Gebruksaanwijzig

Vroeger was het heel gewoon dat men van een gedicht iets kon leren. De wonderen der natuur, de geheimen van de hoofse minne, de techniek van het bierbrouwen en de wil van God: het viel allemaal na te lezen in lange gedichten waarin de dichter annex leermeester op geduldige toon de boodschap overbracht. En ook nog eens op rijm, zodat de te bestuderen stof sneller in het geheugen kon worden opgeslagen. Maar sinds al weer een hele tijd (ik zou denken: sinds de opkomst van de Romantiek) gaat het niet goed meer met het leerdicht en de praktische tips op rijm. De dichter is de schoonheid gaan dienen. Het gedicht is nu het domein van de zuivere esthetica. En nuttige poëzie is een contradictio in terminis geworden.

Het was daarom een mooi idee van de redactie van het tijdschrift Raster om een nummer te wijden aan het in onbruik geraakte genre van het nuttige gedicht. Maar wat kon men verwachten? Recepten en raadgevingen op rijm, voorschriften en tips in dichtvorm, poëtische handleidingen en uitleggingen in allerlei soorten en maten, maar bijna allemaal met een knipoog, een voorbehoud of een steek los. Leerdichten waar de geest van het modernisme doorheen gegaan was: hybriden, aberraties, kruisbestuivingen. Het nummer verscheen vorig jaar. Het was gestoken in een glad glimmend zilverkleurig omslag, als een artikel in fabrieksverpakking. Op de voorzijde, in een vette schreefloze letter, stond te lezen wat er in het pak zat: `59 nuttige gedichten / 7 essays over nuttige gedichten / 5 essays niet over nuttige gedichten.' En op de achterzijde, in een even vette letter, natuurlijk een handige gebruiksaanwijzing:

GEBRUKSAANWIJZIG

gelukwens op u aankop van de wonderW

voor ingebrukneem steker in contact

bevestigen met aardding (kopcontract

garant voor hoogspan) wacht u voor stap 2

tot warschuwlam epifaneert dan zet

(zie weergaaf) moederknoop in onstand

tegen

de klok verschakel pal met neerdruk (9)

zinkrecht ops pel: u aankop is gered

vals onhoorlijk borrel borrel binnen

buikig van u wonderW aanhoord

gewis ontzekering vervolg bevelen

in val bestandig onvertoon of minnen

functioneren staken en zovoort

de maker van beklach in hoogte stelen

Een gebruiksaanwijzing in de vorm van een gedicht, geschreven in een taal die iedereen bekend zal voorkomen: het rare internationale haperidioom van de haastig en dus gebrekkig vertaalde gebruiksaanwijzing, standaard meegeleverd in de verpakkingen van zelf in elkaar te draaien halogeenlampen, TV-video-meubels, radiowekkersets met alarmfunctie en allerlei andere doe-het-zelf-apparaten. Er gaat altijd van alles mis in dit genre, met alle levensgevaarlijke gevolgen vandien in de praktijk. Maar tot de wonderlijke eigenaardigheden behoort ook de omstandigheid dat een enkel moeilijk woord soms ongeschonden alle vertaalaanslagen weet te overleven, zoals hier `functioneren'.

Aardig is ook dat er met wat close reading nog heel wat van de oorspronkelijke bedoeling terug te vinden is. Gelukwens op u aankop: daarmee zal wel bedoeld zijn `gelukgewenst met uw aankoop'. Regel 2 - 3: voor ingebruikneming dient de stekker in een geaard stopcontact te worden gestoken. Een kopcontract is vermoedelijk een koopcontract, of aankoopbewijs. Met een epifanerend lam moet wel een oplichtend lampje bedoeld zijn. Moederknoop: hoofdschakelaar? Zinkrecht: loodrecht, verticaal. Uit dat laatste woord valt af te leiden dat Duits vermoedelijk de brontaal van de handleiding is geweest; zie ook `vals', `in val', `gewis' en `zovoort'.

Wie de gebruiksaanwijzing hardop leest gaat vanzelf langzaam, woord voor woord, met een afgeknepen machinestem spreken en hoekig bewegen, als een robot. Het mooie is dat deze mechanische tekst zich ook nog eens voegt naar de regels van het sonnet. Gelijke regellengte, allitteraties, keurig rijmschema met verrassende rijmen en een functionele wending tussen octaaf en sextet: tussen het normale gebruiksklaar maken van de wonderW (`u aankop is gered') en het handelen in val bestandig onvertoon of minnen functioneren.

Intussen weten we nog steeds niet wat het nu precies voor geweldig apparaat is, deze wonderW, en wat we er mee zouden kunnen doen. Die boodschap en die functie zijn ergens onderweg per ongeluk verloren gegaan. We zitten nu met een mooie, maar onbegrijpelijke handleiding bij een onbekend gebruiksvoorwerp. Het moment waarop dat besef zich aandient is ook zo ongeveer het moment waarop het gedicht symbolisch begint te worden of naar zichzelf gaat verwijzen of hoe je dat ook maar in modernistische termen wilt uitdrukken. Misschien is de wonderW wel een gedicht of vergelijkbaar met een gedicht: een mooi, nutteloos, op zichzelf staand geval, waar je omheen kan lopen en waarvan je zelf moet ontdekken hoe het werkt en wat de gebruikswaarde ervan zou kunnen zijn. Je zou in dit sonnet een voorbeeld van afvalkunst kunnen zien, een persiflage op het leerdicht, een parodie op de gebruiksaanwijzing of een antisonnet, maar ook een aanklacht tegen de massa, de anonimiteit of de wegwerpcultuur.

Is dit sonnet nu een voorbeeld van verstaanbare, toegankelijke poëzie? Volgens de dichter, Ilja Leonard Pfeijffer, vermoedelijk niet. In een polemisch essay omschreef hij vorig jaar verstaanbare poëzie snerend als poëzie die je kunt lezen `zoals je de gebruiksaanwijzing voor een wasmachine leest'. Daartegenover zou dan zijn eigen veel opwindender en veel ontoegankelijker poëzie staan, die trouwens helemaal niet zo ontoegankelijk hoefde te zijn `zodra je op een andere manier leert lezen'. Ingewikkeld allemaal, en typisch modernistisch, dit goochelen met termen als verstaanbaar, gemakkelijk en toegankelijk. Voor Pfeijffers sonnet hoeft men in ieder geval niet op een andere manier te leren lezen. Het is meteen te `begrijpen', en het zal iedere lezer onmiddellijk een grijns en een gek stemmetje met Duits robotaccent ontlokken. Tegelijk kan er ook zwaar over getheoretiseerd worden: als een geval van negatieve poëtica, zuivere gebruikslyriek, anti-esthetica, taalfilosofisch essay in sonnetvorm, wat niet al. Een gedicht als een programma.

Pfeijffer nam het dan ook op als motto voorin zijn tweede bundel, Het glimpen van de welkwiek, dit voorjaar verschenen. Met één wijziging. De veertien regels poëzie waren verrassend genoeg weer teruggebracht tot hun oorspronkelijke verschijningsvorm: prozatekst, willekeurig afgebroken, zonder rijm, zonder witregels. Een vreemd, intrigerend, dubbelzinnig en humoristisch sonnet ineens van zijn wezen beroofd en verworden tot een mal prozatekstje. Jammer, vind ik. Dus bij dezen de maker, indachtig zijn eigen gebruksanwijzig, maar zovoort van dit beklach in hoogte gesteeld.