Eenenzestigste boek en vierde prijs voor Brouwers

De roman Geheime Kamers van Jeroen Brouwers is opnieuw bekroond. De lezers van het Vlaamse tijdschrift Humo kenden de Nederlandse schrijver de Gouden Bladwijzer toe, de prijs voor het beste boek van het afgelopen jaar. Eerder werd Geheime kamers bekroond met de Gouden Uil, de Multatuliprijs en de AKO-literatuurprijs.

Bij uitgeverij Atlas is inmiddels het waarschijnlijk, de tellingen lopen uiteen eenenzestigste boek van Brouwers (1940) verschenen. Het gaat om Papieren levens, de zesde aflevering van Brouwers eenmanstijdschrift Feuilletons, geheel gewijd aan `de schrijverij'. Het bevat onder meer twee teksten waarin Brouwers aankondigt niet langer te verschijnen bij uitreikingen van literaire prijzen die een nominatiesysteem hanteren. Zoals zijn essay `Ik doe niet meer mee': `Dit besluit komt niet neer op ,,fluimen spugen in de mij vriendelijk aangeboden soep'', zoals mij is verweten. Ik ben dol op soep, ik bevind me niet in een positie om een van zoveel vetoogjes voorziene prijs te weigeren en natuurlijk spuug ik er niet in. Maar ik weiger om ten faveure van andermans commercie, publiciteit en gloria en ten nadele van mijn tijd en rust door de modder te kruipen.'

Papieren levens bevat ook enkele stukken van Brouwers over zijn eigen `schrijverij' waarin hij zijn voorkeur uitspreekt voor een lichte motregen op de dagen dat hij schrijft, duidelijk maakt dat `keet in de huwelijkse sfeer' het proces bemoeilijkt en aangeeft dat hij begraven wil worden met enige sloffen sigaretten en een `niet te bekrompen hoeveelheid flessen jenever'. De andere stukken zijn gewijd aan andermans leven en schrijverij, zoals een aanstekelijk stuk over Daniil Charms en een mooie beschrijving van een tocht naar een standbeeld voor Marnix Gijsen: `uit de blik van de heer Gijsen is af te lezen dat het hem in het geheel niet verheugt dat ik me opnieuw oog in oog met hem bevind'.

    • Arjen Fortuin