De theemuts van Kok

Mooi zijn altijd weer boeken over ons eigen land, geschreven door een buitenlander. Voltaire, Victor Hugo, Verlaine, ze hebben door Hollandse dreven gereisd en daar over geschreven, om slechts de schrijvers met een V te noemen. Mooi ook is C.A.X.G.F. Sicherers tweedelige Lorelei. Plaudereien über Holland und seine Bewoner (1870). Plaudereien inderdaad, praatvaêr-toon, aangenaam. Prachtig bij voorbeeld hoe een Duitser de achtergrond van het bekende `land van mest en mist' verklaart: `Nebel ist im Holländischen mist, auch nevel; das Deutsche Mist ist im Holländischen mest. Diese Art Nebel überzieht das Land oft in einem Augenblick.'

Een subcategorie op de onderkastplank met boeken over ons land door en voor buitenlanders, zijn de boeken over ons land voor buitenlanders, maar geschreven door een Nederlander. In deze subcategorie hoort Jacob Vossesteins Dealing with the Dutch. Een intrigerend werkje. Het intrigerende begon wat mij betreft al bij de voorin afgedrukte personalia van de auteur. Vermeld wordt dat Vossestein zestig landen heeft bezocht. Zestig! Dat maakt nieuwsgierig. Ik begon meteen te tellen. Hoever kom ik zelf? Achttien mag dan heel wat zijn voor een leunstoelreiziger, maar wel veel minder dan zestig. Ik neem alvast de hoed af voor Jacob Vossestein.

Wat biedt zijn Dealing with the Dutch de buitenlandse lezer? Hij zegt het in één zin: `Een luchthartige beschrijving en vrij nauwkeurige verklaring van alledaags Hollands gedrag.' Ik wrijf me in de handen. We gaan iets over onszelf leren, van een landgenoot die ruim drie maal meer van de wereld heeft gezien dan ik.

Zijn we verstandig, braaf, solide, vlijtig of huishoudelijk? Hebben we Witz en Phantasie? Het is niet het eerste waar Vossestein op komt. Terecht schrijft hij over moral egalitarianism, het maaiveldprincipe dat somewhat hidden in het Hollands karakter ligt. Niemand mag briljant zijn, of trots op zichzelf. Ik geloof dat Vossestein helemaal gelijk heeft. Een prachtig voorbeeld was onlangs in de krant te zien. Onze verstandige, brave, solide, vlijtige en huishoudelijke premier Wim Kok in Pakistan, met een trotse Afghanenmuts boven zijn vitrioolzuur gezicht. Dankzij Vossestein begrijp ik deze foto. Dit was wat Kok wilde uitdrukken: `Heus lieve landgenoten, ik verbeeld me niets. Die theemuts is geen Witz, en zéker geen fantasie, die was verplicht.'

Gewone mensen zijn de norm, zegt Vossestein. Geprofileerd gedrag, verbeelding, wordt niet op prijs gesteld.

Dealing with the Dutch is een boek dat meesleept. Lezen gaat me niet snel genoeg, na één hoofdstuk blader ik al. Op de arbeidsvreugdeladder blijken wij Nederlanders hoog te scoren: tachtig procent gaat fluitend naar zijn werk. Alleen de Duitsers komen op 82. Maar als we thuis zijn wil dat niet zeggen dat de deur altijd maar open staat voor iedereen. De Nederlander beschouwt zich als zeer gastvrij, maar je moet de deur beslist niet platlopen zegt Vossestein.

Ik hou van dit soort algemeenheden. En herken mezelf als zeer gastvrije Nederlander, die bezoek liever ziet gaan dan komen. Mijn bladertempo neemt toe. Verder naar de taboeafdeling. Nóóit over inkomenshoogte spreken, dat is strijdig met de maaiveldmentaliteit. En veel Nederlanders pikken het niet als je het als buitenlander in het hoofd haalt kritiek op onze Vorstin en haar Familie te spuien. `Leve de Vorstin!' roepen mag weer wel, mits met ernst en niet te luid, want dan valt het te veel op. Denk aan de koksmuts van de verstandige, brave, solide, vlijtige en huishoudelijke premier Thee.

Koksmuts? Dat moet een vergissing zijn, zegt Vossestein. Boterham met schuifkaas, meer komt er niet uit de Hollandse keuken. Met een kopje thee, Haags bakje.

Hier en daar laat Vossestein buitenlanders aan het woord. Leuk èn effectief. We lezen over een Fin die Nederlanders als heel mediterraan ervaart, een Australiër die nieuwslezers oud of ongekamd vindt, een Tanzaniaan houdt van de Hollandse manier van glimlachen. Nuttig zijn de aanwijzingen die Vossestein levert, als het om de verschillende provincies gaat. Daag een Fries niet uit, daar wordt hij driftig van. Wees voorzichtig met God in de Nederlandse Bible belt, doe gezellig in Brabant en Limburg, waar je overigens ook rustig iets meer autoriteit kunt uitstralen, want dat zijn de katholieken uit hoofde van hun slavenkerk gewend. Dat laatste bedoelt Vossestein weliswaar niet met zoveel woorden, maar honderdnegentig pagina's voor een (regionaal gedifferentieerde) samenvatting van het nationaal Nederlandse volkskarakter is een kwestie van inkoken – veel sap verdwijnt.

In zijn Lorelei-plaudereien van 1870 roemde Sicherer nog de Hollandse hygiëne en schoonmaakzucht, waaraan de mannen zich weliswaar storen, maar als dieses weiblichen Paroxysmus voorbij is, genieten ze er toch van dat Alles wieder frisch und helder aussieht.'

Het kan zijn dat mijn nieuwsgierigheid naar Dealing with the Dutch en de daarmee samenhangende leessnelheid me het over het hoofd heeft doen zien, maar ik geloof toch dat Vossestein zindelijkheid en helderheid niet langer wezenlijk acht voor ons tegenwoordig, nationale karakter. Ook in het register vind ik het woord `hygiëne' niet terug. Misschien is er sinds 1870 iets in de Nederlander veranderd. Ik zou ook graag meer lezen over de verdufte kiemcel der religie in Nederland, hoe er heden ten dage door culturele dwaallichten op die kiemcel wordt gepoetst en wat dat betekent voor the dealing with the Dutch. Maar luchthartig en vrij nauwkeurig is Vossesteins beschrijving van de alledaags Hollandse handel en wandel beslist. En als lezing van een boek de verzuchting oplevert `hier zou eens een degelijk, uitputtend en (omdat alles er in staat vermoeiend) standaardwerk over geschreven moeten worden', ja, dan hebben we te maken met een boek voor de onderkast.

Jacob Vossestein: Dealing with the Dutch. The cultural context of business and work in the Netherlands in the early 21st century KIT Publishers, Amsterdam 190 blz. ƒ25,–

    • Atte Jongstra