`Geen interesse in koppeling gegevens'

Burgers hebben weinig belangstelling voor de vraag wie privacy-gevoelige gegevens bewaart en hoe die worden gekoppeld of aan derden doorgegeven. Ook de effectiviteit van ingrepen in de privacy - bijvoorbeeld ter bestrijding van zware misdrijven - interesseert hen maar matig.

Dat blijkt uit onderzoek van de rechtenfaculteit van de Katholieke Universiteit Brabant naar opvattingen van burgers over privacy en opsporing dat volgende week vrijdag wordt gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad.

Het onderzoek bestond uit een publieksenquête die voor 11 september, de dag van de aanslagen in de Verenigde Staten werd gehouden, en een literatuurstudie. Ondanks de lage respons (260 deelnemers) en het feit dat de onderzochte groep iets afwijkt van de samenstelling van de bevolking, geeft het onderzoek volgens de jurist dr. B.J. Koops en de ethicus dr. A Vedder ,,belangrijke indicaties'' over de specifieke opvattingen van burgers over privacy en het belang van opsporing.

Gegevensuitwisseling speelt op dit moment bijvoorbeeld bij de vraag wie onder welke omstandigheden gebruik mag maken van de DNA-databank waarin materiaal van criminelen ligt opgeslagen. Eerder bleek dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) DNA gegevens bewaarde uit de hielprik die elke baby krijgt. Veel geïnteresseerder dan in gegevensuitwisseling blijken burgers in de vraag wat de doelen van ingrepen in de privacy zijn (bestrijding van zware of lichte criminaliteit), welke middelen worden gebruikt (afluisteren, huiszoeking, cameratoezicht) en wie precies ingrijpt: overheidsdiensten of particuliere bedrijven. Het vertrouwen van de geënqueteerden in politie- en justitiediensten is aanmerkelijk groter dan in particuliere beveiligings- en onderzoeksbureaus. Slechts een kwart van de respondenten zegt hierin vertrouwen te hebben. Overigens betekent dit volgens de onderzoekers niet dat particuliere bedrijven niet meer ingeschakeld zouden moeten worden voor beveiligingstaken. Maar de wetgever zou er goed aan doen een instantie in het leven te roepen dat toeziet op de integriteit van dit soort bedrijven.

Hoger opgeleiden staan negatiever tegenover schendingen van privacy dan lager opgeleiden. Ouderen vinden vooral belangrijk dan hun veiligheid wordt gewaarborgd en minder hoe dat gebeurt.