmoeder ook! Dat had alles met sociale klasse te maken.' Het blijkt ook de bron van Klams ambivalente houding tegenover rijkdom, de Amerikaanse Droom en ,,selling out', thema's die in elk van zijn verhalen weer terugkomen. Klam groeide op in een villa in het zeer welvarende Westchester County. Zijn familie was toen al lang niet meer arm, vertelt hij. ,,Maar hoe meer geld mijn vader verdiende, hoe meer schuldgevoelens hij je bezorgde als hij je iets gaf. We hadden een zwembad, maar ik kon niet eens zwemmen tot ongeveer mijn vijftiende. Toen ik negen was, kochten mijn ouders een houtkachel, omdat ze gewone verwarming te duur vonden. Ze zaagden er zelf het hout voor in stukken, met een handzaag. Eén kamer was warm, in de rest van het huis vroren je vingers eraf. Het was een heel vreemde jeugd. Mijn broer en mijn zus schrijven nu ook, voor tv en reclame, maar geen van ons verdient veel geld. Het werkt gewoon niet: toen we opgroeiden, maakte geld ons doodongelukkig.'

Heeft die achtergrond hem niet ook het gevoel gegeven dat je geld behóórt te verdienen? ,,Natuurlijk! There's nothing else', lacht Klam. ,,En literatuur is het slechtste bedrijf ter wereld om je geld mee te verdienen.' Hij haalt anekdotes op aan rijke vrienden, zoals het getrouwde stel dat hun huis liet verbouwen, en het maar meteen twee keer zo groot maakte (,,Zijn ze gelukkig? Hm, ik weet het niet. They don't seem very alive to me.'). Zijn de toch behoorlijk onaangename personages in zijn verhalen dan gebaseerd op zijn vrienden? Klam: ,,Oh yeah, die zijn allemaal zo! Bob bijvoorbeeld, de ooit idealistische, maar nu meedogenloze, weerzinwekkend ambitieuze politicus uit `Zaken die ik afdoende heb besproken in therapie'. ,,Ik mag hem graag. Hij is er niet gezonder op geworden, gaat steeds op dieet. Bob is trouwens niet zijn echte naam.'

,,In de Verenigde Staten is het ook zo moeilijk als je geen geld verdient', vervolgt Klam, ,,en je werkt, net als de verteller van `Therapie', aan de ontmaskering van het militair-industriële complex of zoiets. Je bent een mislukkeling. Ik en mijn vrienden hadden vroeger allemaal het gevoel dat we niet in de Amerikaanse samenleving thuishoorden, omdat we geen geld hadden, en als je geen geld hebt, kun je niet gaan winkelen op zaterdag, en dat is de kerk.'

De mannen in Klams verhalen hebben het inderdaad niet makkelijk, geplaagd als ze worden door gebrek aan geld of status, verscheurd tussen oude idealen en materieel comfort, en onzeker over hun mannelijkheid. Daar komt nog bij dat ze werkelijk geen snars begrijpen van de vrouwen waar ze relaties mee proberen aan te gaan. Ze nemen ze dwangmatig keurend op, noteren alle fysieke imperfecties en onaangename trekjes, gedragen zich, eenmaal in een relatie, als klootzakken en vragen zich af waarom ze hun beeldschone vriendinnen haten.

Worstelen

Het heeft Klam al beschuldigingen van misogynie opgeleverd. Klam: ,,De mannen in mijn werk worstelen met de vraag hoe ze zich moeten gedragen wanneer ze bij vrouwen in de buurt zijn, en worden dan kwaad op die vrouwen omdat ze zelf niet weten wat voor houding ze moeten aannemen, wat ze behoren voor te wenden. In Amerika wordt er van je verwacht dat je, als man, je ook als een `echte man' gedraagt. Ikzelf heb dat altijd erg moeilijk gevonden. Ik denk dat mijn verhalen gaan over mensen die proberen het grote probleem in hun leven op te lossen, en dat is, wat is de kern? Wat is je doel, waarom ben je hier?'

,,Overigens wordt iedereen in het boek genadeloos bekeken, niet alleen de vrouwen. Maar het klopt wel dat de stellen elkaar haten. Ik schreef deze verhalen grotendeels toen ik achter in de twintig was, en ik wist gewoon niet hoe ik over liefde moest schrijven. Ik had geen gelukkige relaties. Ik zag mijn ouders vaak ruzie maken. Maar: om te kunnen schrijven over mensen die zo fucked up zijn, kun je zelf al niet meer zo fucked up zijn. Wel was ik bang dat er een gebrek aan spanning zou ontstaan in mijn verhalen als ik niet die voortdurende frictie had tussen man en vrouw ik was bang voor de ruimte tussen boosheid en tranen, of tussen seks en misverstanden. Dus maakte ik het extremer, aggressiever. Ik begreep niet dat er ook poëzie in de subtiliteiten lag. Voor mijn nieuwe roman ga ik een scène schrijven waarin twee mensen aardig tegen elkaar doen. Daar kijk ik echt naar uit.'

Matthew Klam: Bink. Verhalen over de boy-girl blues. Vertaald door Adriaan Krabbendam. Vassallucci, 200 blz. ƒ43,96

    • Corine Vloet