Alleen voor oude dames

Een waardevolle actualisering van en aanvulling op wat er al is, dat is het nieuwe Haarlemse hofjesboek van antiquaar en uitgever Lenie Peetoom en hofjesbewoonster Letty Van der Hoek. Haarlem behoort met Leiden, Amsterdam en Groningen tot de zogenaamde `hofjessteden'. In 1997 verscheen bij uitgeverij Barabinsk een boek over de 35 Leidse hofjes, en nu is Haarlem aan de beurt. Over de Haarlemse hofjes is al veel gepubliceerd. Maar dat is of summier, of alleen antiquarisch te verkrijgen (bij Lenie Peetoom bijvoorbeeld), of het betreft deelstudies (De Doopsgezinde Haarlemse hofjes).

Vandaar dat dit nieuwe, fotorijke boek over alle 23 Haarlemse hofjes zo welkom is. Gesprekken met bewoners en bestuurders, aanvullend archiefonderzoek, en vooral de afwisseling tussen oude en nieuwe (1998-2001) foto's, maken nieuwsgierig naar al die verborgen oases van rust en schoonheid. Voor wie de hofjes wil bezoeken, is er een overzichtelijke plattegrond met daarop de verschillende locaties. Vrijwel alle hofjes liggen dicht bijeen, binnen de oude stadskern. Ten minste 27 zijn er in de loop der tijd verdwenen.

Al eeuwenlang vormen hofjes een beschermde woonomgeving voor vooral oudere, alleenstaande en minder draagkrachtige vrouwen. Gilden, rijke particulieren of christelijke gemeenten waren veelal de stichters. Nog steeds gelden er in de hofjes strikte regels, en zijn er criteria voor opname. Het Zuiderhofje, gesticht in 1640, stelde ongeveer anderhalve eeuw na de stichting een nieuw reglement op. Bewoonsters moesten meebrengen: `alles wat tot ordentelijke meubeleering van de Wooningen en verschooning van haare Lichamen noodig is'. Daaronder hoorde minimaal: Een goed bed, een spiegel, zes halsdoeken, zes onderrokken en drie bovenrokken, en dit alles `rein en zuiver van ongedierte'.

Haarlem herbergt het oudste én het jongste hofje van Nederland. De Bakenesserkamer is uit 1395. In 1874 luidde het eerste artikel van het reglement: `Op het hofje zullen als bewoonsters worden aangenomen Weduwen of ongehuwde Vrouwen, die den leeftijd van 50 jaar bereikt hebben en belijders zijn van de P.G.' Dat de hofjesidee nog steeds aantrekkelijk is, bewijst de opening, dit jaar, van de Gravinnehof aan het Spaarne. Heel eigentijds is ervoor gekozen in de naastgelegen steeg een methadonpost in te richten. Het moet gezegd: het onheilspellende beeld van de aldaar rondhangende drugsverslaafden past wonderwel bij het architectonische monstrum dat aan het Spaarne is verrezen. En al spreken de auteurs terecht, maar al te vriendelijk, van een hofje dat duidelijk opvalt `door een zeer eigentijdse vormgeving', de objectieve beschouwer vraagt zich af of er tussen de 198 ontwerpen nu werkelijk niets beters heeft gezeten dan deze sterk dissonerende blokkendoos met haar overdaad aan glaspartijen? Nu is het resultaat: glastuinbouw aan het Spaarne.

Lenie Peetoom en Letty van der Hoek: Door gangen en poorten naar de hofjes van Haarlem. Barabinsk, 208 blz. ƒ34,90

    • Tim Duyff