Prodi bewijst Europa slechte diensten

Het had een belangrijke etappe moeten zijn, die waarin oud-premier Romano Prodi werd gelanceerd naar de leiding van de paleizen van de macht in Brussel. Voor hem was het de kers op de taart die nog ontbrak na een lange cursus honorem, voor Italië een `promotie' die het land dertig jaar lang was onthouden, sinds Franco Maria Malfatti deze zetel had verlaten om zich te laten kiezen in het Montecitorio (de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden, red.).

Maar na zeer korte wittebroodsweken bleek de Europese missie van Prodi een ware lijdensweg te zijn. Er kwamen genadeloze aanvallen en kritiek van de internationale pers, golf na golf: hard, gemeen, soms bespotteljk. En de meeste regeringen draaiden hem de rug toe.

De laatste in de reeks zijn ontketend door het besluit, zonder precedent, van de voorzitter van de Europese Commissie om de afsluitende persconferentie van de Europese top in Gent te verlaten, om niet benadeeld te worden door de (overigens vermoeiende) breedsprakigheid van de Belgische premier en huidige voorzitter van de Europese Unie, Guy Verhofstadt.

De belangrijkste Europese kranten hebben zich verenigd om op Prodi te schieten. Zodanig, dat premier Silvio Berlusconi zich verplicht voelde hem te verdedigen. De Italiaanse premier sprak beschuldigend over een groeiende vijandigheid jegens Italië en zijn bestuurders, die zouden zijn veranderd in ,,de zondebok voor de dingen die niet goed gaan'' in Europa.

Het is vaak niet makkelijk om in Brussel Italiaan te zijn. Dat dateert niet van vandaag of gisteren. De lange schaduw van de zaak-Malfatti en daarna een hele reeks affaires, van het feuilleton van de melkquota en de herstructurering van de staalindustrie tot de jarenlange georganiseerde verspilling van de Europese structuurfondsen – om maar de meest opzienbarende zaken te noemen: het zijn allemaal zondes die onze reputatie en onze geloofwaardigheid ernstig hebben beschadigd.

In de aanloop naar de euro, een opgave die onmogelijk leek maar een succes werd dankzij de onvermoeibare minister van Schatkist, Carlo Azeglio Ciampi, leek voor Italië het moment te zijn gekomen van de verlossing. De komst naar Brussel van Prodi, het staatshoofd dat het grote avontuur tot het einde had begeleid, had de kroon op die verandering moeten zijn: intern de verovering van de nieuwe Europese cultuur van stabiliteit, en in Europa eerherstel voor een Italië dat weer een normaal land was geworden.

Helaas is het niet zo gegaan. Als de bekoring tussen Prodi en de Unie kort heeft geduurd, komt dat niet door onwelwillendheid van anderen. Evenmin door schimmige samenzweringen in de grote hoofdsteden die hem hebben gekozen. De nieuwe voorzitter is onmiskenbaar met een buitengewoon moeilijke erfenis opgezadeld: de Commissie in crisis, verzwakt door een machtsstrijd met de Raad en het parlement. Die erfenis dreigde de poten onder zijn stoel vandaan te halen.

Dat is niet alles. Prodi voelt onvermijdelijk ook de weerslag van het feit dat Europa zonder grote leiders zit. En dat op een moment dat het, met de euro en de uitbreiding naar het Oosten, voor uitdagingen staat die voor haar soms te groot lijken. Zo ontstaat het beeld van een Europa dat verder dribbelt naar een toekomst die voor een groot deel nog moet worden uitgevonden. Een Europa met interne rivaliteiten en gevaarlijke oprispingen van nationalisme.

Maar het is ook waar dat Prodi verkeerd is begonnen. Hij kwam naar Brussel in de waan dat hij ,,een Europese regering'' zou leiden – maar die is er niet. Hij droomde ervan de grote machine van de eurocratie te ontstijgen – maar die is steeds het fundament en de machtsbasis geweest van de voorzitters van de Europese Commissie in de dialoog met de regeringen, wegens zijn technische competentie en zijn vermogen om zaken in gang te zetten.

Voordat hij de bureaucratische structuur goed kende, preekte hij de `vereuropeanisering' ervan. Hij stelde de regel in dat de kabinetschef een andere nationaliteit moest hebben dan die van zijn commissaris, maar uiteindelijk is hij zelf bezweken en heeft hij een Italiaanse ploeg samengesteld. Hij heeft de verspreiding van zijn negentien commissarissen over Brussel georkestreerd, met als resultaat dat de bijeenkomsten van de commissie de collegialiteit en korpsgeest hebben verloren terwijl die onontbeerlijk is wanneer het buiten stormt. En hij heeft een hele verzameling blunders begaan, de laatste was zijn weigering om in Gent naast Verhofstadt te zitten, ondanks zijn duidelijke institutionele rol.

Bovendien beschuldigen velen hem er fluisterend van zijn hoofd teveel bij de verwikkelingen in de Italiaanse politiek te hebben.

Het grote probleem is dat met Prodi ook een Italië naar Brussel is gekomen dat, ondanks de deelname aan de euro en zijn verbale verklaringen van Europagezindheid, helemaal niet zo Europees is.

Nog altijd bestaan het oude provincialisme, het dilettantistische gedrag, de halfslachtigheid – en dat in een `Europa van beroeps' die niemand iets vergeven maar juist profiteren van de zwakheden van een ander.

Als de zaken zo liggen, bewijs je met het verdedigen van Prodi, zoals Berlusconi doet met zijn aanklacht dat er `rot' zit in Brussel, niemand echt een dienst.

Adriana Cerretelli is correspondent van de Italiaanse krant Il Sole 24 Oro te Brussel.

© Il Sole 24 Ore

    • Adriana Cerretelli