`Kille ontvangst' zeker geen beleid

Hoe harteloos was de opvang van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog? De direct betrokkenen denken daar vaak anders over dan meer afstandelijke onderzoekers zo'n vijftig jaar later.

Het is een indrukwekkende wetenschappelijke operatie, door de omvang en door de snelheid waarmee ze is uitgevoerd. Er was een legertje van zo'n vijftig historici voor nodig. Drie jaar geleden begonnen ze in opdracht van de regering aan een onderzoek naar de opvang van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. En vandaag presenteren ze de resultaten: twee boeken, samen een kleine duizend pagina's dik, een tentoonstelling en een documentaire. Over een half jaar volgen nog twee boeken.

Maar was er nog veel te onderzoeken voor de, speciaal opgerichte, Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO)? Vorig jaar bood premier Kok namens de regering al zijn excuses aan voor de ,,kille ontvangst'' van de joden die na de oorlog terugkeerden uit vernietigingskampen. Woorden die kort daarop werden onderstreept met geld: 400 miljoen gulden voor de joden, 250 miljoen voor de Indische gemeenschap, en 30 miljoen voor de Sinti en Roma. Kon de SOTO iets anders doen dan nog eens opsommen wat er na de oorlog allemaal misging? Iets anders doen, dan wat synoniemen bedenken voor de woorden die de afgelopen jaren steeds werden gebruikt om de naoorlogse opvang te karakteriseren: kil, bureaucratisch, onverschillig?

Toch wel. Het onderzoek heeft een schat aan historisch materiaal opgeleverd. En een duidelijke conclusie. ,,Kijk je naar de moeilijkheden van toen, de mogelijkheden, en de geldende opvattingen, dan kun je de stelling niet volhouden dat men na de oorlog mensen bewust in de kou heeft laten staan'', zegt historicus Martin Bossenbroek. Hij schreef, op basis van materiaal dat de vijftig onderzoekers hem leverden, het boek Meelstreep. Daarin schetst Bossenbroek een genuanceerd beeld van de naoorlogse opvang. Naast de negatieve herinneringen, die de laatste jaren veel aandacht hebben gekregen, zijn er ook positieve verhalen, schrijft hij. Van een kampoverlevende die bij thuiskomst een versierde straat aantreft bijvoorbeeld. Of van iemand die gewoon blij was, omdat hij in Eindhoven uit de trein stapte en de hem zo vertrouwde, grauwe Hollandse lucht zag. En er zijn verhalen van hulpverleners, die proberen met zeer schaarse middelen er het beste van te maken. Zeker, er was van hun kant soms sprake van onbegrip. Van onwil ook. Maar veel leed werd eenvoudig veroorzaakt door de omstandigheden.

Bossenbroek verduidelijkt zijn stelling met een kaart van Nederland, die kort na de bevrijding is gemaakt. Meer dan de helft van het zuiden en het westen van het land is gekleurd. Dat wil zeggen: overstroomd, zwaar beschadigd of beide. ,,Nederland was een rampgebied'', zegt Bossenbroek. ,,Maar dat lijkt nu volledig uit het collectieve geheugen verdwenen. Destijds vergeleek men het land met een zwaargewond mensenlichaam. Dat kun je je ook wel voorstellen als je de vele rode vlekken op deze kaart ziet. Het zijn net bloedende wonden.'' In de geest van die tijd was weinig ruimte voor individueel leed. Het land moest weer worden opgebouwd. Hulpverleners kónden ook weinig ondernemen tegen een posttraumatisch-stresssyndroom om de simpele reden dat ze niet wisten wat dat was.

Nu is Nederland een ander land. Er is meer geld. Er is meer bekend over de psychologie van mensen die een ramp hebben meegemaakt. ,,Wat de politiek heeft gedaan'', zegt Bossenbroek, ,,is de verworvenheden van de huidige verzorgingsmaatschappij toepassen op het verleden.''

Voor Bossenbroek was het geen probleem dat de regering haar conclusies trok, voordat de onderzoekers zover waren. ,,Politiek en wetenschap hebben hun eigen tijdschema's'', stelt hij vast. Conny Kristel, directeur van de SOTO, vond het zelfs wel prettig dat het kabinet vorig jaar besloot tot excuses en financiële compensatie. ,,Daardoor nam de druk op ons af. Ik had het niet zo fijn gevonden als er op basis van ons onderzoek had moeten worden afgerekend.''

Want druk was er op de onderzoekers. Toen de regering en vertegenwoordigers van oorlogsslachtoffers onderhandelden over compensatie, toonden de laatsten veel belangstelling voor het werk van de SOTO. Kristel: ,,Sommigen vroegen of ze de voorlopige resultaten mochten inzien. De Indische groepen deden dat en de Sinti en Roma. Anderen wisten dat zo'n verzoek geen zin zou hebben. We hebben van het begin af aan een duidelijke lijn gekozen: niemand krijgt het onderzoek te zien totdat het klaar is.''

Later hadden de SOTO-onderzoekers te maken met een druk die ze zelf gecreëerd hadden. Er was een vertrouwenscommissie ingesteld met `ervaringsdeskundigen': vertegenwoordigers van joodse oorlogsslachtoffers, Indische groepen, politieke gevangenen en verzetsstrijders, dwangabeiders.

Een veel gehoord bezwaar: Bossenbroek geeft te veel ruimte aan de overwegingen van hulpverleners en autoriteiten, terwijl het slachtofferperspectief voorrang zou moeten krijgen. Bossenbroek: ,,De leden van de vertrouwenscommissie benadrukten steeds dat het boek herkenbaar moest zijn voor hun achterban. Ik heb daarom geprobeerd zoveel mogelijk van hun ervaringen te verwerken. Maar ik realiseer me dat je nogal wat vraagt aan de slachtoffers als je zegt: kijk nu eens door de ogen van de hulpverleners en gezagsdragers.''

Sommige discussies gingen om formuleringen. Zo wordt er gesproken over gedwongen tewerkgestelden en niet over dwangarbeiders. De vertegenwoordigers van deze groep waren daar ongelukkig mee, omdat dat minder ernstig klinkt. Bossenbroek: ,,De Vereniging ex-Dwanarbeiders Nederland heeft haar titel nogal ondoordacht gekozen. Ze vertegenwoordigt mensen die je zonder meer dwangarbeider kun noemen. Maar er zitten er ook bij voor wie dat niet geldt. Mensen die misschien zelfs wel ook positieve herinneringen aan die tijd hebben. Noem je die allemaal dwangarbeider, dan hol je dat begrip uit. Dan doe je de echte dwangarbeiders geen recht. Dat heb ik geprobeerd uit te leggen, maar ik realiseer me dat je, helaas, gevoelens niet altijd kunt sparen.''

    • Bas Blokker
    • Jeroen van der Kris