Rijk misbruikt hoge huizenprijs

De explosieve stijging van de huizenprijzen in de afgelopen jaren heeft de eigenwoningbezitters niet rijker gemaakt. Wie zijn huis (voor een mooi hoog bedrag) verkoopt, is immers vervolgens eenzelfde mooi hoog bedrag kwijt om een ander huis te kopen. Althans, in het algemeen gesproken. De mensen die wel behoorlijk hebben verdiend aan de gestegen huizenprijzen, zijn de diverse marktpartijen die hun brood verdienen met de handel in onroerend goed – vooral al degenen die hun diensten tegen een percentage van de koopprijs aanbieden (zoals makelaars en hypotheekbanken). Dat hoort bij het vrijemarktmechanisme. Waar ik echter bezwaar tegen heb, is dat ook de rijksoverheid enorme voordelen binnensleept ten gevolge van die gestegen huizenprijzen. Bij iedere overdracht van onroerend goed wordt er namelijk 6 procent overdrachtsbelasting geheven. De inkomsten uit deze belasting zijn de afgelopen jaren dus explosief gegroeid.

Toen twee, drie jaar geleden duidelijk werd dat de huizenprijzen fors aan het stijgen waren, begonnen landelijke politici moord en brand te schreeuwen wegens de exorbitante stijging van de gemeentelijke inkomsten uit de onroerendzaakbelasting (OZB) die men voorzag. Men sprak er schande van dat de gemeenten na de vierjaarlijkse hertaxatie hun inkomsten enorm zouden zien stijgen en dat de burgers met een enorme lastenstijging zouden worden geconfronteerd. Dit was een volslagen misplaatste verdachtmaking, want bij de OZB is de waarde slechts van relatief belang. Als de waarde stijgt, wordt het tarief per eenheid verlaagd, zodat de uiteindelijke aanslag gemiddeld gelijkblijft. Pas toen dit voorjaar de aanslagen waren opgelegd zag iedereen dat de gemeenten geen slaatje hebben geslagen uit de waardestijging en verstomde het gemor (afgezien van die curieuze VVD-oprisping in het verkiezingsprogramma).

Tot nu toe heb ik echter geen gemor gehoord over de door de rijksoverheid geheven overdrachtsbelasting. De Rijksbelastingdienst gaat gewoon door met het innen van die 6 procent, wat vanzelfsprekend steeds hogere bedragen oplevert en wat dus degenen die een huis kopen, steeds meer geld kost. Hierover zwijgen alle politici. Dat is hypocriet, zeker tegen de achtergrond van hun valse verdachtmakingen aan het adres van de gemeenten. Die zes procent overdrachtsbelasting is langzamerhand niet meer op te brengen, zeker niet voor de starters op de woningmarkt, die het door het huidige prijsniveau toch al heel moeilijk hebben.

Er is nog een andere reden waarom de overdrachtsbelasting voor eigenwoningkopers zou moeten worden verminderd, of afgeschaft. Deze belasting vormt namelijk een obstakel voor degenen die van baan veranderen en daardoor eigenlijk zouden willen verhuizen om bij hun nieuwe werk te wonen. In het kader van ons mobiliteitsbeleid zouden we juist moeten stimuleren dat mensen dichter bij hun werk gaan wonen om zo de hoeveelheid pendelverkeer te verminderen. Dan zou de overheid niet zo'n strafbelasting als de overdrachtsbelasting moeten heffen. Iemand die een ander huis koopt om dichter bij het werk te wonen zou een premie moeten krijgen in plaats van een 6 procent-heffing. Dit kille percentage komt in de praktijk neer op zo'n twintigduizend gulden voor een heel gewone flat.

Het tarief van de overdrachtsbelasting voor particuliere woningeigenaren moet worden verlaagd, bijvoorbeeld tot het niveau van 1990. Naarmate de huizenprijzen stijgen of dalen kan het percentage (omgekeerd evenredig) aangepast worden, net zoals bij de OZB de gewoonte is. En de belasting voor starters en voor mensen die verhuizen om in de buurt van hun werk te wonen moet helemaal worden afgeschaft.

Ir. Eveline C.C. Blitz is voormalig gemeenteambtenaar.

    • Eveline C.C. Blitz