Bedrijven nemen ons serieus

Ze gaan naar een bedrijf, ze praten met bijna iedereen, ze doen voorstellen, ze maken een kunstwerk. ,,Het resultaat is helemaal afhankelijk van de mensen met wie we werken'', zegt het kunstenaarsduo Orgacom.

,,Eigenlijk maken we moderne schuttersportretten'', zegt Elias Tieleman.

,,Maar dan wel échte schuttersportretten'', vult Teike Asselbergs aan. ,,Niet zo'n verzameling koppen, zoals op die schilderijen van Van der Helst die in het Rijksmuseum naast de Nachtwacht hangen...''

,,Een goed groepsportret gaat over relaties'', zegt Tieleman. ,,Over de manier waarop de mensen in de groep tegen elkaar aankijken. Over macht. Wie denkt dat-ie belangrijk is en wie niet...''

,,Dat is ook zo goed aan de Nachtwacht'', zegt Asselbergs. ,,Je ziet meteen dat daar een hele specifieke groepsdynamiek heerst. Er zijn twee leiders, maar die proberen niet om hun leiderschap tot uiting te brengen door een strakke orde te handhaven. Ze staan zelf in het licht de baas te zijn, ondertussen stromen de manschappen door de poort naar voren.''

Wie praat met Elias Tieleman (1970) en Teike Asselbergs (1973), samen het kunstenaarsduo Orgacom, krijgt af en toe het idee in een sociologenclubje te zijn beland. Termen als `groepsdynamiek' en `feedback' rollen volkomen natuurlijk uit hun mond. Toch zijn Asselbergs en Tieleman kunstenaars. Sinds ze in 1998 Orgacom oprichtten, voerden ze al bijna twintig projecten uit. Daartussen is op het eerste gezicht weinig lijn te bespeuren, behalve dat die projecten zich zelden afspelen in een museum of een galerie. Voor uitzendorganisatie Randstad maakte Orgacom bijvoorbeeld een training voor intercedenten en verschillende concepten voor toekomstige vestigingen. Voor psychiatrisch centrum De Riethorst in Ede bouwden ze een fontein. Bij architectenbureau Jo Crepain in Antwerpen onderzocht het Orgacom-duo hoe de medewerkers hun nieuwe onderkomen ervoeren nadat ze van een romantische villa naar een strak kantoor waren verhuisd, en voor de Vrije Universiteit maakten ze een video over een cactus die door Buitenveldert wandelt. Op dit moment ronden ze een project af bij vijf communicatiebureaus in Amstelveen, samen onderdeel van de FHV Group. Dat leverde twee projecten op: in een FHV-gebouw verbouwt Orgacom een deel van kantine tot treincoupé, zodat de aanwezige creatieven in een ledig `treingevoel' kunnen staren en peinzen. Tegelijk geven de vijf bedrijven, FHV-Corporate, Proximity, inc-21, Signum en XSAGA, vanuit hun specialisatie als communicatiebureau of organisatie-adviseur hun visies op Orgacom. Die worden op dit moment getoond in het Stedelijk Museum Bureau in Amsterdam.

Dat de Orgacom-projecten soms nauwelijks nog iets met kunst te maken hebben is precies de bedoeling. Orgacom (een samentrekking van ORGAnisatie en COMmunicatie) heeft zich bewust in een spagaat gemanoeuvreerd: het is een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in kunst voor groepen. In die sociale belangstelling zijn Asselbergs en Tieleman niet de enigen. Ook generatiegenoten als Alicia Framis, Otto Berchem en Chiko&Toko trekken er op uit om kunst onder de mensen te brengen. Framis bouwt provisorische onderkomens die als `ontmoetingsplek' fungeren, Chiko&Toko richten kinderkookcafés in en Otto Berchem transformeerde al eens een Amsterdamse supermarkt tot een datingmarket voor vrijgezellen. Orgacom gaat nog verder. Ze beschouwen de kunstwerken die ze maken als een afspiegeling van de cultuur en de verhoudingen binnen de organisatie van hun opdrachtgever. Om dat goed te kunnen doen hebben de Orgacommers een heel proces van bedrijfsonderzoek bedacht dat hun inzicht in die cultuur moet verschaffen. Dat proces is voor Orgacom zo belangrijk, en voor de bedrijven vaak zo ingrijpend, dat het uiteindelijk nogal eens belangrijker blijkt dan het uiteindelijke kunstwerk. En daardoor is de rol van Asselbergs en Tieleman weer lastig te definiëren: soms zijn ze een soort journalisten, dan weer kunstenaars, soms zijn ze sociologen en dan blijken ze ineens als verkapte interimmanagers te werken. In traditionele kunsttermen zou je hun werkwijze een lange performance kunnen noemen, maar dan wel een die zich afspeelt in de echte wereld, met echte bedrijven en echte mensen, bij wie de aanwezigheid van Orgacom stevig in kan grijpen in hun dagelijkse bestaan.

Dat laatste is ook de reden waarom Asselbergs en Tieleman zichzelf nog steeds als kunstenaars beschouwen. ,,De belangrijkste verworvenheid van kunst is dat het je anders naar de wereld laat kijken'', zegt Teike Asselbergs. ,,Tot voor kort bestond het idee dat dat alleen maar kon door een kunstenaar die een hoogstpersoonlijk, autonoom object aan zijn publiek voorschotelde. Dat soort egotripperij interesseert ons niet. Wij willen mensen liever bewust maken van waar ze mee bezig zijn, hoe ze zich verhouden tot andere mensen. Daar zit nog steeds een autonoom aspect aan: onze werkwijze staat vast, daar gaat een bedrijf mee akkoord of niet. Maar het resultaat is vervolgens helemaal afhankelijk van de mensen met wie we werken. Uiteindelijk gaat het werk zeker zoveel over hen als over ons.''

Juist door die onderzoekende rol werkte Orgacom tot nu toe vaak bij organisaties waar iets `speelde'. Bij psychiatrisch centrum De Riethorst bijvoorbeeld wilde men een kunstwerk dat juist de patiënten zou aanspreken, en dat dus geen standaardbenadering verdroeg. Het Antwerpse architectenbureau Jo Crepain wilde, omdat het net verhuisd was, een kunstwerk dat de medewerkers zou helpen wennen aan hun nieuwe situatie.

Reclamemakers

Iets soortgelijks speelde bij de FHV-groep. In februari van dit jaar werd Orgacom benaderd door de directie van FHV om een werk te maken bij vijf communicatiebureaus die net naar een nieuwe locatie waren verhuisd. Dat pand lag nogal weggestopt, achter het grote FHV-gebouw in Amstelveen. Die achtergestelde positie beviel de reclamemakers maar matig, en dat werd nog eens versterkt doordat de vijf bedrijven elkaar niet allemaal even goed kenden. Bovendien was de centrale hal, waar zowel medewerkers als klanten het pand betreden, destijds kaal en weinig uitnodigend.

Die situatie bood voor Asselbergs en Tieleman genoeg aanknopingspunten om er hun gebruikelijke onderzoeksproces op los te laten. De eerste stap daarvan zijn interviews: gedurende enkele maanden begonnen Asselbergs en Tieleman een groot deel van de medewerkers en leidinggevenden van de vijf bedrijven te interviewen, zo'n vijftig in totaal. ,,Ze weten dat we binnenkomen als kunstenaars'', zegt Elias Tieleman, ,,en dus verwachten ze toch wat wollige types. Dat proberen we te doorbreken, door ons eerder als managers dan als kunstenaars te presenteren. Dat maakt dat de geïnterviewden zelf naar hun opstelling tegenover ons moeten gaan zoeken. Dat is goed, denken we, dan worden ze hopelijk eerder zichzelf.''

,,Ik vond ze net Gilbert & George'', zegt Bart-Jan Horrée, creative director van inc-21. ,,Ze waren heel droog, tamelijk zakelijk ook. Aanvankelijk was ik wel wat sceptisch over ze. Ik bedoel: door mensen in een bedrijf zelf de ideeën te laten aandragen voelen ze zich automatisch meer betrokken bij het eindresultaat. Maar daarvan wordt dat resultaat nog niet beter.''

Michiel Beishuizen, creative director van Signum: ,,Toen ze mij vragen over ons bedrijf begonnen te stellen was mijn eerste reactie: hoho, dit is mijn vak, dat gaat je niks aan. Ze deden precies wat wij zelf ook altijd doen. Dat was nogal confronterend, het zette me aan het denken.''

Na de gesprekken nestelden Asselbergs en Tieleman zich voor een paar weken als artist-in-residence op de FHV-burelen. In die periode maakten ze schetsen voor elf kunstwerken, die iets moesten zeggen over de cultuur binnen de FHV-groep en ook meteen een verbetering voor de nog broze eenheid van het bedrijf zouden moeten vormen. Medewerkers konden hen daarbij ieder moment aanspreken, adviezen geven en meepraten. Bijna vanzelfsprekend gingen de meeste Orgacom-voorstellen over de gezamenlijke ruimtes van het FHV-gebouw: de kantine, de vergaderzaal en vooral de entree. Asselbergs en Tieleman stelden onder andere voor om bij de ingang van het gebouw een grote bak met stokstaartjes neer te zetten, die op de voor die dieren kenmerkende manier naar bezoekers zouden uitkijken. Ook overwogen ze om de huidige vijver uit te graven en er een zwembad annex diepgelegen `basketbalbak' in aan te leggen en kwamen ze met het idee om een glazen koepel voor het gebouw te zetten die als entree zou fungeren. De meeste van deze voorstellen (de stokstaartjes vielen al snel af), en nog acht meer, werden in verkorte vorm gepresenteerd op een gezamenlijke borrel van de vijf bedrijven. Die borrel fungeerde tegelijk als verkiezingsbijeenkomst: iedere werknemer mocht zijn voorkeur voor een voorstel uitspreken. Vervolgens mocht de directie daaruit haar keuze maken. ,,Die verkiezingen zijn voor ons heel belangrijk'', zegt Teike Asselbergs. ,,Want dan komen alle medewerkers bij elkaar en kunnen we zien hoe er op de voorstellen gereageerd wordt. We merken dan meestal dat mensen er heel sterk bij betrokken zijn. Je krijgt gelobby, in dit geval waren er bedrijven die probeerden er een voorstel door te drukken door er collectief op te stemmen.'' Bij FHV ging die keuze tamelijk gladjes: de meeste stemmen gingen naar het basketbalbad, naar de lichtkoepel, een zonnedek op het dakterras en de treincoupé - om praktische redenen werd de laatste verkozen.

Teleurgesteld

Gladjes dus – volgens sommigen veel té gladjes. En daarmee kwam ineens een ander aspect van Orgacoms werkwijze in beeld: hier praat de kunst-ontvanger terug. ,,Toen was ik teleurgesteld in ze'', zegt Dingeman Kuilman, managing creative director van FHV-Corporate. ,,Ik vond ze niet scherp, niet verontrustend genoeg. Ik was zelf niet geïnterviewd, maar in mijn functie had ik hun aanwezigheid moeten merken, hun project had moeten leven op het bureau. Dat was naar mijn zin lang niet genoeg gebeurd.''

Het verbaasde de betrokkenen dan ook dat Orgacom nog een troef in de mouw had: de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Bureau, die het duo tot dat moment niet had aangekondigd. ,,Het leek ons niet verstandig om alle informatie tegelijk te geven'', zegt Teike Asselbergs. ,,Want dan was het misschien wat al te veel geworden. We hadden deze mogelijkheid wel al van tevoren bedacht. De uitnodiging van het Stedelijk Museum Bureau was al binnen en dit bood ons de gelegenheid om met deze bedrijven onze manier van werken door te lichten, en zo de kant van de `ontvangers' eens te benadrukken.''

Dat uitstel kostte Orgacom wel bijna de tentoonstelling. Op het moment dat ze de vijf FHV-bedrijven benaderden, was het enthousiasme voor een nieuw project niet groot meer, wat maar aangaf dat de goodwill die Orgacom in de voorgaande maanden had gekweekt niet oneindig was. Dingeman Kuilman: ,,Toen ze met het voorstel van de tentoonstelling kwamen, ontstonden er veel vragen bij de bedrijven. Vonden ze Orgacom wel goed en leuk genoeg om hieraan mee te werken? Werden ze niet misbruikt? Op dat moment werden ze ineens erg goed. Ze vochten echt voor hun plan en slaagden erin iedereen te overtuigen. Uiteindelijk deed iedereen mee.''

Dat neemt niet weg dat de aanvankelijke twijfel over Orgacom in het Stedelijk Museum Bureau goed is te zien. De tentoonstelling is wat tweeslachtig: aan de ene kant veel statements over communicatie en veel spiegels, om aan te geven dat de Orgacom-visie altijd een afspiegeling is van hun eigen persoonlijkheden. Tegelijk is er ook stevige kritiek, in het bijzonder van FHV-Corporate. Dingeman Kuilman: ,,Orgacom wil als bedrijf graag serieus genomen worden, en ze vragen ons om advies. Dan krijgen ze ook een advies van hetzelfde niveau als we aan onze andere klanten geven.'' En dat advies is niet mals. Op de 32 pagina's tellende overhead-presentatie die in het SM-Bureau wordt gepresenteerd wordt Orgacom hard aangepakt. De twee wordt onder meer verweten dat hun `visie, missie en en ambitie niet scherp (zijn) geformuleerd', dat `het management geloofwaardigheid (mist) in het bedrijfsleven', en `dat een communicatiestrategie ontbreekt'. Dat was voor de Orgacommers wel even slikken, aldus Teike Asselbergs, maar: ,,Het geeft ook aan dat ze ons serieus nemen. Kritiek van betrokkenen hoort ook bij onze manier van werken: bij ons moeten mensen direct kunnen reageren. Voor ons is kritiek niet zoiets als voor een autonome kunstenaar. Die ziet kritiek op zijn werk meteen als kritiek op zijn persoon. Wij zien het meer als een mogelijkheid om onszelf en ons bedrijf te verbeteren.''

Daar komt bij dat Asselbergs en Tieleman door het organiseren van de tentoonstelling bij de FHV'ers veel goodwill hebben gewonnen. Bart-Jan Horrée: ,,Uiteindelijk vond ik het een interessant proces. Ze raken iets. En het is een tamelijk onschuldige manier om bedrijven eens naar zichzelf te laten kijken.''

Dingeman Kuilman van FHV: ,,Nadat ze de eerste fase hadden afgerond, was ik teleurgesteld. Maar wat gebeurt er: ze organiseren de tentoonstelling en slagen er na veel praten in iedereen te laten mee werken. En verdomd, ze krijgen ons alsnog te pakken. Ik vind ook dat ze goed met de kritiek zijn omgegaan. Ze deden niet moeilijk en gingen er zonder morren mee akkoord onze presentatie op de tentoonstelling te tonen.''

Michiel Beishuizen van Signum: ,,Een stel handige donders, dat is het. Dat komt er nog niet helemaal uit, ze hebben dat proces nog niet perfect in de hand. Maar ik heb er veel aan gehad. Als je dit vergelijkt met al die buitenkunst van semi-artistieke halftalenten, dan is dit toch veel leuker?''

Orgacom, FHV Corporate, inc-21, Proximity, Signum, XSAGA. Stedelijk Museum Bureau, Rozenstraat 59, Amsterdam. Di t/m zo 11-17u. T/m 9 december.