Azijn en coulis van cranberry's

Waarom is juist Terschelling in Nederland zo rijk bedeeld met cranberry's? Het plaatselijke volksverhaal moet nog maar eens worden verteld. Meer dan anderhalve eeuw geleden vond strandjutter Pieter Sipkes Cupido (zou er nog iemand rondlopen met die schitterende naam) een ton waarin hij wijn of een andere kostbaarheid vermoedde. Onderweg naar huis kon hij zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, maakte de ton open, die tot zijn teleurstelling alleen wrange bessen bevatte. Hij liet zijn buit liggen en zo kregen de cranberry's, de veenbes uit de heidekruidfamilie, wortel aan de grond op het eiland. Er zou best een kern van waarheid in het verhaal kunnen zitten. Amerikaanse schepen exporteerden in die dagen de cranberry's naar Engeland en vroeger werden ze ook al op schepen meegenomen als probaat middel tegen scheurbuik. Gezonde kost dus om de winter mee door te komen.

Voor de azijn: Was de bessen en kneus ze bijvoorbeeld met een deegroller of stamper. Doe de bessen met de azijn in een schone, goed afsluitbare pot. Zet de pot twee weken weg op een koele donkere plek. Zeef vervolgens de cranberry's uit het vocht en bewaar de azijn in goed afgesloten flesjes. De azijn leent zich goed voor salades, bij rode kool of in de jus bij wild en gevogelte.

Dan de coulis. Kook de bessen met 125 gram suiker in een beetje water op matig vuur, tot de bessen zacht zijn en de suiker is opgelost. Dat duurt ongeveer tien minuten. Wrijf het mengsel door een zeef; de velletjes van de bessen blijven achter. Los de rest van de suiker op in een kwart liter water. Laat het suikerwater afkoelen. Roer er zoveel van de gepureerde bessen door tot u een dunne saus hebt. Die smaakt goed bij ijs, rijstebrij, vla, warme appeltjes en nog veel meer.