Arabische landen zijn niet de zwakste schakels

In de vierde week van de bombardementen op doelen in Afghanistan neemt de twijfel toe. De Talibaan blijken robuuster dan werd aangenomen. Osama bin Laden, om wie het allemaal begonnen was, blijft spoorloos. Amerikaanse autoriteiten geven toe dat het spel anders wordt gespeeld dan zij hadden verwacht. De Amerikaanse luchtmacht poogt de confrontatie met het islamitische terrorisme te verleggen naar dat verre, geïsoleerde en ongenaakbare land, tegelijkertijd bewijzen nieuwe gevallen van besmetting met miltvuur de blijvende kwetsbaarheid van het grondgebied van de Verenigde Staten.

De kans op verdere terroristische aanslagen in Amerika, en in Europa, wordt zeer ernstig geacht. Frankrijk bijvoorbeeld heeft rondom zijn kerncentrales luchtafweer opgesteld. De Amerikaanse regering verklaart het luchtruim boven dergelijke installaties voor de komende week gesloten. Gekaapte vliegtuigen mogen worden neergehaald. Bruggen worden extra bewaakt.

Aan het militaire front valt geen vooruitgang te melden. Aan het politieke front heeft zich intussen een zware tegenslag voorgedaan. Met de terechtstelling van de voormalige mujahedeen Abdul Haq enkele uren na diens aanhouding heeft de Talibaan laten zien niet geïntimideerd te zijn. Onduidelijk is gebleven of Haq op eigen houtje dan wel in opdracht van de CIA opereerde, maar vaststaat dat hij bondgenoten zocht voor ondermijning van het Talibaan-regime. Hoe dan ook, zijn dood betekent een zware slag voor pogingen van de VS en de Verenigde Naties om een pan-Afghaans alternatief te vormen voor de huidige machthebbers. De Talibaan heeft getoond behalve over militaire taaiheid over politieke alertheid te beschikken. Met de `intelligence' van de moslimextremisten is niets mis.

Blijft de grootste bevolkingsgroep, die der Pathanen, loyaal aan de stamverwante Talibaan, de zogenoemde Noordelijke Alliantie komt nauwelijks in beweging. Een offensief tegen het noordelijke Talibaanbolwerk Mazar-i-Sharif werd onlangs bloedig afgeslagen, de belegeraars van de hoofdstad Kabul zouden zelf geïsoleerd zijn geraakt. Klachten van noordelijke leiders over het uitblijven van voldoende luchtsteun van Amerikaanse kant hebben waarschijnlijk effect gehad. De afgelopen dagen worden Talibaanstellingen steviger aangepakt, maar ook dat heeft de situatie op de grond niet wezenlijk veranderd.

Minister Rumsfeld heeft nu onthuld dat een ,,bescheiden'' Amerikaanse troepenmacht zich in het noorden van Afghanistan ophoudt, de eerste erkenning van Amerikaanse militaire activiteit op de grond sinds de commandoraid van anderhalve week geleden in de omgeving van Kandahar bekend werd. Maar of Rumsfelds mededeling meer betekent dan afleiding van het tegenvallende nieuws moet worden afgewacht.

Amerika vecht met één hand op de rug gebonden, omdat het rekening moet houden met de wensen van bondgenoot Pakistan. Generaal Musharraf, Pakistans leider, is geen vriend van de Noordelijke Alliantie. Hij vreest terugkeer van de anarchie wanneer de noordelijke minderheden Kabul zouden innemen. De Talibaan waren destijds een Pakistaans bedenksel. De opzet was een einde te maken aan de gewelddadigheden van de verschillende Afghaanse `war lords' en in die opzet waren de `koranleerlingen' meer dan geslaagd.

Hoewel Musharraf onder Amerikaanse pressie enkele weken geleden tot zijn politieke reuzenzwaai kwam, wil de generaal niet geheel en al breken met de bestaande orde in het buurland. En ook de Amerikanen hebben hun twijfels. Musharraf heeft getoond het moslimextremisme in Pakistan de baas te kunnen blijven. Daarmee heeft de generaal aan invloed gewonnen op Amerika's `war on terrorism' in Afghanistan.

Tegelijkertijd hebben de VS in Rusland een bondgenoot die de Noordelijke Alliantie tot zijn beschermelingen rekent. Dat heeft weer te maken met de politieke verhoudingen in Oezbekistan en Tadzjikistan, zelfstandige republieken die eens deel uitmaakten van de Sovjet-Unie. Beide staten kennen een gewapende fundamentalistische oppositie die overigens ook over tentakels beschikt in andere voormalige sovjetrepublieken.

Vanuit Moskou gezien functioneert de Noordelijke Alliantie als buffer tussen de fundamentalistische opstandelingen in Centraal-Azië en de Talibaan. Evenals Pakistan heeft Rusland een rechtstreeks belang bij het verloop van de krijgshandelingen. Niet minder geldt dat voor Iran. Hoewel geen partner van Amerika, delen de ayatollahs met de Amerikanen hun afkeer van de Talibaan. Sinds de moslimextremisten in Afghanistan aan de macht zijn, heeft Iran nog slechts in het noorden een voet aan de grond terwijl het, evenals Pakistan, opnieuw overspoeld wordt door stromen vluchtelingen.

De oorlog tegen het terrorisme wordt gevoerd om aanslagen zoals die van de elfde september onmogelijk te maken dan wel de kans erop tot een minimum te beperken. De oorlog omvat dan ook het achterhalen van de handlangers van de daders van die aanslagen en het oprollen van netwerken die onder verdenking staan nieuwe aanslagen te willen plegen.

Alleen in Amerika zijn meer dan duizend arrestaties verricht, maar wat zij hebben opgeleverd is niet duidelijk. De algemene waarschuwing, inmiddels gepreciseerd voor bruggen, versterkt de indruk dat ook aan het thuisfront verwarring heerst.

Tot dusver wijzen opiniepeilingen uit dat de Amerikanen hun regering volop steunen. In Europa vallen de eerste haarscheurtjes op. Premier Blair achtte het nodig weifelaars in zijn achterban moed in te spreken. Laten we de aanleiding voor onze inspanningen niet vergeten, sprak hij. In de Nederlandse ministerraad zijn vragen gesteld niet zozeer over de luchtoorlog in Afghanistan als wel over de middelen waarmee deze wordt gevoerd. Washington is om nadere informatie verzocht.

De zwakste schakels in de coalitie die Amerika vormde in reactie op de aanslagen in New York en Washington heetten aanvankelijk de Arabische partners te zijn. De met Amerika bevriende Arabische regimes dreigden overlopen te worden door de sympathisanten van Osama bin Laden. Totdusver blijken die regimes niet in moeilijkheden. Nergens bijvoorbeeld zijn demonstraties van fundamentalisten werkelijk een gevaar gebleken voor de macht, die zich doorgaans met harde hand weet te handhaven.

Bij nader inzien zouden de zwakste schakels in de keten wel eens ergens anders kunnen zitten. Zeker als de oorlog in Afghanistan veel langer gaat duren dan aanvankelijk de verwachting was.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon