In tegendraadse virtuoos Tenor schuilt een ster

Jimi Tenor spendeerde teveel geld aan de productie van zijn platen, oordeelde het toonaangevende platenlabel Warp, waar de financiële afdeling niet vrolijk werd van het met een Pools orkest opgenomen Out Of Nowhere. De Finse muzikant zette vervolgens, gewoon thuis en in zijn eentje, zijn nieuwe album Utopian Dream in elkaar, nu voor het kleine Sähkö-label.

Utopian Dream is niet alleen in financiële zin een reactie op de overdaad van Out Of Nowhere. De computer is het centrale element, dat Tenor gebruikt voor kale, schetsmatig opgezette nummers die schreeuwen om een wat royalere uitvoering. Die krijgen ze op het podium, want daar kan er nog een zeskoppige band af. Inclusief twee koperblazers, voorlopig het enige dat rest van de plannen voor het bigband-album dat Tenor altijd nog wil maken.

Jimi Tenor is een moeilijk in te kaderen muzikant, die vaak gerekend wordt tot de elektronische school maar evengoed soundtrack-achtige muziek, Curtis Mayfield-achtige soul en funk tot een goed einde weet te brengen. Gisteravond opende hij zijn concert zelfs met een vette dot jazz-rock waarvoor Miles Davis zich niet zou schamen. Dat zijn band ook met de funk uit de voeten kan is vooral te danken aan bassist Maurice Fulton, ook actief als dansproducer. Hoewel het hen aan muziektechnische kwaliteiten niet ontbrak, straalde het in witte jassen en overalls gehulde gezelschap toch een merkwaardig soort dilettantisme uit. Dat zat hem vooral in Tenor zelf, die knap in het midden liet in hoeverre je hem serieus moet nemen terwijl hij zich katachtig bewoog achter zijn toetseninstrumenten (een Fender Rhodes-piano en een kleine Casio-synthesizer) of zich naar de microfoon haastte voor een riedel op zijn tenorsaxofoon. Hij waagde zich zelfs aan Roland Kirk-achtig spel op de dwarsfluit.

Dat dilettantisme bleek ook uit de wat stumperige, te lang uitgerekte opbouw van sommige nummers, maar dan wist Tenor weer te treffen met zijn kwetsbaar klinkende falsetstem die een prachtige ballad als Moonfolks flink omhoogtilt. Wanneer de band bevangen werd door de geest van de funk werd het helemaal een dampende, sfeervolle aangelegenheid, vooral in de spectaculaire finale waarin bleek dat de Fender Rhodes ook met de billen bespeeld kan worden.

Ergens in Tenors grillige repertoire en persoonlijkheid zit het materiaal verscholen waar je een popster van maakt. Vooralsnog moet hij strijden tegen financiële perikelen, die tragikomisch gesymboliseerd werden in het gehannes met een diaprojector en een scherm dat nauwelijks groot genoeg was voor vakantieplaatjes in huiselijke kring. Gelukkig werden de muzikanten op het podium getrakteerd op champagne: toch nog enige glamour in het bestaan van Jimi Tenor.

Concert: Jimi Tenor. Gehoord: 30/10, Paradiso Amsterdam. Herhaling 2/10, 013 Tilburg.

    • Jacob Haagsma