GULDEN BLIJFT ALS KOLONIAAL ERFSTUK

Wie kent niet dat vertrouwde gevoel van op weg naar huis weer met de goeie ouwe gulden te kunnen betalen? Weg met het vermoeiende omrekenen, inééns weet je weer de precieze waarde van wat je aanschaft. Tweemaal het eurobedrag plus 10 procent zeggen straks verstokte guldenliefhebbers in gedachten nog een tijdje. Maar mensen wennen snel aan een nieuwe munt.

In Suriname blijft de gulden bestaan, als een erfstuk van het Nederlandse kolonialisme, zij het met een veel lagere waarde dan in Nederland. Ook op de Nederlandse Antillen en Aruba blijft de gulden nog het officiële betaalmiddel, maar in die Koninkrijksdelen was ze al grotendeels verdrongen door de dollar. Die verdringing zal door de euro alleen maar worden versneld. Ook op andere Caraïbische eilanden wint de Amerikaanse munt steeds meer terrein.

Vandaag de dag bepaalt de economie van een land, het nationaal product, grotendeels de waarde van de munt. De gulden werd in de dertiende eeuw voor het eerst als florijn (florenus) in Florence geslagen. In de veertiende eeuw werd de gulden een echte handelsmunt, niet alleen in Italië maar ook in Spanje, Nederland en Duitsland. Van een nationale eenheid, laat staan van een nationaal product was aanvankelijk nog nauwelijks sprake, maar de munt had een harde waarde door haar gewicht in goud.

Net zoals de euro nu bijdraagt aan de Europese eenwording heeft de gulden indertijd de nationale eenheid wel helpen bevorderen – vanaf de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, na de Franse tijd, toen de franc weer door de gulden werd vervangen, en vervolgens tijdelijk bij het samengaan van Nederland en België.

Eén aspect van de lange weg die vanaf eind jaren zestig met de Europese monetaire samenwerking en de voorbereiding tot de euro is afgelegd blijft je als geïnteresseerde kiezer steeds dwarszitten: de geringe invloed van de burger op dit belangrijke en gecompliceerde proces.

    • Theo Westerwoudt