Fundamentalisme 2

Hans (dr. J.J.G.) Jansen voert een Duitse hoogleraar ten tonele, die nog `verder ging dan zijn Nederlandse collega's en zelfs driftig heeft betoogd dat het Arabisch niet eens een woord voor fundamentalisme kende en dat het verschijnsel daarom niet bestond' (Boeken, 26.10.01). Hij vervolgt: `Het betoog van deze Duitse kenner van het Midden-Oosten wordt pas echt leuk voor wie zich realiseert dat het Arabische woord voor ``fundamentalisme'', usuliyya, toen al dagelijks in de Arabische dag- en weekbladen stond.'

Die gekke Duitse hoogleraar ging nog verder dan Hans Jansen zelf. Want in zijn Inleiding tot de islam (1987) schreef Jansen: `Termen als ``activisten'', ``radicalen'', ``extremisten'' verdienen verre de voorkeur boven een wazige Christelijke term als ``Fundamentalisten''. In het Arabisch wordt trouwens meestal gesproken van tataruf (``extremisme'').'

Was Jansen toen het dagelijks in de Arabische dag- en weekbladen voorkomende woord voor fundamentalisme, usiliyyah, ook nog niet tegengekomen?

Naschrift Hans Jansen:

H.L.H. van der Molen heeft gelijk. In 1987 was ik, althans in mijn Nederlandstalige publicaties, nog beducht voor de Nederlandse aanhangers van de toenmalige Nederlandse politieke correctheid. Ik schaam me er diep voor. In de latere versie van hetzelfde boek, uit 1998, schrijf ik op pagina 24 gewoon hoe het wel zit: `In het Arabisch is sinds de late zeventiger jaren het woord usuliyya als vertaling van ``fundamentalisme'' in de pers geheel ingeburgerd.' Die Duitse hoogleraar was (en is) trouwens niet gek.

    • H.L.H. van der Molen