Turnsters onderstrepen status in landenwedstrijd

De Nederlandse turnsters eindigden gisteren bij de wereldkampioenschappen in Gent op een verrassende vijfde plaats in de landenwedstrijd.

Van teleurstelling bij de Nederlandse turnsters mocht geen sprake zijn, omdat een vijfde plaats voor een debuterend finalist in de landenwedstrijd van de wereldkampioenschappen een fenomenale prestatie is. Toch was gisteravond in Gent sprake van een licht katterig gevoel, omdat de nationale ploeg een vierde plaats uit handen had gegeven.

De analyse na afloop was snel gemaakt. Roemenië werd dankzij een excellerende Andrea Raducan terecht wereldkampioen en op het zilver van Rusland, onder aanvoering van stilist Svetlana Khorkina, viel niets aan te merken. De derde plaats voor de Verenigde Staten stond vanwege het stabiele optreden evenmin ter discussie. Voor Nederland was het niveau van die drie landen gisteren eenvoudigweg te hoog.

Maar dat gold niet voor Spanje, dat met het nietige verschil van eentiende punt Nederland voorbleef. Als Gabriëlla Wammes de laatste brugoefening zonder hapering op haar niveau had geturnd en Verona van de Leur bij de afsprong van de brug geen kleine misstap had gemaakt, zou Nederland vierde zijn geworden.

Maar dergelijke bespiegelingen waren gisteravond niet besteed aan de Nederlandse turnsters. Zij accepteerden de eindstand zonder morren en genoten van de vijfde plaats. De revolutie was geslaagd: de toplanden kunnen weten dat ze voortaan met Nederland rekening moeten houden.

Hoe moeilijk een debutant het tussen de gevestigde orde heeft, leerde een reconstructie van het Nederlandse optreden in de finale. De belangrijkste les: tussen `willen' en `kunnen' gaapt een kloof, die moeilijk is te dichten.

Nederland kende een moeizame start, omdat de balk het eerste onderdeel was. Van de vier toestellen is het smalle stuk hout het minst geliefd bij de Nederlanders. Het goede begin van Rikst Valentijn kon de zenuwen van de twee andere turnsters niet wegnemen. Wammes viel, terwijl Van de Leur voortdurend haar evenwicht moest zoeken. De scores waren er dan ook naar: driemaal een acht, hetgeen goed was voor de voorlaatste plaats, nadat de Australische Dunn haar brugoefening verknalde.

De Roemenen legden vervolgens met een fantastische serie sprongen een solide basis voor de wereldtitel. Maar daar moest Nederland zich niet aan spiegelen. Wel aan de ploeg uit Spanje, waarvan Elena Gomez van de brug viel. Die buiteling betekende een meevaller voor Nederland. Want ook dat is de landenwedstrijd: hopen op een foutje van de concurrent.

Rusland hielp Nederland niet, want na een stroef begin op de vloer, met uitzondering van Khorkina, sprongen Maria Zasspypkina en Natalia Ziganshiva als duivels. Opmerkelijk genoeg was Khorkina, doorgaans Ruslands beste turnster, opnieuw de uitzondering, zij het in negatieve zin. Zij landde tweemaal op haar knieën.

Op de vloer, het tweede onderdeel voor de Nederlanders, moest een begin worden gemaakt met de inhaalrace. Dat lukte, want driemaal een negen voor achtereenvolgens Valentijn, Wammes en Van de Leur bracht de nationale ploeg op een vierde plaats in de tussenstand. Spanje werd daarbij gepasseerd dat bood perspectief.

Die positie werd geconsolideerd bij de sprong, waar Nederland vijf negens en één acht scoorde. De debutanten, die inmiddels hun zenuwen beter onder controle hadden, deden nog mee, zij het dat Rusland vrijwel onbereikbaar was geworden als gevolg van Khorkina's imponerende brugoefening.

In de hal was bondscoach Frank Louter inmiddels aan het rekenen geslagen, min of meer tegen beter weten in. Als de Verenigde Staten steken zouden laten vallen bij de vloeroefening en `zijn' meiden zouden aan hun favoriete toestel (brug) vlekkeloos turnen, zou een bronzen medaille haalbaar zijn, concludeerde hij. Het bleek ijdele hoop, want Louter had zijn rekensommetje nog niet gemaakt of de Amerikanen Yim en Schwikert scoorden hoge `negens' op de vloer. Weg brons.

Terwijl Nederland zich opmaakte voor de laatste oefening aan de brug, bleven de Russinnen bovendien keurig overeind op de balk en persten de kleine Spaanse turnsters Moro en Gomez op de valreep een vrijwel vlekkeloze vloeroefening uit hun tengere lijven.

Daarmee nam de druk toe, want Spanje vormde plotseling een bedreiging voor de vierde plaats. Nederland kon zich geen fouten aan brug meer veroorloven. Maar Wammes, die onnodig lang op een startsein had moeten wachten, bezweek. Zij kwam verkeerd uit en bleef hangen waar een rotatie gepland was. Haar score van 7.762 was dramatisch en bepaalde uiteindelijk het verschil tussen plaats vier en vijf. Van de Leur had met een score van 9.500 redding kunnen brengen, maar verspeelde een paar tienden van een punt door het foutje bij haar afsprong.

Van de Leur bleef met gemengde gevoelens achter. ,,Ik heb nog steeds het gevoel dat de WK-finalisten een groep vormen waarvan wij Nederlanders officieel geen deel uitmaken. En toch stond ik in de finale. Heel onwezenlijk.''

    • Henk Stouwdam