VS moeten wennen aan recessie

Nog is de Amerikaanse economie niet formeel in recessie. Maar iedereen beseft, oorlog of niet, dat het feest voorbij is.

Amerika moet er aan geloven: tien jaar ononderbroken groei zijn afgesloten. De post-industriële economie, waarin de hightech zou zorgen voor permanente groei van de productiviteit en groei van de groei, is tot nader order van de baan. Het gissen blijft naar de waarschijnlijkheid van een snel herstel.

Niemand weet of de Amerikaanse economie in het derde kwartaal van dit jaar ook zou zijn gekrompen zónder de 11 september-aanslagen en hun ingrijpende nasleep. Maar zeker is dat de cascade van slecht-nieuwsberichten sindsdien alleen maar sneller is gaan stromen. Niet alleen luchtvaart en toerisme zijn letterlijk tot stilstand gekomen, ook in andere sectoren is hard geremd.

Bedrijven in vrijwel alle hoeken van de economie hebben honderden tot vele duizenden ontslagen aangekondigd en gewaarschuwd voor zwaar tegenvallende of verdwenen winsten. De laatste enquête laat zien dat het vertrouwen van de Amerikaanse consument verder is verkruimeld.

Alleen de Amerikaanse beurzen lijken verder te kunnen kijken. Het nieuws van gisteren leek hen niet te deren. Waarnemers buiten het beurscircuit hebben moeite om vast te stellen of de beurzen een betere neus voor het kerend tij hebben dan de min of meer wetenschappelijke voorspellers. Het kan ook zijn dat zij nog verslaafd zijn aan het optimisme van het voorbije decennium.

Formeel is nog geen sprake van een recessie. Daarvoor moet ook het volgende kwartaal economische krimp te zien geven. Mentaal was het nieuws van gisteren wel degelijk een bevestiging van wat iedereen aanvoelde en vermoedde: de Clinton-jaren zijn ook economisch afgesloten. Of de oorlog nu de druppel was die de emmer deed overlopen of niet. Het feest is voorbij.

Terwijl Amerika's onoverwinnelijkheid op het slagveld in dit stadium van de operaties in Afghanistan niet blijkt, is nu ook de economische superioriteit in de ogen van veel Amerikanen geen vanzelfsprekendheid meer.

Om dat soort somberheid tegen te gaan hield president Bush' belangrijke economische adviseur Glenn Hubbard gisteren een opgewekt verhaal. De groeicurve zou eerst in een ronde U-vorm verlopen: geleidelijk naar een dieptepunt en geleidelijk weer omhoog. Nu voorspelt het Witte Huis een V-curve: scherp omlaag en weer scherp omhoog, dat wil zeggen herstel in het eerste, uiterlijk tweede kwartaal van 2002. [Vervolg EINDE GROEI: pagina 18]

EINDE GROEI

Eerst gaat het slechter

[Vervolg van pagina 13] De president zelf hield vooral een pleidooi voor het stimuleringsplan dat zijn Republikeinse vrienden door het Huis van Afgevaardigden hebben gesleept. ,,Aan het werk'', sprak hij licht vermanend tot het Congres, zonder enig nieuw materiaal voor een compromis aan te dragen. De Democraten, die de gang van zaken in de Senaat beheersen, staan er op dat de laagste inkomens en recente slachtoffers van de economisch neergang worden geholpen.

Een ander punt van twist is de extra fiscale verlichting die het Republikeinse plan biedt – volgens de president aan de laagst betaalden én aan kleine en middelgrote bedrijven. Maar onpartijdigen hebben berekend dat 51 procent van de extra belastingverlaging naar de rijkste 1 procent van de Amerikaanse bevolking gaat. Zoals zij ook hebben berekend dat het juist de grootste bedrijven zijn die grote bedragen ineens terugkrijgen. IBM 1,4 miljard dollar, Ford 1 miljard, General Motors 833 miljoen, General Electric 671 miljoen, en zo voort.

Op de lijst met grootste begunstigden staan ook allerlei maatschappijen die volgens de Princeton-econoom Paul Krugman met elkaar gemeen hebben dat zij in olie-exploratie zitten en in Texas (waar Bush vandaan komt) of daar in de buurt zijn gevestigd. De Citizens for Tax Justice stelden vast dat de meeste van deze bedrijven flink winstgevend zijn, en dankzij het gebruik van mazen in de wet weinig of geen belasting zouden betalen als er geen `alternative minimum tax' was. Die wil het stimuleringsplan-Bush afschaffen.

In The New York Times schreef Krugman dat het plan ,,uit een oogpunt van vraag- zowel als aanbodeconomie nergens op slaat. Het is gewoon een plan dat heel veel geld weggeeft aan bepaalde maatschappijen.''

Het plan wordt in het openbaar alleen door Republikeinen verdedigd. Academische economen beperken zich er meestal toe vast te stellen dat enige stimulering geboden is, maar vooral tijdelijk en op korte termijn. De industriële productie is in de eerste negen maanden van 2001 met 5,8 procent gedaald. De Federal Reserve Board heeft de rente in negen stapjes verlaagd (tot 2,5 procent) en nog steeds moet die renteverlichting effect gaan krijgen.

De rente kan verder naar beneden, maar de nul procentsrente heeft Japan ook niet tot nieuwe economisch bloei gebracht. De Verenigde Staten hebben hun begrotingsoverschot dit jaar goeddeels verjubeld. En met een ongewisse oorlog, die voor het eerst sinds de Burgeroorlog ook op eigen grondgebied wordt uitgevochten, weet niemand hoe lang de Amerikaanse burgers hun favoriete bezigheid – kopen – zullen opschorten, in afwachting van vrede en vrolijkheid. Maar die komt niet vanzelf.

Het debat in Washington over begroting en economisch stimuleringsbeleid is terug bij normaal, en dus zwaar gepolitiseerd. De staatsman in het Witte Huis van midden september is terug in zijn campagne-stand. Het zal met de Amerikaanse economie voorlopig nog wel even slechter gaan voordat het beter gaat.

    • Marc Chavannes