Nog een front

Amerika heeft er sinds gisteren officieel een front bij. Het land zal moeten vechten om een recessie buiten de deur te houden. Of dat lukt is ongewis. Duidelijk is wel dat alle seinen op rood staan. De economie van de Verenigde Staten is in het derde kwartaal van dit jaar met 0,4 procent gekrompen, een achteruitgang die een einde maakt aan een tien jaar durend tijdperk van bijna ongekende bloei. Als nog een kwartaal van teruggang volgt, is formeel sprake van een recessie. Veel, maar niet alle sectoren van het Amerikaanse bedrijfsleven hadden al voor de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon te kampen met teruglopende activiteiten. Het ging dit jaar minder goed dan in voorgaande jaren. Toch groeide de economie in het tweede kwartaal nog met 0,3 procent. 11 september 2001 bracht de ommekeer.

De luchtvaart, het toerisme, het verzekeringswezen en tal van andere sectoren belandden in één klap in een crisis die haar weerga niet kent. Faillissementen, desinvesteringen en ontslagen zijn nu in de VS aan de orde van de dag. President Bush heeft een stimuleringsplan klaar, dat onder andere voorziet in belastingverlaging en extra steun voor werknemers die sinds 11 september werkloos zijn geworden. Het moet nog door de Senaat worden goedgekeurd.

Soelaas zal Bush' plan zeker bieden, hoewel van echt drastische maatregelen die passen bij een oorlogseconomie geen sprake is. Te hopen is dat het zo ver niet hoeft te komen. Het beeld is ook niet eenduidig. Wall Street bijvoorbeeld doet het onverwachts goed. De aandelenmarkt in New York, op loopafstand van `Ground Zero', trekt zich betrekkelijk weinig aan van de malaise en gaat zijn eigen ondoorgrondelijke gang. Het kan overmoed zijn, maar het kan ook duiden op de komst van betere tijden. Wall Street heeft een fijne neus voor economisch herstel. Feit is dat door het uitblijven van een grote koersval, de hoop blijft leven – en niet alleen in Amerika.

Toch kijken de Amerikanen na tien voorspoedige jaren nu in de muil van het recessiemonster. Als consument maken ze pas op de plaats, waarmee ze niet alleen een signaal van voorzichtigheid afgeven, maar ook feiten scheppen: door hun sterk verminderde koop- en reislust krijgt het bedrijfsleven steeds grotere liquiditeitsproblemen. De aanslagen, de antraxterreur, de onzekerheid over een lange en misschien bloedige strijd in Afghanistan, het aangetaste zelfvertrouwen, de kosten van de oorlog – al deze factoren zouden een middelmatige economie allang hebben gefnuikt. Maar die van Amerika staat nog overeind, zij het wankelend en aangeslagen. De vitaliteit van het land en de economische reserves die het heeft, lijken voldoende om de komende onzekere maanden mee door te komen.

Die reserves zullen hard nodig zijn. Want er is, ook internationaal, meer aan de hand. In Argentinië dreigt een financiële ineenstorting waarvan de gevolgen te vergelijken zullen zijn met die van de grote schuldencrisis in de jaren tachtig. Niemand zit erop te wachten, en helemaal de VS niet, maar de situatie in Buenos Aires bereikt juist dezer dagen een climax. Blijft Argentinië overeind staan of valt het om? Verder hebben de aanslagen als onbedoelde bijwerking van de globalisering een wereldwijd negatief effect gehad. Hoewel het beeld divers is en lang niet alle neergang aan 11 september kan worden toegeschreven, is moeiteloos de volgende ruwe schets te maken. Met de VS staan Japan en Duitsland aan de rand van een recessie. Ook hier krimpende economieën, saneringen, massaontslagen en onzekere vooruitzichten. Nederland is nog een buitenbeentje. De meest recente prognoses – vandaag door het Centraal Planbureau vrijgegeven – laten hier een afvlakkende groei zien van 2 procent vóór 11 september tot 1,5 procent erna. Minder groei is gelukkig nog geen krimp.

Tegen deze achtergrond introduceert Europa straks zijn nieuwe munt. Zelden zal zo'n gebeurtenis onder zo'n slecht gesternte plaats hebben gehad. Recessiedreiging, een moeizame strijd tegen de terreur en een sluimerend conflict met onbeheersbare aspecten tussen het Westen en de moslimwereld. Het moet niet veel erger worden.