Waddenzee wordt extra beschermd

Nederland, Duitsland en Denemarken gaan de Waddenzee bij de internationale maritieme organisatie (IMO) aanmelden als een `bijzonder gevoelig gebied' waarin de scheepvaart extra voorzichtig moet opereren.

De ministers van Nederland, Duitsland en Denemarken die verantwoordelijk zijn voor bescherming van de Waddenzee hebben daartoe gisteren besloten op een bijeenkomst in het Deense Esbjerg.

Natuurbeschermingsorganisaties in de drie landen zijn ingenomen met het besluit. Directeur Hans Revier van de Waddenvereniging vond het jammer dat het aangewezen gebied niet groter is en dat uitzonderingen worden gemaakt voor de vaarwegen naar de Duitse havens Bremen en Hamburg. Maar de `eerste stap in de goede richting' kan gevolgd worden door verder strekkende maatregelen zoals de instelling van een systeem waarmee de scheepvaart langs de gehele Waddenzee kan worden gevolgd, aldus Revier.

De Waddenzee-ministers voor Nederland staatssecretaris Faber (Natuurbescherming) besloten voorts tot oprichting van een Waddenforum. Dit forum gaat perspectieven voor een duurzame ontwikkeling van de Waddenzee ontwikkelen. Het wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties en van de lokale bevolking, met de nationale overheden als waarnemer.

De drie landen gaan ook bekijken of de bescherming van de Waddenzee moet worden vastgelegd in een internationaal verdrag. Natuurbeschermers zijn voorstander van een verdrag omdat vrijwillige afspraken vaak een dode letter blijven. Revier: `Enkele jaren geleden spraken de drie landen af dat in de Waddenzee geen windmolens zullen worden gebouwd. Denemarken en Duitsland houden zich daar aan. Het Nederlandse kabinet stemt in met een plan 109 windmolens bij de Afsluitdijk, deels in de Waddenzee, te bouwen.' Duitsland en Denemarken onthielden zich gisteren in Esbjerg van kritiek op dit plan.